Gratis nieuwsbrief Meld je aan voor de gratis e-mail nieuwsbrief van Nursing, TvV en TvZ. Klik hier

'Wees extra alert op delier in de palliatieve fase'

Bij patiënten in de palliatieve fase is het extra van belang alert te zijn op prodromale verschijnselen van een delier, onder meer omdat een delier in de stervensfase het afscheid nemen voor de patiënt en zijn naasten ruw kan verstoren.
'Wees extra alert op delier in de palliatieve fase'

Dat staat in de geactualiseerde NHG-standaard Delier. In de nieuwe versie van deze standaard wordt naast het delier bij ouderen ook het delier in de palliatieve fase besproken, omdat dit volgens de NHG steeds frequenter voorkomt. Ook wordt meer aandacht besteed aan het vroegtijdig herkennen van deze prodromale symptomen ter voorkoming van een delier en crisissituaties.

Wat zijn prodromale symptomen?
Prodromale verschijnselen zijn waarschuwingssymptomen voordat een patiënt een volledig delirium ontwikkelt. Zo treedt er vaak een omkering van het dag-nachtritme op met levendige dromen of nachtmerries. Patiënten kunnen moeite hebben met het richten van de aandacht, zijn snel afgeleid en kunnen gedesoriënteerd zijn. Verder kunnen ze rusteloos, angstig en emotioneel labiel zijn. De genoemde verschijnselen kunnen in een korte periode (1 tot 3 dagen) overgaan in een volledig beeld van een delirium.

Huisarts Wietze Eizenga: 'Het klinisch beeld en de aanpak van een delier in de palliatieve fase komen in grote lijnen overeen met die van het delier in andere levensfasen. Toch is in de geactualiseerde NHG-standaard een aantal specifieke punten genoemd waarom het goed is extra alert te zijn op prodromale verschijnselen van een delier in de palliatieve en terminale fase.' Zo kan een delier in de stervensfase het afscheid nemen voor de patiënt en zijn naasten verstoren. Eizenga: 'Bestrijding van angst, achterdocht, hallucinaties of motorische onrust is van belang om de patiënt de mogelijkheid te bieden zijn gedachten weer op orde te krijgen en waardig afscheid te nemen.'

Decompensatie

Bovendien is in de palliatieve fase doorgaans al veel zorg ingezet. Bij een delier kan het zorgsysteem dreigen te decompenseren. Eizenga: 'Een patiënt raakt bijvoorbeeld delirant door de morfine. Door de motorische onrust en de hallucinaties moet hij steeds in de gaten worden gehouden, door naasten, verpleegkundigen en/of verzorgenden. Maar met name als het delier wat langer aanhoudt, kan dit bij alle partijen tot emotionele en fysieke uitputting leiden. De vraag kan zich daarbij aandienen of patiënt wel thuis kan blijven. Soms leidt een delier tot een acute opname in een ziekenhuis, wat alle betrokken achteraf nogal eens betreuren.' Ook kan een delier in de terminale fase moeilijk behandelbaar zijn. Omdat niet alle huisartsen en wijkverpleegkundigen ervaring opdoen met het delier in de palliatieve fase, bestaat de mogelijkheid de expertise te benutten van palliatieve consultatieteams en kaderartsen palliatieve zorg.

Delier en palliatieve sedatie
Ook kan de acute verwardheid van de patiënt een belemmering zijn om hem of haar te betrekken bij de beslissing om over te gaan tot palliatieve sedatie, zo schrijven onderzoekers van het NIVEL in Huisarts & Wetenschap. Lees meer>>>

Nienke Berends

Of registreer je om te kunnen reageren.

Nursing is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden