Gratis nieuwsbrief Meld je aan voor de gratis e-mail nieuwsbrief van Nursing, TvV en TvZ. Klik hier

Meervoudige strijd tegen delier

Verpleegkundigen onmisbaar bij preventie
Vlaamse onderzoekers benadrukken het belang van preventie en vroege herkenning van delier bij oudere ziekenhuispatiënten. Preventie blijkt het meest effectief als je verschillende preventieve interventies combineert. En daarbij is de verpleegkundige onmisbaar.

Delier komt regelmatig voor bij oudere patiënten die in het ziekenhuis worden opgenomen wegens een acuut lichamelijk probleem. De cijfers liegen er niet om: onderzoekers onder leiding van professor Koen Milisen concludeerden onlangs uit diverse studies dat de prevalentiecijfers en incidentiecijfers van delier bij ouderen variëren tussen respectievelijk 10-30 procent en 4-60 procent. ¹-² De incidentiecijfers kunnen volgens Milisen en co pas afnemen als interventies worden toegepast die gericht zijn op de preventie van delier. Delier draagt bij aan een hoger sterftecijfer en hogere morbiditeit (zoals groter functieverlies, meer gevallen van decubitus en incontinentie). Andere negatieve gevolgen zijn een langere opnameduur, hogere zorgbehoefte en een grotere druk op zorgverleners.

Literatuuronderzoek
De onderzoekers hebben in een systematisch literatuuronderzoek de kenmerken en effectiviteit onderzocht van verschillende multicomponente interventiestrategieën voor delier bij ouderen die opgenomen zijn in een ziekenhuis. Het gaat om studies die tussen 1966 en 2003 werden uitgevoerd bij ouderen vanaf zestig jaar. Het betrof zowel chirurgische als niet-chirurgische patiënten. De patiënten uit de zeven onderzoeksartikelen die voldeden aan de selectiecriteria waren tijdens hun opname geobserveerd en getest op cognitieve en functionele veranderingen. Ook werden diverse interventiestrategieën beschreven, bijvoorbeeld maatregelen voor vroegtijdige herkenning en behandeling.

Complex
Het onderzoeksteam richtte zich niet op studies over enkelvoudige interventies, maar was vooral geïnteresseerd in het beschrijven van multicomponente interventiestrategieën. Koen Milisen: ‘Aan delier liggen meerdere factoren ten grondslag. Een dergelijke complexe aandoening vraagt dus om een aanpak die bestaat uit verschillende componenten. Het overgrote deel van de multicomponente strategieën bestaat uit elementen uit de basiszorg: interventies die de patiënt een comfortabel en veilig gevoel geven en het toedienen van voldoende vocht en zuurstof. Deze eenvoudige interventies bleken het meest effectief te zijn voor het verlagen van incidentiecijfers. Daarnaast ontdekten we dat het meeste effect werd bereikt als de strategieën multidisciplinair uitgevoerd werden.’

Sleutelrol voor verpleegkundigen
In de preventie van delier spelen verpleegkundigen volgens Koen Milisen een sleutelrol. Daarbij valt te denken aan vroegtijdige herkenning, toepassing van preventieprotocollen, en aanbevelingen doen voor de behandeling van delier. Daarnaast kunnen ze een rol spelen in de educatie van de familie van de patiënt en het naleven van de delierprotocollen stimuleren. Ook kunnen zij prima de rol van liaisonverpleegkundige of transferverpleegkundige op zich nemen.  

Risicopatiënten
Kennisvergroting is volgens de professor een fundamenteel wapen in de behandeling van delier. ‘In feite start de behandeling bij de herkenning van het delier.’ Verpleegkundigen kunnen daarin een belangrijke rol spelen: ‘Ik zou graag zien dat er een standaardprocedure wordt gehanteerd waarbij verpleegkundigen risicopatiënten bij opname screenen en hun mentale toestand blijven monitoren tijdens hun verblijf in het ziekenhuis.’ Risicopatiënten zijn bijvoorbeeld patiënten op hoge leeftijd, met visuele beperkingen, ernstige ziektes, al aanwezige cognitieve stoornissen (bijvoorbeeld dementie of depressie), of een verhoogde ureum/creatinine ratio. Om objectieve meetresultaten voor de screening te verkrijgen, is het gebruik van beoordelingsschalen zoals de Delirium Observatie Screeningschaal (DOS) of de NEECHAM Confusion Scale volgens Milisen onmisbaar.³

Aanbevelingen
Zes van de zeven gescande studies uit het onderzoek - gericht op het voorkomen of de behandelen van delier – beschreven alleen de effecten op de korte termijn. Koen Milisen en zijn collega-onderzoekers doen de aanbeveling de effecten van bijvoorbeeld het functioneel herstel en de mortaliteit op de lange termijn op grotere schaal te bestuderen.

Noten
1 De verschillen in percentages worden veroorzaakt doordat de studies verschillen in opzet.
2 Incidentie: het aantal nieuwe zieken of ziekten in een populatie over een bepaalde periode. Prevalentie: het aantal zieken of ziekten in een populatie op een gegeven moment.
3 De DOS is te vinden op www.psychiatrienet.nl, onder meetschalen. NEECHAM Confusion Scale (Neelon et al, 1996, vertaling Milisen 1999) zie: www.aaos.org/wordhtml/archives/arch2.pdf, pagina 6 (Engelstalig).

Nursing, december 2005

Het onderzoek
Multicomponent intervention strategies for managing delirium in hospitalized older people: systematic review. Journal of Advanced Nursing, 2005, 52(1), pag. 79–90. Systematisch literatuuronderzoek naar de effectiviteit van multicomponente interventiestrategieën voor delier bij ouderen die opgenomen zijn in een ziekenhuis.

Onderzoekers
Koen Milisen, Joke Lemiengre, Tom Braes, allen werkzaam in het Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschap van de Katholieke Universiteit Leuven, Marquis D. Foreman, Department of Medical-Surgical Nursing, University of Illinois at Chicago.

Conclusie
De meest effectieve manier om delier te behandelen is het te voorkomen door multicomponente interventies en multidisciplinaire samenwerking.

Meer informatie: koen.milisen@med.kuleuven.be

Reactie van een collega
Tineke van der Kruk, verpleegkundig specialist Geriatrie in het AMC in Amsterdam en voorzitter van de Vereniging Verpleegkundigen Vakgebied Geriatrie (VVVG): ‘Als je de titel van deze bijdrage leest en de conclusie, dan bekruipt je de gedachte: is dit alles wat er is? Natuurlijk is voorkomen effectiever dan genezen en ongetwijfeld zijn multicomponente maatregelen beter dan enkelvoudige maatregelen. Maar dat is dan ook gelijk het grote probleem bij implementatie van dergelijke maatregelen. Het is al moeilijk om tijdens het onderzoek naar de effectiviteit van de interventies ervoor te zorgen dat die interventies ook echt gebeuren. Moet je je voorstellen hoe moeilijk het is om dat te waarborgen in de dagelijkse praktijk. Het voorkomen en tijdig herkennen van delier is lastig. Dat moet je leren, daar moet je een klinische blik voor ontwikkelen. Het is niet genoeg als verpleegkundigen het delier herkennen, de dokter moet er ook wat mee doen. Bedenk dat ook veel artsen weinig weten over delier. Verpleegkundigen kunnen zowel de patiënt als de arts behulpzaam zijn als ze hun observaties onderbouwen met een wetenschappelijk verantwoorde observatielijst zoals de Delirium Observaties Schaal (DOS).3’


Naar overzicht dossier Delier

Daphne Wijffels

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Nursing is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden