Gratis nieuwsbrief Meld je aan voor de gratis e-mail nieuwsbrief van Nursing, TvV en TvZ. Klik hier

Wel of niet intermitterend katheteriseren bij een retentieblaas?

Wat is beter bij een post-op patiënt met een retentieblaas: intermitterend katheteriseren of een verblijfskatheter?

Casus
Een jonge man heeft postoperatief een retentieblaas. Je overlegt met een collega, want je weet niet goed of er een urinekatheter ingebracht moet worden of dat het beter is intermitterend te katheteriseren. Jij denkt dat het laatste het beste is, omdat het slechts voor korte duur zal zijn en omdat er geen pathologie ten grondslag ligt aan het niet kunnen plassen. Maar zeker van je zaak ben je niet.

1 Formuleer je vraag
(P=patiënt of probleem, I=interventie, C=vergelijking en O=uitkomst)
P Patiënt postoperatief
I Intermitterend katheteriseren
C Verblijfskatheter
O Urineweginfectie, patiëntencomfort, kosten

Stap 2a. Zoekstrategie
Gezocht in de databases van het Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO en WIP (Werkgroep Infectie Preventie) op urineweginfectie, katheteriseren. In PubMed en de Cochrane database op urinary tractinfection, intermittent catheterisation, indwelling catheterisation.2

Stap 2b. Opbrengst zoekstrategie
De WIP geeft een samenvatting van een Systematic Review (SR) over het gebruik van een verblijfskatheter versus een suprabubische katheter en een verblijfskatheter versus intermitterend katheteriseren.3 Cochrane biedt de volledige SR over dezelfde vergelijkingen.4 En in PubMed vonden we de oorspronkelijke gerandomiseerde onderzoeken (RCT’s) die opgenomen zijn in bovenstaande SR.4 We besloten deze laatste kritisch te beoordelen.

Stap 3a. Beoordeling methode
De SR4 is helder beschreven. De beoordeling van de RCT’s is door twee onafhankelijke reviewers gedaan. Zij hanteerden expliciete in- en exclusiecriteria en de wijze waarop ze consensus bereikten staat beschreven. Met de zoekactie vonden zij acht RCT’s waarvan er bij nader inzien drie relevant bleken voor de vraagstelling. Het verschil tussen een verblijfskatheter en intermitterend katheteriseren is beschreven met het oog op bacteriurie en kosten. De oorspronkelijke RCT’s waren voldoende vergelijkbaar (zowel klinisch als statistisch) waardoor de reviewers terecht één algemene schatting van het effect hebben kunnen berekenen (poolen). Wat betreft de individuele kwaliteit van de RCT’s valt de kanttekening te maken dat twee van de drie niet op juiste wijze zijn gerandomiseerd. Ook was er in één RCT dertig procent loss-to follow-up, ofwel uitval. In een andere RCT was dat twaalf procent. De reden van de vele uitvallers is niet beschreven.

3b Beoordeling resultaten
Met de SR is een beperkt aantal onderzoeken gevonden om het verschil in bacteriurie en kosten tussen een verblijfskatheter en intermitterend katheteriseren aan te kunnen tonen. Toch kunnen we de conclusie trekken dat er significant meer bacteriurie voorkomt bij gebruik van de verblijfskatheter; bijna driemaal zo vaak. De reviewers merken hierover op dat een positief urinesediment gebruikt werd om een infectie aan te tonen. Een dergelijk positief sediment geeft alleen kolonisatie aan. Pyuria (pus in de urine) zou pas echt blaaskolonisatie aantonen. Het zou kunnen zijn dat waar uitgegaan wordt van blaasinfectie er eigenlijk alleen sprake was van kolonisatie.
Uit de SR bleek dat in de intermitterend gekatheteriseerde groep veel postoperatieve patiënten helemaal niet of soms maar eenmalig gekatheteriseerd hoefden te worden. De reviewers maken de kanttekening dat intermitterend katheteriseren tijdrovender is en geassocieerd wordt met discomfort.
In twee studies werden de kosten vergeleken en de verblijfskatheter blijkt kosteneffectiever.

4 Conclusie en toepassing
Op basis van het best beschikbare bewijs lijkt het aan te bevelen bij patiënten bij wie peri-operatief geen verblijfskatheter is ingebracht en die postoperatief wel een retentieblaas hebben, te starten met intermitterend katheteriseren. Het bewijs is weliswaar beperkt, maar er is aangetoond dat er minder infecties voorkomen in de groep intermitterend gekatheteriseerde patiënten. Het intermitterend katheteriseren is echter wel duurder dan een verblijfskatheter. De reviewers concluderen dat meer gedegen onderzoek nodig is naar het gebruik van verblijfskatheters versus intermitterend katheteriseren.

5. Evaluatie
Bovenstaande conclusie wordt op dit moment op verschillende afdelingen en niveaus besproken.

Ja. Pas intermitterend katheteriseren toe bij patiënten met een retentieblaas bij wie geen verblijfskatheter is ingebracht na een ongecompliceerde operatie.

tekst: Lotte Verweij, Carla van Elzelingen1

Noten
1. Lotte Verweij, seniorverpleegkundige neurochirurgie en Carla van Elzelingen, ziekenhuishygiënist, beiden werkzaam in het Academisch Medisch Centrum Amsterdam en beiden student master evidence-based practice.
2. www.wip.nl, www.cbo.nl, www.pubmed.gov, www.cochrane.nl.
3. Niël-Weise BS, van den Broek PJ. Urinary catheter policies for short term bladder drainage in adults. Abstract, WIP.
4. Niël-Weise BS, van den Broek PJ. Urinary catheter policies for short-term bladder drainage in adults. Cochrane Database of Systematic Reviews 2005, Issue 3.

Redactie Nursing.nl

5 reacties

  • no-profile-image

    Ruud Andriessen

    Al meer dan een jaar katheteriseer ik mij intermitterend vanwege ernstige retentie. Ik hadbijna constant beginnende blaasontsteking, ondanks gebruik van Granberry capsules. Sinds ik 2 maanden geleden knoflook capsules erbij ging gebruiken blijft de blaasontsteking weg! Daar ben ik erg blij mee.

  • no-profile-image

    patrick

    bacteriurie geeft uiteraard een verhoogd risico op UWI en zal bij langdurige verblijfskatheterisatie ook hiertoe gaan leiden, omdat er geen normale wash out is van de urine en de bacteriën in de blaas. Tevens kunnen er andere complicaties optreden zoals een schrompelblaas en katheter verstoppingen.
    Er wordt gesproken dat eenmalige katheterisatie duurder is als verblijfskatheterisatie. Met de huidge eenmalige katheters (kant en klaar, zoals Actreen glys van bBraun) kost het eenmalig katheteriseren 1/5 van de verblijfskatheter (+ gebruik inbrengset en additionele materialen). Dit kan op jaarbasis een aanzienlijk bedrag schelen en veel onnodige katheterisaties en risico en kosten van urineweginfecties voorkomen

  • no-profile-image

    Paula Roovers

    Zou je de sites van de artikelen erbij willen zetten? Ik vind de artikelen namelijk niet die je gebruikt hebt. Alvast heel erg bedankt!

  • no-profile-image

    kok Rietbroek

    mijn vraag hierop is ik heb op 4 oct 2010 een verblijfs catheter gekregen en heb daardoor op 5 november 2011 een Urosepsis gehad met een stress hart als gevolg van deze 14 dagen van ernstig ziek zijn
    ik was Diabeet en pijn patient gebruikte o.a. 2X 50 mgr Ms Contin en heb nu constant blaasontsteking veroorzaakt door E-coli en mag vanwege allergie geen penecilline hebben verder reageert de bacterie nergens op en wat nu ???????? kok

  • no-profile-image

    Bram

    Een vraagje:

    Volgens de Richtlijn Urineweginfecties van de NVVA (nu Verenso) is het voorkomen van bacteriurie alleen geen reden tot behandeling voor een UWI; iedereen met een verblijfskatheter ontwikkeld dit op den duur en er is geen bewijs dat dit oorzaak is van verdere morbiditeit. Dit gaat dan natuurlijk over verpleeghuisbewoners, maar ik ben benieuwd hoe dit zich tot jonge, gezonde patiënten verhoud.
    Als bacteriurie geen goede maat is voor de incidentie/prevalentie van daadwerkelijke infecties/andere complicaties vraag ik me af in hoeverre de resultaten relevant zijn.

    Mijn vraag aan mevr Verweij en van Elzingen is dus in hoeverre hierover gegevens over (gezonde)volwassenen voorhanden zijn.

    Hierop voortbordurend: in alinea 4 wordt gesproken van 'infecties' terwijl daar volgens mij 'bacteriurie' dient te worden genoemd op basis van de Cochrane Review.

    Link naar NVVA richtlijn: http://nvva.artsennet.nl/web/file?uuid=a0a13ddb-66c0-4db4-b332-b96f03c65ee5&owner=82946331-4422-4bb6-baff-da95c9070c97

Of registreer je om te kunnen reageren.

Nursing is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden