Gratis nieuwsbrief Meld je aan voor de gratis e-mail nieuwsbrief van Nursing, TvV en TvZ. Klik hier

Medicijnquiz januari 2010: respiratoire insufficientie

Ga de uitdaging aan en test vrijblijvend je medicijnkennis. Dit keer: Respiratoire insufficiëntie bij COPD. Onder de vragen zie je de antwoorden en een toelichting.

Casus
Mevrouw De Vries wordt opgenomen vanwege een respiratoire insufficiëntie bij COPD. Haar pO2 is 8,4 kPa (laag) en haar pCO2 is 7,9 kPa (hoog). Mevrouw de Vries krijgt zuurstof (½ liter / minuut). De arts schrijft voor dat mevrouw de Vries dagelijks 50 milligram prednisolon (Di-Adreson-F® of DAF) i.v. moet krijgen. Ook start zij met een theofylline-infuus (Theolair®) (600 mg / 24 uur) en mag ze 6 maal daags vernevelen met ipratropium en salbutamol (Ipramol®). Na een paar uur controleert de arts opnieuw haar bloedgas. Die is niet verbeterd. Daarom krijgt mevrouw de Vries intraveneus doxapram (Dopram®, 1,5 mg / minuut). Vanwege de aanhoudende benauwdheid mag mevrouw elk uur vernevelen met de Ipramol®. Ook schrijft de arts 2 maal daags budesonide-verneveling (Pulmicort®) voor en 3 maal daags acetylcysteïne (Fluimucil®).

1. Wat doet dopram?
a) Het stimuleert de ademhaling en voorkomt verzuring van het bloed.
b)  Het maakt sputum minder taai.
c) Er zijn geen aanwijzingen dat de toepassing van dopram van klinisch nut is bij (acute) COPD.

2. Wat doet het xanthinederivaat theophylline?
a) Het heft bronchospasmen op.
b) Het stimuleert de ademhaling en voorkomt verzuring van het bloed.
c) Het maakt sputum minder taai.
d) Niet zo heel veel bij (acute) COPD. De bijwerkingen zijn veelvuldig, de effectiviteit discutabel.

3. Wat doet acetylcysteïne?
a) Het heft bronchospasmen op.
b) Het stimuleert de ademhaling en voorkomt verzuring van het bloed.
c) Het maakt sputum minder taai
d) Er zijn geen aanwijzingen dat de toepassing van acetylcysteïne van klinisch nut is bij (acute) COPD.

4. Wat doet de combinatie ipratropium en salbutamol (Ipramol®)?
a) Het heft bronchospasmen op.
b) Het stimuleert de ademhaling en voorkomt verzuring van het bloed.
c) Het maakt sputum minder taai.
d) Er zijn geen aanwijzingen dat de toepassing van Ipramol® van klinisch nut is bij (acute) COPD.

5. Mogen de geneesmiddelen Ipramol® en Pulmicort® bij elkaar in één verneveling?
a) Ja, een luchtwegverwijder en een luchtwegbeschermer bij elkaar geeft een optimaal effect.
b) Ja, hoe groter het volume in de sprayset, hoe beter de spray de luchtwegen bereikt.
c) Nee, je dient eerst de luchtwegverwijder toe, zodat de luchtwegbeschermer beter aan komt in de longen.
d) Nee, twee luchtwegbeschermers bij elkaar heeft geen zin.

6. Mw. De Vries knapt gelukkig op. Het enige waar ze last van heeft is een pijnlijke mond. Het blijkt een schimmelinfectie. Waardoor kan deze zijn ontstaan?
a) Door de theofylline
b) Door de acetylcysteïne
c) Door de ipratropium en salbutamol
d) Door de budesonide


Antwoorden:

1 B Het stimuleert de ademhaling en voorkomt verzuring van het bloed.
Dopram ondersteunt de longventilatie en voorkomt of verbetert een hoog koolstofdioxide (hypercapnie) en hoge pH (acidose) bij matige tot ernstige respiratoire insufficiëntie in combinatie met zuurstofbehandeling, in afwachting van meer doeltreffende maatregelen, zoals beademing, intubatie, of antibiotische therapie.

2 D Niet zo heel veel bij (acute) COPD. De bijwerkingen zijn veelvuldig, de effectiviteit discutabel. Het middel laat in studies wel bronchusdilitatie zien, maar is veel minder effectief dan beta-antagonisten (zoals salbutamol) of anticholinergica (zoals budesonide en fluticason).1 Het middel kan daarnaast ernstige bijwerkingen geven op het maagdarmstelsel en het centrale zenuwstelsel. Bovendien bestaat er het risico op toxicatie bij gelijktijdig gebruik met andere geneesmiddelen. Hoewel het gebruik van theofylline bij COPD dus controversieel is, wordt het soms toch nog voorgeschreven bij patiënten die niet goed reageren op beta-antagonisten, anticholinergica en inhalatiesteroïden. De reden daarvoor is dat theofylline mogelijk sputum minder taai maakt, de ademhalingsimpuls verbetert en bij COPD mogelijk ook anti-inflammatoir werkt.

3 C Een mucolyticum zou de stroperigheid van taai bronchussecreet verminderen. Er zijn echter geen aanwijzingen dat de toepassing van mucolytica van klinisch nut is. Daarom is door het College van Zorgverzekeringen besloten om Acetylcysteïne per 1 januari 2010 niet meer te vergoeden in de eerste lijn.

4 A Het heft bronchospasmen op. Ipramol® bestaat uit salbutamol (zoals Ventolin®) en ipatropium (zoals Atrovent®). Beiden werken op verschillende manieren bronchospasmen tegen, waardoor de ademweg verwijdt.

5 C Dit is het juiste antwoord. Als de luchtwegverwijder eerst wordt gegeven, is de luchtwegbeschermer effectiever, omdat die beter op de juiste plek terechtkomt.

6 D Door de budesonide: een schimmelinfectie is een bekende bijwerking van inhalatiecorticosteroïden, maar ook prednisolon kan hiervan de boosdoener zijn.

Literatuur
Barnes PJ: Theophylline: new perspectives on an old drug. Am J Respir Crit Care Med 2003;167;813-818. A review on the mechanisms of action of theophylline. It may promote steroid action in COPD.

Door: Sandra Hansma, verpleegkundige

Met dank aan Annemieke Horikx, apotheker wetenschappelijk instituut van de KNMP (KNMP Geneesmiddel Informatie Centrum)

Redactie Nursing.nl

Of registreer je om te kunnen reageren.

Nursing is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden