Gratis nieuwsbrief Meld je aan voor de gratis e-mail nieuwsbrief van Nursing, TvV en TvZ. Klik hier

Medicijnquiz april 2011: coumarines

Coumarines
Medicijnquiz april 2011: coumarines

Casus
Mevrouw Kuipers, 74 jaar, woont nog thuis en krijgt sinds kort ondersteuning van de thuiszorg. Bij de intake neemt de verpleegkundige de medicatie met haar door. Haar dochter zet deze wekelijks voor haar uit in een medicijndoos. Mevrouw gebruikt onder meer acenocoumarol, een coumarinederivaat.

Coumarinederivaten (coumarines) of vitamine K-antagonisten (VKA) zijn geneesmiddelen die worden toegepast bij een verhoogde neiging tot bloedstolling, zoals bij trombose, sommige hartziekten en na implantatie van hartkleppen. In Nederland zijn acenocoumarol en fenprocoumon op de markt, in België ook warfarine.  

Vragen

1. Coumarinederivaten remmen de vorming van fibrine door trombine doordat ze de werking van vitamine K blokkeren.

a. Juist
b. Onjuist

2. Wat is een contra-indicatie voor het gebruik van coumarinederivaten?

a. Ernstige hypotensie
b. Maligne of ernstige, ongecontroleerde hypertensie
c. Boezemfibrilleren
d. Acuut hartinfarct

Hoewel deze middelen heel effectief zijn, is de therapeutische breedte klein. Dat wil zeggen dat de dosering waarbij een therapeutisch gewenst antistollingseffect wordt bereikt, dicht ligt bij de dosering waarbij het effect te sterk of juist te zwak is. Een te sterke antistolling verhoogt de kans op ernstige bloedingen, bij een te zwakke antistolling zijn coumarines niet effectief en blijft een verhoogd risico op trombose bestaan. De gevoeligheid voor coumarinederivaten verschilt sterk tussen mensen onderling, maar kan ook bij dezelfde persoon in de tijd variëren. Daarom staan gebruikers van coumarines onder controle van trombosediensten, die de mate van antistolling bepalen (uitgedrukt in de International Normalized Ratio (INR)) en op geleide daarvan de dosering bijstellen. Maar zelfs bij een goede instelling is het risico op bloedingen verhoogd. 

3. Wanneer is het bloedingsrisico sterk verhoogd?

a. Bij een INR > 1
b. Bij een INR < 4
c. Bij een INR < 2
d. Bij een INR > 6

4. Je ziet dat mevrouw Kuipers de acenocoumarol dagelijks in de ochtend en avond inneemt. Is dit juist?

a. Ja, mits dat strikt op vaste tijden gebeurt
b. Ja, mits de INR steeds stabiel blijkt
c. Nee, het is dan moeilijk de dosering bij te stellen
d. Nee, dit geeft risico op een te laag INR

Je neemt de medicatielijst van mevrouw Kuipers door. Omdat ze acenocoumarol gebruikt, ben je heel alert op middelen die de werking van dit middel kunnen versterken of verzwakken.   

5. Welke middelen versterken de werking van acenocoumarol?*

a. Metronidazol
b. Carbamazepine
c. Rifampicine
d. Citalopram
e. Miconazol

* Meerdere antwoorden mogelijk

Antwoorden

1. A

2. B. Bij maligne (of ongecontroleerde, ernstige hypertensie) vind je kleine bloedingen, bijvoorbeeld op het netvlies en in de nieren. Ook is het risico op een hersenbloeding verhoogd. Dat vormt de (relatieve) contra-indicatie voor antistolling. De andere mogelijkheden zijn juist indicaties voor het voorschrijven van coumarinederivaten.

3. D. Een INR van 1.0 is de normale waarde voor mensen die geen anticoagulantia gebruiken. Afhankelijk van het soort aandoening ligt de streefwaarde tussen de 2.5 en de 4.0. Een INR boven de 6 geeft een sterk risico op bloedingen.

4. C. Als de INR wordt geprikt, is het belangrijk om dezelfde dag nog te kunnen bijstellen. Het beste is om het coumarinederivaat ’s avonds in te nemen. Als overdag blijkt dat bijstelling nodig is, kan dat dezelfde dag (bij de avonddosering) nog gebeuren.

5. A, D en E. Metronidazol (antibioticum) en citalopram (een SSRI: antidepressivum) versterken de werking van coumarinederivaten. Dat geldt ook voor miconazol (antimycoticum). Gelijktijdig gebruik van dit middel met coumarinederivaten geeft een zeer grote kans op ontregeling van de INR (patiënten kunnen soms doorschieten naar een INR van 8 of meer). Dit geldt voor miconazol orale gel, maar ook voor vaginale en cutane preparaten.

6. B en C. Carbamazepine (anti-epilepticum, maar ook veel gebruikt bij neuropathische pijnen) en rifampicine (antibioticum) verminderen de werking van coumarinederivaten.  

E-Nursing

Met dank aan:
Annemieke Horikx, apotheker bij de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie
  

Bronnen:
- Farmacotherapeutisch Kompas 2010, www.fk.cvz.nl.
- Trombosestichting Nederland, www.trombosestichting.nl.

Marion Giesberts, medeoprichter van

Eén reactie

  • no-profile-image

    robert

    Naar mijn ervaring is zowel ochtend als avond inname nooit aan de orde, mede omdat er altijd de trombosedienst hierbij betrokken is....

    Verder kun je altijd goed op de hoogte zijn van medicatie maar de apotheker en arts zijn toch de experts en zullen daarom primair verantwoordelijk zijn. De kennis hier benoemd noem ik verregaand, weinig verpleegkundig hebben deze kennis zich eigen gemaakt en ik vraag me ook af of dit van hen verwacht mag worden...GR Rs

Of registreer je om te kunnen reageren.

Nursing is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden