Gratis nieuwsbrief Meld je aan voor de gratis e-mail nieuwsbrief van Nursing, TvV en TvZ. Klik hier

In tien stappen een moeilijk infuus inbrengen

Mevrouw Jensen is oncologisch patiënt en heeft een infuus nodig. Jij moet deze inbrengen. Ze oogt ziek, is erg afgevallen en haar onderhuidse vet is minimaal. Er is dus weinig steun voor de vaten waardoor ze erg beweeglijk zijn. Hoe pak je het inbrengen aan?

Mevrouw Jensen is 68 jaar. Ze heeft in twee jaar tijd twee keer zes chemokuren gekregen vanwege ovariumcarcinoom. Ze heeft een debulkingsoperatie ondergaan in 2007. Tot overmaat van ramp is eind 2009 ook een mammatumor links ontdekt. Na een gemodificeerde radicale mastectomie in januari 2010 volgen zes chemokuren. Ze kan alleen nog maar in haar rechterarm geprikt worden, voor bloedafnames en een eventueel infuus.

Op zaterdagavond om 22.00 uur wordt ze opgenomen met acute buikklachten, er bestaat een verdenking op een strengileus. De artsen overwegen een laparotomie maar willen nu alvast niets per os, een volledig bloedbeeld en een 2,5 liter infuus.
Jij krijgt de opdracht dat te regelen. Je bent een ervaren infuusprikker maar prikt niet zo heel vaak, twee keer per week. Je moet vier buizen bloed af zien te nemen en daarna het infuus dus nog.
Mevrouw oogt ziek, is erg afgevallen en haar onderhuids vet is minimaal. Er is dus weinig steun voor de vaten waardoor ze erg beweeglijk zijn. Ook is ze al twee dagen aan het braken waardoor de verwachting is dat ze ondervuld en gedehydreerd is. Haar vaten voelen taai en hard aan, waarschijnlijk door de chemo, haar leeftijd, haar Prednisongebruik rondom die chemokuren en haar ondervulling. Haar hartfrequentie is 112 en haar tensie 100/50.
Het wordt een lastig infuus zoals we dat noemen. Hoe pak je het aan?

In tien stappen een ‘lastig infuus’ inbrengen
1. Je hangt de arm lager dan het hart om zo alvast wat meer veneus bloed in de onderarm en hand achter te laten; in feite maak je gebruik van de zwaartekracht en het onvermogen van het bloed snel terug te stromen, tegen de zwaartekracht in. Pak de hand en onderarm in met een warme doek of deken.
2. Je gaat de stuwing heel precies aanbrengen met behulp van de tensiemeter. Je meet tensie aan haar rechterarm. Na die meting, die je onthoudt, pomp je de band weer op tussen de twee gemeten waarden in. Gemeten 100/50 wordt dus gevolgd door bijvoorbeeld 80 mm Hg. Bij een tensie van 100/50 pompt het hart dus met een druk van 100 mm HG bloed de arm in. De tensieband wordt op 80 gezet, dus er kan veel bloed de arm in. Het bloed kan de arm niet uit omdat de terugloop van bloed met bijvoorbeeld een druk van 30 mm HG plaatsvindt. Er kan dus wel bloed de arm in en niet meer uit. Meten is weten! De venen zwellen enorm op. En dat is erg handig, zeker als je een lastig infuus verwacht. Al die tijd is de arm lager dan het hart (wet van de communicerende vaten).
3. Wacht twee minuten, gebruik die twee minuten om je spullen klaar te zetten die je voor de bloedafname en het infuus nodig hebt, zoals een infuuscanule, de bloedbuizen, de koppelaar tussen infuuscanule en bloedafnamesysteem, etcetera zie je protocol.
4. Desinfecteer met een snel-inwerkend middel zoals chloorhexidine 0,5% in alcohol 70%.
5. Het is handig als je de infuuscanule die je gaat gebruiken een beetje naar boven ombuigt. Dat doe je zodra je hem/haar uit de oververpakking haalt. Je buigt dus het stalen gedeelte een beetje naar boven terwijl de huls er nog omheen zit. Hierdoor is de kans veel kleiner dat je na het aanprikken van de vene die gelijk weer aan de achterkant verlaat
6. Vraag de patiënte haar hand heel slap houden. Als je mevrouw een vuist laat maken wordt het bloed uit de hand, pols en onderarm juist weggeduwd! Prik onder ongeveer 30 graden door de huid. Wacht dan 1 seconde en oriënteer je opnieuw op de vene. Die kan van plaats verschoven zijn bij deze patiënt. Als je weer weet waar de vene zit verklein je de aanprikhoek naar 15 graden en “schiet” de infuuscanule met hoge snelheid de vene in. De snelheid is noodzakelijk omdat anders de vene gewoon opzij gaat voor de naaldpunt. Je kunt dat vergelijken met een bot keukenmesje en een jong tomaatje. Die krijg je alleen gesneden als je vaart zet in dat mesje.
7. Zodra je bloed ziet in de canule zit de punt van de naald dus in de vene maar het canuledeel nog niet. Je moet dan het geheel nog 2-5 mm doorschuiven om ook de canule in te brengen. Angst voor het “aan de achterkant van de vene er weer uit te komen” hoef je niet te hebben want je hebt een kleine buiging in de naald gemaakt. Trek de naald (mandrijn) 1 cm uit de canule en schuif direct de hele canule de vene in, zo ver mogelijk
8. Zet je duim op het uiteinde van de canule en verwijder de naald. Schroef de bloedafnameconnector op de canule en neem bloed af zoals je dat altijd doet, maar dan via deze weg.
9. Als je al je bloedbuizen gevuld hebt laat je de tensieband leeglopen.
10. Fixeren zoals altijd, infuuspomp aansluiten, glucose 2,5% / natriumchloride 0,45%instellen op 2,5L/24 uur, afsluiten.

Alfred is anesthesieverpleegkundige in het Sint Franciscus Ziekenhuis in Rotterdam en eigenaar/docent van precision bijscholingen.

Alfred de Jong

10 reacties

  • Jaap

    Deel bekend, mooie aanvullingen ga ik toepassen. Aanvulling: met de bloeddrukmeter van de monitor kan je die op venastase zetten, heb je ook goede vulling. Nadeel is dat deze na een minuut of 3 weer van druk af gaat. Vraag: waar buig je de naald om? Distaal of proximaal gezien vanaf het bijspuitpunt?

  • B van Langeveld

    Bij punt 3 geef je aan, de vaten minimaal 2 minuten te stuwen voordat je gaat prikken. Volgens ons instellingsprotocol mogen vaten niet langer dan 2 minuten gestuwd zijn voordat je er bloed uithaalt i.v.m. met mogelijke hemolyse van het bloed en veranderde waarden van vooral Kalium en hemoglobine. Dus als je dan nog de naald in moet brengen dan duurt het veel te lang. Verder vraag ik mij alf als je de naald een beetje na boven gaat buigen door het prikken of en niet de kans is de infuuscanule te beschadigen met de kans op gaatje of later losschieten van plasticstukjes in het vat.

  • Timethy Schoonebeek

    Als je van te voren weet dat mw voor een lange tijd een infuus nodig heeft, zou ik er persoonlijk voor kiezen om een midline of cvk te laten plaatsen. Op een venflon ontwikkel je relatief snel flebitis en raakt sneller geobstueerd dan een midline of cvk waardoor bloedafname niet meer mogelijk is uit de venflon.

  • no-profile-image

    theo

    Dit is dus de manier om de bloedafname te laten mislukken: door de bocht in de naald is de kans erg groot dat het bloed hemolytisch wordt en vervolgens kan het lab een aantal bepalingen niet doen en mag de patiënt opnieuw geprikt worden.

  • no-profile-image

    Sanne

    @Michelle, je buigt als je de naald uit de verpakking haalt... in de verpakking nog dus, zonder door de verpakking heen te drukken.

  • no-profile-image

    Michelle

    Goede tips!!
    alleen vroeg me af hoe het zit met dat ombuigen van de infuusnaald, daarmee is hij niet meer steriel toch?

  • no-profile-image

    jim

    Bij gekleurde patienten helpt betadine ipv chloorhexidine om de bloedvaten zichtbaarder te maken op de donkere huid.

  • no-profile-image

    Wendy

    Ik vind het supertips, vooral met de tensiemeter!

  • no-profile-image

    Alfred de Jong

    In stap 1 is het aspect warmte toch genoemd?!
    Alfred de Jong, auteur.

  • no-profile-image

    Annemiek Appelhof

    Wat ik nog mis bij dit stappenplan is warmte. Ik prik ook vaak infusen bijmensen met slechte bloedvaten en mijn ervaring is, dat als je de desbetreffende arm met een warme handdoek, hotpack in een washandje, de vaten ook beter gevuld krijgt en dus makkelijker aan te prikken.

Of registreer je om te kunnen reageren.

Nursing is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden