Gratis nieuwsbrief Meld je aan voor de gratis e-mail nieuwsbrief van Nursing, TvV en TvZ. Klik hier

Gastblog: ‘Levenseindekliniek, de documentaire’

Rob Bruntink is journalist en auteur met specialisatie palliatieve zorg en uitvaartzorg. Hij zag gisteren de documentaire ‘Levenseindekliniek’ en schreef er een verslag over.
001_rb-image-1664623.jpeg
Rob Bruntink

Ze heeft het woord ‘euthanasie’ nog nooit gebruikt. Ze heeft tegen haar huisarts nooit gezegd dat ze dood wil. Toch krijgt ze euthanasie. Van een arts van de Levenseindekliniek. En dat is te zien in de documentaire ‘Levenseindekliniek’ die gisteravond op televisie was.

In de documentaire worden drie mensen gevolgd die dood willen. De eigen huisartsen wilden aan die wens niet meewerken, en zo kwamen ze bij de Levenseindekliniek terecht. Deze kliniek is er júist voor deze groep mensen die met hun doodswens geen gehoor vindt bij de eigen artsen, en evenmin over eigen ideeën of middelen beschikt om het leven te beëindigen. Onvriendelijk, maar feitelijk gesteld, is het een doodsfabriek: euthanasie is het enige product dat eruit komt. Geen zorg, geen warmte, geen liefde. Hooguit een afwijzing op het euthanasieverzoek.

Je kunt de documentaire over de Levenseindekliniek hier terugkijken>>>

Eerlijk gezegd draaide mijn maag om toen ik naar de documentaire keek. En vooral vanwege Hannie Goudriaan. Een vrouw met vergevorderde dementie, die volgens haar (euthanasiaste) man dood wilde. Ze had werkelijk geen enkel benul van het hele euthanasietraject, dat bleek op alle cruciale momenten van het traject: als de euthanaserend arts over haar verzoek kwam praten, maar ook toen de euthanasie werd uitgevoerd. Ze wilde gewoon ‘Huppakee. Weg.’ Misschien wilde ze wel rusten? Misschien wilde ze naar de visboer? Misschien wilde ze een ommetje maken? Nooit eerder zag ik een euthanasie die op een executie leek. Een afslachting. Maar de echtgenoot vond het mooi. En de arts vond het ook waardig, ‘want ze snurkte er niet bij’.Behalve de vrouw met vergevorderde dementie, waren er twee andere hoofdpersonen in de documentaire: een zelfdestructieve man met een obsessief compulsieve stoornis een 100-jarige vrouw die haar leven voltooid vond. Daarmee bestreek de documentaire de drie patiëntengroepen die in het middelpunt van de belangstelling staan als het gaat over de toepassing van euthanasie: mensen met dementie, mensen met een psychiatrische ziekte en mensen die klaar met leven zijn. De vragen die de documentairemakers willen oproepen zijn vragen als: Wat vinden we van de ontwikkeling dat bij mensen uit deze patiëntengroepen euthanasie plaatsvindt? Willen we dit als maatschappij?

Bij iedere euthanasie van iedere hoofdpersoon in de documentaire zat iets engs. De huisarts van de vrouw met dementie durfde de euthanasie niet aan, omdat hij er niet van overtuigd kon raken dat ze (ondraaglijk en uitzichtloos) leed, dat ze wilsbekwaam was en dat ze dood wilde. En dat gold ook voor een SCEN-arts en een neuroloog die hij had ingeschakeld. Bij de Levenseindekliniek was de arts echter onmiddellijk overtuigd van haar doodswens. Hij werkte mee aan de euthanasie in de taal die de vrouw sprak: ‘Huppakee. Weg.’ schreef hij in de agenda. Ik stond versteld. Als meningen over de diagnose én de mate van wilsbekwaamheid, als fundament voor een euthanasiewens, zó kunnen verschillen, hoe betrouwbaar zijn artsen dan nog, als beroepsgroep? Niet, lijkt me.

Bij de euthanasie van de man met psychiatrische klachten was niet zozeer de euthanasie het meest eng, maar de uitspraken van de euthanaserend arts. Zij was, zeg maar, degene die de psychiatrische cliënten deed. En zij zei: “Vijftig procent van de mensen die zich uit deze groep bij de Levenseindekliniek meldt, wijzen we af. En dan zie je later dat ze toch op één of andere manier wel weer een weg in het leven vinden. Ook bij de andere vijftig procent zien we soms gaandeweg het traject dat er ontwikkelingen zijn waardoor men van de euthanasie afziet.” Hoe sterk moet het pleidooi zijn voor de stelling dat een doodswens bij deze categorie patiënten voorbij kan gaan? Hoe sterk wil je de zekerheid hebben dat mensen doodgemaakt worden die daar – als het zou kunnen – achteraf ontzettend spijt van hebben?

Een tweede tragische randje aan deze casus: hoewel euthanasie steeds vaker gerelateerd wordt aan ‘zelfbeschikking’ van de patiënt, was de mate van afhankelijkheid ten opzichte van de arts enorm. De patiënt sméékt letterlijk om hulp, en barst in tranen uit als de euthanaserend arts na een eerste half uur (!) praten samenvat dat ze overtuigd is van zijn ondraaglijke lijden en dat ze het euthanasietraject gaat starten. Ik vond het een ontzettend ongezonde verhouding: die wanhopige, onderdanige patiënt en die God-spelende arts.Tot slot de de 100-jarige vrouw die klaar met leven was. Ze ziet het leven niet meer zitten. Het leven ervaart ze als eentonig, haar vingers worden stijf, ze komt met moeite uit bed en ze zit ‘de hele dag’ op de wc. Als ze wakker wordt denkt ze: bah, ik ben weer wakker. Gelijktijdig geniet ze nog van haar wijntje, en lijkt ze een jonge meid als ze kort voor haar euthanasie een uitje van de Stichting Ambulancewens naar het strand heeft. In de uitzending gaat men er niet op in, maar ze had vier maanden geleden haar zoon verloren. Dat is geen licht life-event. Misschien moet mensen de gelegenheid worden gegeven van een dergelijke klap enigszins te herstellen? Dat zal mogelijk de overweging zijn geweest van haar huisarts, ‘een jonge vrouw die er niets van wilde weten’, zoals de 100-jarige het zei. Toch voorzag de Regionale Toetsingscommissie deze euthanasie van het stempel ‘zorgvuldig’.

Ik heb al eerder mijn sterke twijfels geuit over het nut van de Toetsingscommissies (die de voorbije tien jaar 0,00029 van de gemelde euthanasieën aan het Openbaar Ministerie voorlegden), maar ik denk dat mijn waardering nu wel op het diepste dieptepunt is beland. Ik vraag me af of de commissieleden ook déze mensen en déze situaties voor ogen hadden toen zij – van papier – kennismaakten met deze casussen. Zouden ze nu nog rustig kunnen slapen? Ik zou dat knap vinden.

Ik ben benieuwd wat deze documentaire bij jou losmaakt. Misschien is dit inderdaad wat ‘we’ willen: een servicedienst die de dood op bestelling levert, zonder al te moeilijk te doen, voor iedereen die maar wil. Misschien schrikt iedereen zich juist rot: ‘Ja, maar dít willen we niet!’

Lees het hele verhaal van Rob Bruntink op Bureau Morbidee>>>
 

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Nursing is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden