Gratis nieuwsbrief Meld je aan voor de gratis e-mail nieuwsbrief van Nursing, TvV en TvZ. Klik hier

Hydreren na autologe stamceltransplantatie lijkt niet zinvol

In twee ziekenhuizen blijkt een verschil in aanpak te zijn bij patiënten met reïnfusie van autologe stamcellen in Dimethyl Sulfoxide (DMSO). Het is de vraag of deze patiënten wel (St. Antonius Ziekenhuis) of niet (VUmc) na de reïnfusie moeten worden gehydrateerd.
1Bloed Fotolia_99251986_Subscription_Yearly_XXL.jpg
Foto: Fotolia

Casus

Op de afdeling hematologie van het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein krijgen patiënten een autologe stamceltransplantatie voor de behandeling van bijvoorbeeld multiple myeloom of lymfeklierkanker. In september 2015 werden – vanwege een overstroming in het Amsterdamse VUmc - een aantal hematologiepatiënten van daaruit opgevangen in het St. Antonius Ziekenhuis. Verpleegkundigen van het VUmc kwamen met de patiënten mee om in de zorg te ondersteunen. Er bleek een verschil in aanpak te zijn bij patiënten met reïnfusie van autologe stamcellen in Dimethyl Sulfoxide (DMSO). Het is de vraag of deze patiënten wel (St. Antonius Ziekenhuis) of niet (VUmc) na de reïnfusie moeten worden gehydrateerd.

1 Formuleer je vraag

P Patiënten met reïnfusie van autologe stamcellen in Dimethyl Sulfoxide (DMSO)
I Niet post-hydreren
C Wel post-hydreren
O Overvulling, nierfunctiestoornissen, misselijkheid, comfort van patiënt, kosten

 2 Zoekstrategie

Er is gezocht in Pubmed en Embase met de volgende zoektermen: Stem Cell Transplantation; Dimethyl Sulfoxide; DMSO; Fluid Therapy; rehydration, hydration, renal insufficiency, renal, kidney, adverse effects, side effects. Helaas leverde dit geen artikelen op die de vraag beantwoorden. Vervolgens gingen we op zoek naar een expert opinion, en achtergrondinformatie. Alle dertien transplantatiecentra voor volwassenen in Nederland werden aangeschreven met vragen over de huidige praktijk rondom post-hydratie na een autologe SCT. Vanuit negen centra zijn de vragen beantwoord.

3. Beoordeling van de resultaten

Er bleek veel variatie in werkwijze tussen de verschillende centra. In zeven centra wordt post-gehydreerd met één tot drie liter vocht van wisselende samenstelling. In twee centra wordt niet post-gehydreerd. Van de negen centra hadden acht centra geen onderbouwing vanuit de literatuur. Eén centrum gaf aan te zijn gestopt met post-hydreren op basis van de farmacologische eigenschappen van DMSO. Een ziekenhuisapotheker van het St. Antonius ziekenhuis gaf over de farmacologische eigenschappen de volgende toelichting aan de hand van literatuur: het percentage van patiënten met toxiciteit van DMSO lijkt beperkt tot 2%.1 Voor de toxiciteit lijkt de concentratie van DMSO het meest relevant.2 Reductie van de concentratie van DMSO van 10% naar 5% of lager levert een significante verbetering van toxiciteit op. Het verminderen van de concentratie DMSO lijkt dan ook relevanter dan het versnellen van de eliminatie van DMSO 10% met post-hydreren. Er is geen bewijs gevonden dat de toxiciteit van DMSO wordt verminderd door post-hydratie.

Op basis van een case report uit The Lancet lijken de effecten van DMSO maar circa dertig minuten aan te houden.3 Dit is maar één case report, maar wel vergelijkbaar met de situatie binnen het St. Antonius Ziekenhuis, vanwege het gebruik van 10% DMSO bij een autologe SCT. Als je iets intraveneus geeft, krijg je per definitie directe toxiciteit. Door het verdelingsvolume van DMSO verander je daar met een iets snellere uitscheiding niets aan. De cardiale effecten, zoals sinustachycardie en hypotensie, houden maar ongeveer dertig minuten aan, het lijkt daarom niet zinvol om deze tijd te verkorten met post-hydratie waar verder geen bewijs voor is.

Pre-hydratie zou wel zinvol zijn, omdat het verdunning geeft van de intraveneuze dosis. Dit werd echter niet onderzocht in deze CAT.

Meer lezen over andere EBP-vragen uit de verpleegkundige praktijk? Het Dossier Evidence Based Practice vind je hier >>>

4. Conclusie en toepassing

Er is in de literatuur onvoldoende bewijs gevonden voor hydreren na autologe stamceltransplantatie. Uit navraag bij andere transplantatiecentra blijkt er praktijkvariatie te zijn. Op basis van een expert opinion ondersteund met literatuur lijkt het niet zinvol om te post-hydreren na autologe stamceltransplantatie. Ook omdat post-hydreren ongemak voor de patiënt en kosten met zich meebrengt.

5. Evaluatie van veranderingen in praktijk

Naar aanleiding van deze zoektocht is het St Antonius Ziekenhuis gestopt met hydreren na autologe stamceltransplantatie. Wel wordt een jaar lang geregistreerd of er bijwerkingen zijn, zodat deze beleidsverandering geëvalueerd kan worden. Ook werd het protocol aangepast.

Nee, hydreren lijkt niet zinvol na een autologe stamceltransplantatie

*Jantina Kortleve is als hematologieverpleegkundige werkzaam in het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein. Contact: j.kortleve@antoniusziekenhuis.nl.

Literatuur

1. Windrum P, Morris TCM, Drake MB, et al. Variation in dimethyl sulfoxide use in stem cell transplantation: a survey of EBMT centres. Bone Marrow Transplatation. 2005, 36, pag 601-603.

2. Morris C, de Wreede L, Scholten M, et al. Should the standard dimethyl sulfoxide concentration be reduced? Results of a European Group for Blood and Marrow Transplantation prospective non interventional study on usage and side effects of dimethyl sulfoxide. Transfusion. 2014 oct, 54 (10), pag 2514-2522.

3. O’Donnell JR, Burnett AK, Sheehan T, et al. Safety of dimethylsulphoxide. The Lancet, 1981, 1, pag 498.

Janina Kortleve*

Of registreer je om te kunnen reageren.

Nursing is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden