Afdelingshoofden zijn niet te benijden

<span style="color: #ff0000;"><strong><em>-Partner</em></strong>- Ik vraag nooit aan mijn vrouw hoe haar werkdag was. Niet zozeer omdat ik een enorme hork ben, maar omdat ze me altijd vóór is.

Nog vóórdat ze haar jas heeft uitgedaan en de katten heeft geaaid, spoelt er een tsunami van gefoeter over me heen.

Een vast bestanddeel: de úren die het haar als afdelingshoofd heeft gekost om uitvallende diensten op te vullen.
‘Ik heb nog niemand voor de zaterdagochtend’, zegt ze dan op donderdagavond met een lichte schrik in haar ogen. Dan weet ik al hoe laat het is: tenzij er vrijdag een wondertje gebeurt, staat mijn vrouw die zaterdagochtend hand- en spandiensten te verlenen. Dat is het lot van de kapitein op het schip: die kan écht niet van boord.

Eind jaren negentig schreef ik een reeks columns in Nursing – toen alleen nog op papier verkrijgbaar – over het leven als partner van een verpleegkundige. Inmiddels is mijn vrouw dus leidinggevende, in een verzorgingshuis. En ik moet zeggen: ze zijn niet te benijden, die zorgbaasjes.

Om te beginnen wil iedereen van ze af. Er moeten meer handen aan het bed, managementlagen moeten worden weggesneden. Een leidinggevende in de zorg is tegenwoordig de verpersoonlijking van de bureaucratie, het monster dat iedereen zo graag wil temmen.
Er moeten dus minder mensen komen zoals mijn vrouw. En de baasjes die tegen de verdrukking in achterblijven, moeten hun werk natuurlijk helemaal anders doen. Dat vinden althans hun ondergeschikten. Leidinggevenden moeten alle roosterwensen honoreren, ze moeten luisteren naar vakantieverhalen, ze moeten empathie tonen voor kwaaltjes, familieleed en relatieperikelen. Dan zijn er nog de patiënten en bewoners en hun achterban: die wensen onmiddellijke actie op hun klachten. En hee, daar staat de inspectie op de stoep voor een onaangekondigde controle.

Nu wil ik geen medelijden opwekken voor mijn vrouw: dat heeft ze niet nodig. Het aparte is namelijk dat ze haar werk, in weerwil van alles, gewéldig vindt. Voorál de mensen daar: ze loopt met ze weg – en gelukkig is dat wederzijds. Dat gefoeter bij thuiskomst is vooral een ritueel (tijdens het avondeten komen de léuke anekdotes). Ze wil het zichzelf gewoon graag moeilijk maken, denk ik dan maar. En dat valt te prijzen: ze zou kunnen kiezen voor een baan in de luwte, ergens buiten de zorg, maar dan zou ze ongetwijfeld verpieteren. Wat er ook gebeurt, ik mag nóóit de kans krijgen om bij thuiskomst te vragen hoe haar werkdag was.

Mark Traa schreef als ‘Partner’ enkele jaren in Nursing de column ‘Thuisfront’, over samenwonen met een verpleegkundige.

In het kader van het 15-jarig jubileum van Nursing schrijven zes oud-columnisten een gastblog. Mark Traa is de tweede in rij. Verder zijn er bijdrages van Joanneke Bleichrodt, Sacha Hubert, Judith Pors, Fadoua Bouali en Mathilde Bos.

Lees hier de blog van Joanneke Bleichrodt: ‘Vreselijke baan, wij?!’

DELEN
2
17
Gastblogger Nursing
Gastblogger Nursing wordt wisselend ingevuld, in de vorm van gastbijdragen op Nursing.nl, van mensen die één- of tweemalig iets kwijt willen. Wil jij ook eens een gastblog schrijven? Stuur 'm naar nursing@bsl.nl o.v.v. 'gastblog' en wie weet selecteert de redactie 'm voor publicatie.

2 REACTIES

  1. Lees alle reacties

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.