Gratis nieuwsbrief Meld je aan voor de gratis e-mail nieuwsbrief van Nursing, TvV en TvZ. Klik hier

‘Naast het onderzoek werk ik graag aan het bed’

Een verpleegkundige carrière kent vele wegen. Mieke Brouwer begon als inservice A-verpleegkundige, en promoveerde onlangs op onderzoek naar de gevolgen van een hersenbloeding voor neonaten. ‘Ik heb geen moment spijt gehad van de keuzes die ik maakte.’
‘Naast het onderzoek werk ik graag aan het bed’

Welke route heb je doorlopen?
‘Van jongs af aan wist ik dat ik verpleegkundige wilde worden. Na mijn vwo koos ik dus zeer bewust voor de inservice A-opleiding. Al vrij snel na mijn diploma koos ik voor de opleiding ic-volwassenen. Het dynamische, technische aspect trok me erg aan. Vlak daarna, in 1988 stapte ik over naar de ic neonatologie, omdat je naast de techniek en dynamiek ook voor een belangrijk deel emotionele ondersteuning/begeleiding van ouders biedt. De neonatologie is een relatief jong specialisme waar nieuwe ontwikkelingen en inzichten zich rap opvolgen. Hier heb ik sindsdien steeds gewerkt.

Je hebt ook leiding gegeven
'Ik wilde meer weten over de organisatorische achtergronden van het werken en een leidinggevende functie was een logische vervolgstap. Daarom was ik van 1990 tot 1992 teamleider na het volgen van een managementopleiding. Acht jaar later ging ik Verplegingswetenschap studeren omdat ik een uitdaging zocht. Ik werkte al lange tijd op de neonatologie en kon daar geen leidinggevende functie doen omdat ik part-time wilde blijven werken in verband met mijn twee jonge kinderen. Toen mijn jongste naar school ging kreeg ik ruimte om mezelf weer te scholen en te ontwikkelen. Zo heb ik een jaar Sociale Wetenschappen gestudeerd maar dat was het niet voor mij. Vervolgens koos ik toch voor een studie die meer in lijn was met mijn beroep. Puur voor mezelf. In 2005 kreeg ik de kans om mijn promotietraject te starten. Ik heb geen moment spijt gehad van de keuzes die ik heb gemaakt.’

Mis je het werk aan het bed, denk je ooit weer terug te gaan?
‘Ik werkte voor 50 procent aan het bed op neonatologie en voor 50 procent deed ik wetenschappelijk onderzoek. Een ideale combinatie. Het is ook voor het onderzoek van belang om voeling met de praktijk te houden. Nu werk ik nog maar één dag in de patiëntenzorg. Het is nog niet duidelijk welke carrièrestap ik nu ga nemen. Ik opteer voor een post-doc functie, dat wil zeggen verder onderzoek doen, maar ook onderwijs geven aan studenten Gezondheidswetenschappen. Het is nog niet duidelijk of er geld voor beschikbaar is.’

Raad je anderen aan jouw pad te volgen?
‘Zeker, het heeft me veel gebracht en ik heb veel geleerd. Het heeft me ook wel wat gekost. Vrije tijd bijvoorbeeld. Het is niet haalbaar om alles in je werktijd te doen, er zal echt het nodige buiten werktijd moeten gebeuren. Tegelijkertijd heb je ook meer vrijheid in het indelen van je werktijden.’

Wat heeft je carrièrepad je opgeleverd?
‘Ik heb vakinhoudelijk veel geleerd en heb gezien hoe de wetenschappelijke wereld in elkaar steekt, en welke belangen er spelen. Financieel ben ik er niet echt op vooruit gegaan. Ik zit nu wel in een hogere schaal, maar de ORT heb ik ingeleverd.’

Wat zijn de belangrijkste uitkomsten uit je promotie-onderzoek?
'In dit proefschrift worden veelbelovende resultaten gepresenteerd over de gevolgen van een hersenbloeding voor neonaten. Als gevolg van de bloeding ontwikkelt een deel van de kinderen een verwijding van de hersenkamers, door een ophoping van hersenvocht. Het teveel aan hersenvocht wordt afgenomen via een onderhuids geplaatst reservoir, wat in verbinding staat met de hersenkamer. Als deze afname via een reservoir gedaan wordt blijft het optreden van infecties binnen een acceptabele grens (< 5%). Vroege behandeling van de verwijding van de hersenkamers bij neonaten met een grote bloeding en als gevolg daarvan een verwijding van de hersenkamers lijkt een positieve invloed te hebben op de latere ontwikkeling. Uit mijn onderzoek naar neonaten met een grote bloeding (met en zonder uitbreiding in het hersenweefsel) bleek dat de kinderen die vroeg - dus voordat de hersenkamers extreem verwijd zijn - werden behandeld, een beter ontwikkelingsquotiënt op 2-jarige leeftijd hadden dan de kinderen die laat - na een forse verwijding van de hersenkamers - behandeld werden. Op schoolleeftijd had de meerderheid van de te vroeggeborenen, die een neurochirurgische behandeling nodig had voor de verwijding van de hersenkamers geen ontwikkelingsproblemen. Bij 39% van de kinderen werden veelal milde motorische problemen geconstateerd; het gemiddelde IQ van de gehele groep was 93.4. Het landelijk gemiddelde is 100. Wij houden als ondergrens 85 aan, dat is de grens waarop kinderen nog regulier onderwijs kunnen volgen. Spasticiteit kwam alleen voor bij die kinderen bij wie de hersenbloeding uitgebreid was in het hersenweefsel zelf.’

Meer informatie: A.J.Brouwer@umcutrecht.nl

Redactie Nursing.nl

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Nursing is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden