Gratis nieuwsbrief Meld je aan voor de gratis e-mail nieuwsbrief van Nursing, TvV en TvZ. Klik hier

6 praktische vragen over werken met cytostatica

Op de Nursing Experience maakt arbeidshygiënist Simone Hilhorst bezoekers vandaag bewust van de gevaren van het gebruik van cytostatica en de risico’s van werken met cytostatica.
6 praktische vragen over werken met cytostatica

Dat het werken met cytostatica gevaarlijk is voor verpleegkundigen, en dat daarom speciale maatregelen nodig zijn, is algemeen bekend. Het zijn immers stoffen met mogelijk carcinogene, mutagene en teratogene effecten op de gezondheid.

Nieuwe handreiking

Bij het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) en het NKI-Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis in Amsterdam komen regelmatig vragen binnen over het omgaan met cytostatica, met name van verpleegkundigen die er niet dagelijks mee te maken hebben. Daarom nam het IKNL het initiatief om een eenduidig document op te stellen gebaseerd op de meest actuele inzichten in bronnen als het Arbokennisdossier cytostatica, Kwaliteitshandboek Cytostatica, WIP-richtlijnen en het Arboportaal van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het document is bruikbaar voor zowel ziekenhuispersoneel als medewerkers in de thuiszorg. De nieuwe handreiking Veilig werken met cytostatica is niet bedoeld als richtlijn of protocol, maar wel zo opgesteld dat deze te gebruiken is voor instellingseigen protocollering. Nursing zette een aantal veelgestelde vragen en antwoorden over cytostatica op een rij.

1. Moet ik de ruimte wel of niet ventileren bij het toedienen van de cytostatica?

Overdracht en blootstelling via de lucht zijn nagenoeg verwaarloosbaar. Er is geen reden om extra maatregelen te treffen. De ruimten waarin cytostatica worden toegediend of waarin patiënten worden verpleegd, moeten wel goed te reinigen zijn.

2. Hoe kan ik blootgesteld worden aan de cytostatica?

Blootstelling aan cytostatica kan plaatsvinden tijdens normale werkzaamheden en bij calamiteiten, wanneer het cytostaticum of de besmette excreta zich niet langer in een goed afgesloten systeem bevinden. Hierdoor kan besmetting van mens en omgeving plaatsvinden. De mogelijke opnameroutes zijn:

- huid (direct contact, besmette oppervlakken);

- oraal (hand - mond contact);

- longen (inademing van aerosolen, gassen).

Uit onderzoeken blijkt dat onder normale omstandigheden blootstelling via de lucht door middel van aerosolen vrijwel niet voorkomt. Omgevingsbesmetting met cytostatica verloopt  voornamelijk via blootstelling van de huid. Onjuist gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen kan voor besmetting van de omgeving en personen zorgen. Voorbeelden zijn: met besmette handschoenen aanraken van een deurkruk, knopje van intercom, rugleuning van een stoel, computermuis. Een collega raakt dezelfde oppervlakken aan zonder handschoenen en komt zo in aanraking met de cytostatica.

3. Welke persoonlijke beschermingsmiddelen gebruik ik?

Aangezien cytostatica niet vluchtig zijn, is een FFP2-masker voldoende; een FFP3-masker is dus niet nodig. Een schort met lange mouwen en gelaatsbescherming of bril in combinatie met mondmasker (spatbescherming) zijn pas nodig bij werkzaamheden waarbij spatten mogelijk is (bijvoorbeeld bij overschenken van excreta, chirurgische handelingen, opruimen van gemorste vloeistoffen). Handschoenen dragen is wel nodig tijdens de werkzaamheden met cytostatica, extra handhygiëne niet. Handschoenen worden in de nieuwe handreiking verder niet op type of soort gespecificeerd.

4. Let op met schoonmaken!

Ook oppervlakken zoals het bed van de patiënt, het beddengoed, de vloer bij de patiënt en het toilet kunnen besmet zijn door excreta. Wees je ervan bewust dat daardoor indirecte blootstelling kan optreden en draag ook in deze situaties je persoonlijke beschermingsmiddelen. Bij de meeste cytostatica worden voor de dagelijkse reiniging van materialen niet-agressieve, pH-neutrale of licht-alkalische schoonmaakmiddelen geadviseerd (zoals Ajax®, Glorix active mousse®, Glorix active gel®, Driehoek vloeibare zeep®, Dubro®), te gebruiken met wegwerpdoekjes of micro-vezeldoekjes.Veel andere schoonmaakmiddelen zijn sterk alkalisch en daarom niet geschikt voor reinigen van oppervlakken besmet met cytostatica. Bij schoonmaak na een calamiteit (een ongewenste besmetting van personen of materialen met cytostatica) kun je gebruik maken van specifieke antidota voor het inactiveren van een cytostaticum op een oppervlak. Deze vind je op de zogenaamde crashkaart in de handreiking.

5. Hoe lang zijn excreta besmet?

Alle excreta moeten als besmet beschouwd worden gedurende de risicoperiode. De risicoperiode is de periode waarin cytostatica traceerbaar zijn in het lichaam en worden uitgescheiden via de excreta. De handreiking bevat een crashkaart waarop de duur van de risicoperiode per cytostaticum staat vermeld. Eventueel kun je - uit praktisch oogpunt - een standaard risicoperiode van zeven dagen aanhouden. Probeer - als de situatie van de patiënt dit toelaat - medische handelingen buiten de risicoperiode te plannen.  Besteed tijdens de risicoperiode extra aandacht aan beschermende maatregelen om open contact met het cytostaticum tot een minimum te beperken.

6. Is wel of geen apart toilet nodig?

In veel protocollen staat dat patiënten thuis een apart toilet moeten gebruiken in de risicoperiode. 'Dit advies wordt niet gegeven binnen de handreiking,' aldus Natascha. 'Bij een juiste toepassing van de toiletvoorschriften – zowel mannen als vrouwen moeten zittend urineren om de kans op spatten te verkleinen, en goed handen wassen na elk toiletgebruik - kan de patiënt gerust hetzelfde toilet gebruiken als zijn huisgenoten. Na gebruik het toilet twee keer doorspoelen met een gesloten deksel. Ook moet de wc zeker één keer per dag worden gereinigd en bij zichtbare vervuiling. Uitzondering is de patiënt die behandeld is met een BCG-blaasinstillatie.4 Daarbij zijn de veiligheidsaspecten gericht op de omgang met de BCG-bacterie (Bacillus Calmette-Guérin). Is de patiënt bedlegerig en maakt hij gebruik van een po/urinaal, vraag hem dan bij gebruik van de po de heupen omhoog te duwen om spatten te voorkomen. In het ziekenhuis deponeer je vervolgens alle mogelijk met cytostatica besemette disposable materialen in een SZA-bak, bij de patiënt thuis in een aparte plastic afvalzak. Sluit po/urinaal af met deksel of dop en breng deze naar de toiletruimte. Voorkom spetters, door urine of feces langs of tegen de wand van de toilet te schenken. Ook hier geldt de regel van twee keer doorspoelen, met het deksel dicht.

> Dit artikel verscheen eerder in Nursing november 2015, en is inhoudelijk gecheckt door Natascha Schrama, MANP-verpleegkundig specialist oncologie Elkerliek ziekenhuis Helmond en betrokken bij de totstandkoming van de handreiking.

> De handreiking Veilig werken met cytostatica is te downloaden via Oncoline.nl. Binnenkort verschijnt alweer een nieuwere versie van de handreiking met een paar kleine wijzigingen.

Nienke Berends

Of registreer je om te kunnen reageren.

Nursing is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden