Gratis nieuwsbrief Meld je aan voor de gratis e-mail nieuwsbrief van Nursing, TvV en TvZ. Klik hier

Antwoorden toets NursingTopic: shock

Antwoorden Nursingtopic
Test geplaatst in Nursing december 2010

Artikel:
Klinisch redeneren: hypovolemische shock
Door Marc Bakker en Alexia Hageman
Artikel:
Verdedigingslinie en hun zwakke plekken
Door: Paul Bocken

 

1. Als je kijkt naar de klinische verschijnselen van de heer Korevaar, wat is dan je mening over wat men aantrof bij reoperatie?
A. het gevonden bloedverlies bij de operatie is eigenlijk heel verrassend
B. de klinische parameters van 15.00 uur passen bij het gevonden bloedverlies
C. terugkijkend was er van begin af aan al sprake van een peritoneale prikkeling, ondanks pijnscore 0
D. de shock was om 14.00 uur al voorbij de fase van het compenseren

2. Wat is bij bloeddrukdaling de prikkel voor de hersenstam om de sympathische activiteit te verhogen?
A. het inzicht van de patiënt in de situatie levert angst op
B. een afgenomen stroom prikkels uit de baroreceptoren
C. een daling van de pH van het plasma, geregistreerd door chemosensoren
D. een daling van het zuurstofaanbod aan de hersenen, geregistreerd door chemosensoren

3. Welke uitspraak over adrenaline bij shock is juist?
A. adrenaline zorgt ervoor dat er meer glucose beschikbaar is voor de hersenen
B. de sinusknoop reageert alleen op de adrenaline in het bloed
C. adrenaline is de enige factor die zorgt voor vasoconstrictie in huid en buikorganen
D. adrenaline is een onmisbare schakel in de serie hormonen die via het RAA-systeem het bloedvolume laten toenemen

4. Welke uitspraak over de kwetsbaarheid van de hersenen is juist?
A. een verstoorde circulatie in de hersenen leidt tot uitgebreide plaatselijke acidose en lekkage van haarvaten
B. hersencellen produceren alleen energie zolang er zuurstof komt
C. hersencellen zijn op de eerste plaats gevoelig voor kleine schommelingen in de elektrolyten
D. zodra de gemiddelde bloeddruk onder de 90 komt, vermindert de prikkelvorming razendsnel

5. Welke omstandigheden zijn ongunstig voor de zuurstofbalans in de hartspier bij shock?
A. de toegenomen veneuze return en de bloeddrukdaling
B. de slechtere compliantie en de tachycardie
C. de toegenomen vaatweerstand en de hyperglykemie
D. de metabole acidose en de toegenomen ademhalingsfrequentie

Sleutel: 1.B, 2.B, 3.A, 4.B, 5.B

Redactie Nursing.nl

Eén reactie

  • no-profile-image

    joost rotty

    Bij een shocktoestand is er sowieso een perfusieprobleem: zowel distributieve of cardiogene shock zal een stoornis geven in de verhouding 02 verbruik/O2 aanvoer.
    Toen ik vroeger op ICU UZ Gent werkte,werden er supra-normale waarden nagestreefd om aldus -vooral- de hersenen én andere vitale organen voldoende te oxygeneren.

Of registreer je om te kunnen reageren.

Nursing is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden