Nieuwsbrief Meld je aan voor de e-mail nieuwsbrief van Nursing, TvV en TvZ. Klik hier

Radiotherapie


Definitie

Een patiënt die radiotherapie heeft ondergaan kan nog maanden tot jaren na deze therapie belemmering van de wondgenezing ondervinden, afhankelijk van de uitgebreidheid, dosis, frequentie en locatie van de bestraling. In bestraalde zones kunnen ook spontaan ulceraties ontstaan, zoals radiodermitis.

De stralen gebruikt bij radiotherapie brengen energie over naar de cellen in het bestraalde gebied. Hierbij wordt er schade aangebracht in het genetisch materiaal van de kankercellen, waardoor er celdood wordt veroorzaakt. Niet alleen het genetisch materiaal van de maligne cellen, maar ook dat van de gezonde tussenliggende cellen wordt beschadigd. In normale omstandigheden kunnen de gezonde cellen de beschadiging herstellen. Toch kan niet worden voorkomen dat ook de gezonde cellen voor een deel zullen afsterven. Bij radiotherapie zijn er vroegtijdige bijwerkingen en late bijwerkingen.

Bij de vroegtijdige bijwerkingen onderscheidt men droge desquamatie, vochtige desquamatie en ulceraties. De eerste fases worden gekenmerkt door rode, warm aanvoelende huid (zoals bij een zonverbranding).Soms ontstaat er secundair ook een ulceratie. De laattijdige bijwerkingen komen maanden tot jaren na de radiotherapie voor en bestaan uit huidatrofie, telangiëctasieën, hyperpigmentatie en haarverlies. In deze zones met huidatrofie ontstaan soms moeilijk helende ulcera, waarbij men steeds alert dient te zijn voor de ontwikkeling van huidcarcinomen.

De ulcera die op deze manier ontstaan zijn vaak moeilijk te behandelen. Het is dan ook belangrijk een goede lokale wondzorg uit te voeren. Maligniteiten die ontstaan in bestraalde zones zullen ook vaker ulcereren. Bij een niet-genezend ulcus in een bestraalde zone, moet men bijgevolg steeds bedacht zijn op een maligne proces, en is het bijgevolg aangewezen om bij de minste twijfel een biopsie te nemen.

(Handboek Wondzorg, 2009)