Gratis nieuwsbrief Meld je aan voor de gratis e-mail nieuwsbrief van Nursing, TvV en TvZ. Klik hier

Tillen en verplaatsen van obese patiënten

Steeds meer patiënten hebben matig tot ernstig overgewicht. Dat maakt je werk als verpleegkundige er niet eenvoudiger op. Hoe zorg je voor het veilig verplaatsen van patiënten met overgewicht en voorkom je overbelasting bij jezelf en je collega’s?
Tillen en verplaatsen van obese patiënten

Door Mandy Jacobs

Het toenemende aantal obese patiënten vraagt van verpleegkundigen extra aandacht voor til- en verplaatstechnieken, en ook voor de hulpmiddelen die je daarbij kunt inzetten. Nursing sprak hierover met twee deskundigen, Rianne Huijbregts en Veerle Bosschem. Eerstgenoemde is directeur van de Nederlandse organisatie Zwaartepunt die hulpverleners schoolt in de zorg voor obese patiënten, onder meer in het verplaatsen en tillen. Veerle Bosschem is adjunct-hoofdverpleegkundige op de Intensieve Zorg heelkunde en lid van de werkgroep Obesitas in het Universitair Ziekenhuis Gent, die zich bezighoudt met de specifieke noden van obese patiënten op de afdeling intensieve zorgen. Wij vatten hun aanbevelingen samen in vijf tips.

Tip 1: vorm je een goed beeld van je patiënt
Het belangrijkst bij het verplaatsen van een obese patiënt is de voorbereiding. Ga niet gelijk aan de slag, maar begin met vragen stellen aan je patiënt. Wat kan hij en wat niet, hoe verplaatst hij zichzelf normaal en welke hulpmiddelen en trucs gebruikt hij daarbij? Probeer daarnaast aan de hand van het gewicht en de BMI een inschatting te maken van wat hij kan en waarbij hij hulp nodig heeft. Heel bruikbaar om de bewegingsmogelijkheden helder te krijgen is de indeling in vijf mobiliteitsklassen: van groen (geheel zelfstandig) via groen/oranje (gebruikt hulpmiddel als looprek en voor langere afstanden scootmobiel), oranje (wel staan, niet lopen) en oranje/rood (wel zitten met steun, niet staan), naar rood (volledig hulpafhankelijk).

Tip 2: kijk naar de lichaamsbouw van je patiënt
De lichaamsbouw van de patiënt is bepalend voor het verplaats- en zorgplan. Bij een zogenaamd ‘appelfiguur’ concentreert het vetweefsel zich rond romp en buik. Dat geeft problemen bij bewegingen voorover, dus ook bij opstaan: de buik zit daarbij in de weg. Bij een ‘peerfiguur’ concentreert het vetweefsel zich voornamelijk in de benen. Wassen en katheter verwisselen kunnen dan problemen geven, omdat de patiënt de benen niet ver genoeg kan spreiden. Wanneer de vetconcentratie zich vooral rond bekken en heupen bevindt heeft de patiënt een zogenaamde ‘champignonfiguur’. Dit geeft vaak problemen in een zittende houding, omdat de achterzijde ver uitsteekt en de rug daardoor niet ondersteund wordt. Liggen op de rug is voor deze patiënten vaak niet mogelijk.

Tip 3: zoek geschikte hulpmiddelen
Check of er hulpmiddelen beschikbaar zijn die passen bij maat en gewicht van de patiënt. Een optrekbeugel boven het bed gaat tot ongeveer 200 kilo, een normale personentillift ook. (In de thuiszorg zelfs maar tot 130 - 160 kg, afhankelijk van de leverancier.) =checken bij Rianne= Is de patiënt zwaarder, dan heb je een XL-versie nodig, en waarschijnlijk ook een extra breed hoog-laagbed. Reguliere anti-decubitusmatrassen zijn soms slechts geschikt voor maximaal 110 kg. Wil je een obese patiënt van bed naar stoel helpen, check dan vooraf of de tillift het aankan, en of er een (rol)stoel is die breed genoeg is. Ook kunnen obese patiënten niet altijd 90 graden rechtop zitten. Probeer dat voor de verplaatsing van bijvoorbeeld bed naar stoel in te schatten, en kijk vooraf welke stoel je het best kunt gebruiken: rolstoel of vast, let op breedte en draagkracht. Voor iemand die moeilijk kan opstaan vanwege knieproblemen of een heel grote buik, kan een opstastoel goed werken. (Let ook hier op dat de stoel breed genoeg is en het gewicht aan kan; gewone sta-op-stoelen 'gaan' tot maximaal 185 kg.)

Onmisbare trucs en hulpmiddelen die weinig kosten
• Bij een zittende patiënt het bed een klein beetje in Trendelenburg zetten, voorkomt onderuitschuiven. Zet ook bij hogerop helpen het bed - met stevige optrekbeugel - op de juiste bedhoogte en een beetje in Trendelenburg. Gebruik een glijmat onder de benen of een stuk foamrol onder de kuiten, de zogenaamde kuitrol.
• Gebruik bij het horizontaal verplaatsen in bed twee zeer gladde glijmatten. Deze tunnelvormige glijzeilen leg je naast elkaar onder de patiënt met erop een steeklaken. Dat lukt door matten en laken tot een smalle strook op te vouwen, en ze met twee personen van voeten naar boven onder de patiënt door te schuiven. Bij verdikkingen zoals onder de billen gebruik je een zaagtechniek. Horizontaal verplaatsen met twee personen lukt nu eenvoudig.
• Ook om een tilband of een laken onder de patiënt te schuiven, is het handig om twee dunne, zeer gladde glijzeilen te gebruiken. Deze leg je op elkaar onder de patiënt met bovengenoemde techniek. Tussen de supergladde zeilen door schuif je met z’n tweeën met gemak een laken of tilband. Door zagen en schuiven kun je de glijzeilen weer verwijderen. Zo kun je het bed verschonen zonder dat de patiënt op zijn zij hoeft te rollen. Daardoor is een extra breed bed niet nodig en heb je geen valrisico.
• Ook zijn er glijdekens of glijlakens beschikbaar die permanent op bed kunnen blijven liggen. Daardoor kun je de patiënt gemakkelijker hogerop leggen of kantelen in bed. De continue aanwezigheid van dit ondoordringbare hulpmiddel in bed vraagt wel extra aandacht, in verband met een hoger risico op decubitus en vochtletsels.
• De benen vormen circa 20% van het lichaamsgewicht. Als een patiënt zijn knieën niet kan optrekken is een glijmat onder de benen een goed hulpmiddel voor het in en uit bed draaien, of ter ondersteuning van het hogerop helpen in bed.
• Als een obese patiënt niet voorover kan leunen om op te staan, kan een speciale paal tussen plafond en vloer worden geklemd, waaraan hij zich overeind kan trekken. Verkrijgbaar via Preston Ability of Dencor. (In Nederland kan deze ‘pakpaal’ soms aangevraagd en vergoed worden via de WMO)
• Met een rollator met een zitje (moet wel het gewicht aankunnen) kan de patiënt op eigen kracht een stukje lopen.
• Op plaatsen waar een tillift niet beschikbaar is, gebruik je voor een horizontale transfer van bed naar brancard een glijplank in combinatie met een glijmat en een steeklaken. De patiënt ligt op het steeklaken, twee mensen trekken daarmee de patiënt een beetje op één zij, en twee anderen schuiven de plank (ter lengte van het lichaam en ruim een halve meter breed) voor een derde onder de patiënt. Het hoofd en de benen leg je alvast zoveel mogelijk op de plank. Je zet de brancard in positie: twee centimeter lager dan het bed, onder de glijplank tegen het bed aan op de rem. Twee mensen staan met de heupen tegen de brancard en trekken het laken naar de brancard toe. Vanaf de andere kant lichten twee mensen de patiënt aan het laken iets op, waardoor die gaat glijden over de plank. Zo schuift de patiënt gecontroleerd op de brancard.
• Met een kleine glijplank (30 centimeter bij 60 centimeter tot een meter) kan je een patiënt vanuit zitten in bed verplaatsen naar een (rol)stoel. De patiënt verplaatst zich, eventueel met (een beetje) hulp, zijwaarts op de plank en glijdt, vastgehouden door minimaal twee verpleegkundigen, over de plank naar de stoel. Het is belangrijk dat de patiënt zelf kan meehelpen, anders is het valrisico bij deze methode te hoog. Ook de praktijkregels thuiszorg schrijven voor dat de cliënt de transfer op een glijplank (bijna) geheel zelfstandig moet kunnen uitvoeren, omdat het anders te zwaar is voor de zorgverleners.1 Als je bijvoorbeeld de benen moet 'meenemen' sta je in een voorovergebogen houding (zwaar) te tillen. Het 'tilletje' aan de broekband is eveneens vaak te zwaar voor de zorgverlener.)

Zwaarder en duurder materiaal
Wanneer je regelmatig of langdurig obese patiënten moet verzorgen, zijn de volgende hulpmiddelen te huur of te koop.
• De Barton Chair is een brancard, in verschillende breedtes te verkrijgen, die kan omgevormd worden tot (rol)stoel.
• Een plafondlift met frame, met bijbehorend tillaken dat je permanent onder de patiënt legt. Dit laken heeft lussen aan de zijkant, die je aan de plafondlift kunt bevestigen. Dit geeft veel mogelijkheden: je helpt de patiënt gemakkelijk omhoog in bed, draait hem gemakkelijk op zijn zij zonder valrisico en helpt bij een horizontale transfer naar bijvoorbeeld een brancard of ok-tafel. Een plafondlift is zeer comfortabel en veilig, en is te huur met frame waarin hij hangt.
• Een actieve tillift met een loopfunctie. Je kunt hiermee de patiënt helpen mobiliseren met een minimaal risico op uitglijden of vallen.
• Een bed met opstafunctie is in verschillende breedtes te huur of te koop.
• Een schepbrancard - meestal wel beperkt tot 160 kilo - om patiënten van de grond te tillen. Gewoonlijk is deze brancard standaard in ambulances aanwezig.
• De Hovermatt is een mat met een luchtdichte bovenkant en een luchtdoorlatende bodem. Door er lucht in te persen gaat de mat net boven het bed ‘zweven’ (volgens het principe van een hovercraft). Daardoor is de mat met de patiënt erop eenvoudig horizontaal te verplaatsen.
• De HoverJack is bedoeld om mensen van de grond naar bedhoogte te tillen. Het is een matras die je onder de patiënt schuift. Daarna blaas je de horizontale luchtkamers van 20 cm hoog een voor een op. Dit maakt veel lawaai, maar de patiënt wordt zonder menskracht omhoog gebracht tot op bedhoogte.
• Begin 2010 komen in Nederland verrijdbare ok-tafels op de markt: ideaal omdat minder transfers nodig zijn: de patiënt kan direct van bed naar ok-tafel.
Alle genoemde materialen zijn op internet te vinden en te bestellen bij diverse gespecialiseerde firma’s. Zie kader ‘Meer informatie over obesitas’. Voor de thuiszorg: een deel van de hulpmiddelen kan aangevraagd en vergoed worden via zorgverzekering of WMO. Dit kost altijd even tijd. Via de reguliere 'uitleen' zijn de XL-hulpmiddelen meestal niet verkrijgbaar. Sommige thuiszorgorganisaties hebben speciale afspraken met een zorgkantoor, om deze XL-hulpmiddelen toch snel bij de cliënt in huis te hebben.

Wat als geen tillift voor handen is?
• Reken bij het verplaatsen van volledig afhankelijke patiënten één hulpverlener per circa 45 kilo. Voor het verplaatsen van een persoon van 160 kilo zijn dus vier zorgverleners nodig, liefst met een glijdeken of glijlaken als hulpmiddel.
• Ligt een patiënt op de grond (bijvoorbeeld door een val), laat dan bij voorkeur een tillift komen. Zorg intussen voor voldoende warmte en comfort op de grond.
• Kan dit niet of past de tillift niet in huis, laat dan via een ambulancedienst een schepbrancard komen. De meeste ambulancediensten hebben deze. De patiënt moet als hij erop ligt vervolgens wel met menskracht worden opgetild. Daarom heeft een tillift een sterke voorkeur.
• Personen van meer dan 150 kilo hebben een speciale XL-brancard nodig, en liefst ook een XL-ambulance. UMCG Ambulancezorg (ambulancedienst Friesland en Drenthe, verbonden aan UMC Groningen) heeft als eerste in Nederland vier extra grote ‘Ambulance Plus’ wagens rijden2. Deze worden op verzoek door heel Nederland ingezet, en zijn te reserveren via 112 of via Meldkamer Drenthe (0592 -38 29 61). In België rijden vooralsnog geen XL-ambulances, wel zijn er ambulances (onder meer in Antwerpen, www.ambulancecentrum.be) waarin een ziekenhuisbed past.
• Lukt het niet met een ambulance, dan worden obese patiënten in de praktijk vervoerd met hulp van de brandweer of een verhuiswagen.

Tip 4: bescherm jezelf en de patiënt
Ook al heb je de juiste hulpmiddelen te pakken, let erop dat je de patiënt geen pijn doet of beschadigt. Hetzelfde geldt uiteraard voor jezelf. De huid van obese patiënten is vaak zwaar belast door de grote hoeveelheden onderhuids vet. Ga niet duwen in de huid van de patiënt. Omdat je kracht wilt zetten, heb je namelijk snel de neiging om te ‘puntig’ druk uit te oefenen. Daardoor kunnen onderhuidse lagen scheuren. Dat is enorm pijnlijk voor de patiënt. In zo’n geval kan bijvoorbeeld een glijmat uitkomst bieden. Houd goed contact met de patiënt tijdens het tillen of verplaatsen: kijk en luister wat hij aangeeft.

Tip 5: wees creatief!
Obese patiënten hebben vaak flinke bewegingsbeperkingen, maar daar kun je best creatief mee omgaan. Bij het wassen bijvoorbeeld. Ook al kan de patiënt uit bed, douchen is voor veel obese patiënten niet de beste manier om hun onderlijf te wassen: de patiënt kan door een hangende buik of enorme beenomvang niet bij de onderste helft van zijn lichaam. Laat in dat geval de patiënt zelf douchen en was daarna het onderlijf op bed. Daarbij kan je in overleg met de patiënt een van zijn benen in de sling van een tillift hangen. Zo krijg je de huidplooien beter schoon en droog, erg belangrijk om smetten te voorkomen. Bij de meeste thuiszorgwinkels is een ‘verlengde arm’ te koop, voor patiënten die niet goed bij hun onderlijf kunnen. Hier kun je een washandje of wc-papier in klemmen. Het 'verzorgend' wassen (wassen zonder water) kan ook een oplossing zijn.3

Met dank aan Ria Snoek, wijkverpleegkundige en ergocoach, Activite Thuiszorg Groot Rijnland Leiderdorp

Noot
1 http://www.arbocatalogusvvt.nl/arbocatalogus/fysieke-belasting/richtlijnen.html
2 Artikel over Ambulance plus: http://www.rav.nl/assets/documents/091209%20Nederlands%20dagblad%20Ambu1.pdf
3 Meer informatie over wasdoekjes vind je via www.nursing.nl/nieuws > ‘Gebruik van wasdoekjes twee keer zo snel’ (10 september 2009).

Meer informatie
Cursussen tillen en verplaatsen vind je bijvoorbeeld op www.zwaartepunt.nl of www.diligent.nu.
 
Verhuur en verkoop van hulpmiddelen:
- Doove: www.doove.nl/obesicare
- Liko: www.liko.com/nl
- Care 2move/obesirent: www.obesirent.nl
- Arjo Huntley: www.arjo.com/nl/Page.asp?Pagenumber=654 of zoek op obesitas
- Lopital: www.lopital.nl, zoek onder meer op XL
- Hill-Rom: www.hill-rom.com/netherlands > producten > obesitas zorg
- Preston Ability: www.prestonability.nl > producten > XXL Preston Lijn
- Dencor: www.dencor.nl

Obese patiënten op intensieve zorgen
In het UZ Gent volgde een speciale werkgroep obese patiënten op de intensieve zorgen van opname tot ontslag. Dit leidde tot nuttige aanbevelingen over bijvoorbeeld voeding, huid- en wondverzorging bij deze patiëntengroep. Ook stelde de werkgroep richtlijnen op met betrekking tot psychosociale begeleiding van obese patiënten, en formuleerde men aandachtspunten over medicatie en (til)hulpmiddelen. Bovendien wil het ziekenhuis een centraal uitleenpunt inrichten voor hulpmiddelen die nodig zijn voor goede zorgverlening aan obese patiënten. Denk aan glijmaterialen en een XL-uitvoering van hoog-laagbedden, (toilet)stoelen, en een tillift (minimaal een die patiënten van de grond kan tillen). Maar ook aan XL-uitvoeringen van patiëntenhemden, bloeddrukmanchetten, bedpannen en intramusculaire naalden.
Het eindrapport van de werkgroep wordt gepubliceerd en geïmplementeerd in 2010. Meer informatie: UZ Gent IZ 1K12C, Veerle Bosschem, telefoon (0032)(0)9-332 89 21, veerle.bosschem@uzgent.be.

Redactie Nursing.nl

Of registreer je om te kunnen reageren.

Nursing is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden