Gratis nieuwsbrief Meld je aan voor de gratis e-mail nieuwsbrief van Nursing, TvV en TvZ. Klik hier

Dossier: Mondzorg

Goede mondzorg is belangrijk voor de kwaliteit van leven. Dit geldt zeker voor cliënten in verpleeghuizen. Wie een gezonde mond heeft, is gezonder, kan beter eten, ziet er verzorgder uit en heeft minder last van een slechte adem.

Meest voorkomende mondaandoeningen

Tandplaque kan tandbederf, ook wel cariës, veroorzaken. De bacteriën in de tandplaque vormen een zuur dat het tandglazuur aantast, waardoor gaatjes kunnen ontstaan. Ook de zenuwen en bloedvaten in het binnenste deel van tanden en kiezen worden soms aangetast door cariës. Als tandplaque verkalkt, ontstaat tandsteen waaraan bacteriën zich makkelijk hechten.

Ontstoken tandvlees
Tandplaque kan leiden tot ontstoken tandvlees (gingivitis). Bij chronische ontsteking (parodontitis) kunnen tanden en kiezen op den duur loslaten.

Slijmvliesontsteking
Slijmvliezen in de mond, maar ook de mondhoeken, kunnen rood en pijnlijk zijn als gevolg van een schimmelinfectie in de mond. Ook is het mogelijk dat er witte, afschraapbare plekken in de mondholte ontstaan door slijmvliesontsteking.

Droge mond
Bij gebruik van drie of meer medicijnen is de kans groot dat iemand, als gevolg van bijwerkingen, een droge mond gaat ontwikkelen. Ook kan een droge mond ontstaan

als gevolg van een auto-immuunziekte of bestraling in het hoofd- en halsgebied. Daarnaast hebben ouderen vaak een verminderde dorstprikkel. Speeksel, de natuurlijke beschermlaag van het gebit, is minder aanwezig, waardoor allerhande problemen kunnen optreden zoals schimmelinfectie, tandbederf, moeite met spreken en slikken en een slechtere hechting van de gebitsprothese.

 

Gevolgen van een slecht gebit

Ondervoeding
Ouderen die last hebben van mondaandoeningen hebben vaak moeite voldoende te eten. Gewichtsverlies en mogelijk zelfs ondervoeding kunnen hier een gevolg van zijn. Dit is vooral een risico voor mensen met een kunstgebit.

Longontsteking
Slechte mondgezondheid kan zelfs leiden tot longontsteking. Er is een aantal bacteriën die in de mond kunnen voorkomen en bij verslikken longontsteking kunnen veroorzaken.

Pijn
Tandbederf, ontstekingen aan tandvlees en slijmvlies kunnen pijnlijk zijn. Maar ook een gebitsprothese en scherpe tanden of kiezen veroorzaken soms pijn. Zorgafhankelijke cliënten kunnen niet altijd helder communiceren over bijvoorbeeld pijn. Daarom is het belangrijk om ook op non-verbale signalen te letten, zoals vingers in de mond of handen aan het hoofd. Mogelijk wil de cliënt zichzelf verwonden bij de mondverzorging of vertoont hij agressief gedrag. Verminderde eetlust en gewichtsverlies kunnen een signaal zijn. Maar ook het niet meer indoen van de gebitsprothese of een veranderd gedrag tijdens eten of drinken. Sommige ouderen hebben last van zeer pijnlijke tong- of mondbranden (burning mouth syndrome). Hier is geen medische oorzaak voor te vinden.

Slechte adem
Bacteriën in de mond veroorzaken bij een kwart van alle zeventigplussers een slechte adem. Als de mond bovendien droog is, koekt veel aan deze bacterielaag vast. Een vieze mondgeur kan (verzorgend) sociaal verkeer belemmeren.

 

Dagelijkse mondzorg

Veel voedselresten worden weggespoeld door water te drinken of de mond te spoelen na de maaltijd. Tandplaque, de grootste veroorzaker van mondproblemen, moet dagelijks verwijderd worden. Ook bij cliënten met een gebitsprothese. Poets een gebitsprothese met een daarvoor bestemde borstel en een zachte zeep (bijvoorbeeld Driehoek). Steradent of een ander gebitsreinigingsmiddel tast het gepolijste oppervlak van de gebitsprothese aan waardoor bacteriën meer de mogelijkheid krijgen om zich op de gebitsprothese te hechten. Bewaar gebitsprothesen 's nachts schoon en droog in een gebittenbakje. De tandeloze mond wordt met een gewone of elektrische tandenborstel en tandpasta gepoetst.

Afweer cliënt
Cliënten kunnen bij mondzorg afwerend reageren. Sommigen bijten in een reflex of weigeren simpelweg de mondzorg. Veel cliënten vinden het te intiem en niet prettig als mensen in hun mond zitten. Probeer de cliënt op zijn gemak te stellen en maak van het tandenpoetsen een activiteit. Verricht de mondzorg juist niet bij het aankleden in de ochtend, maar op een rustiger moment van de dag, bijvoorbeeld na de koffieronde of na de maaltijd. Geef de cliënt de borstel eerst zelf en ga na een tijdje helpen. Als de cliënt de kaken stijf op elkaar houdt kun je iets aan een mondhoek trekken en met de tandenborstel de buitenkant van de tanden poetsen. Als blijkt dat de cliënt meer vertrouwen heeft in een familielid, zou dit de mondzorg kunnen overnemen. Als de cliënt blijft weigeren mee te werken aan de mondverzorging rapporteer dit aan de coördinerende zorgverlener mondzorg (indien aanwezig), specialist ouderengeneeskunde (voorheen verpleeghuisarts), tandarts of mondhygiëniste.

 

Mondzorg: multidisciplinair

Goede mondzorg bij ouderen is een multidisciplinaire aangelegenheid. De specialist

ouderengeneeskunde, de diëtiste, de logopediste, de mondhygiëniste, de tandarts en de naasten van de cliënt spelen allen een belangrijke rol bij de mondzorg. Afstemming van de werkzaamheden, communicatie en coördinatie zijn van groot belang. Het is goed als een instelling één (of meerdere) coördinerende zorgverlener mondzorg instelt. Het meest geschikt voor deze taak is een professionele mondzorgverlener, zoals een mondhygiënist, maar ook een logopedist of een speciaal geschoolde verzorgende of verpleegkundige kan coördinerende zorgverlener mondzorg zijn. Een goed mondzorgbeleid is erop gericht dat alle cliënten van de instelling (professionele) mondzorg op maat krijgen. Daarvoor is het belangrijk dat de instelling een behandelovereenkomst met een tandarts sluit. Deze onderzoekt de mondgezondheid van de cliënt na opname en stelt een mondzorgplan op. Dit plan is een onderdeel van het integrale zorgplan en komt dus in het zorgdossier.

Wie doet wat in de mondzorg?

Verzorgenden
Als verzorgende zorg je samen met de cliënt (of zijn naasten) voor een juiste mondverzorging volgens het mondzorgplan in het zorgdossier. Daarnaast heb je als verzorgende een belangrijke taak in het signaleren van mondproblemen bij de cliënt. Gaat de cliënt slechter eten, drinken, verliest hij gewicht, is hij bang, heeft hij pijn of last van een slechte adem? Dan kan er wat aan de hand zijn. Ook kun je signaleren dat de cliënt niet meer zelf zijn tanden kan poetsen of geen gebitsprothese meer in doet. Meld signalen binnen vierentwintig uur aan de coördinerende zorgverlener mondzorg of aan degene die in jouw verpleeghuis voor de mondzorg verantwoordelijk is.

 

Klik hier voor andere zorgverleners die betrokken zijn bij de mondzorg

 

Klik hier voor info over mondzorg bij cliënten die alleen sondevoeding krijgen

 

Tekst: Hanneke van Veen - Tijdschrift voor Verzorgenden

Met dank aan: Mevrouw P.C. Bots-van 't Spijker, tandarts-geriatrie, verpleeghuis

Gaasperdam (Cordaan), Amsterdam; de heer P.E. le Rütte, beleidsmedewerker

Verenso, specialisten in ouderenzorg.

TvVOnline redactie

Of registreer je om te kunnen reageren.

Nursing is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden