Betweterige mantelzorgers

Hoewel ik inmiddels flink wat verpleegervaring heb, zijn er altijd mensen die het beter weten.

En dit bedoel ik zowel cynisch als eerlijk. Er zijn mensen die alles beter weten, wat ik ook doe of zeg. En er zijn mensen die het inderdaad beter weten. Wat dacht je bijvoorbeeld van mantelzorgers, echtgenoten die hun man aan een ziekenhuis moeten overgeven. Natuurlijk weten verpleegkundigen waarschijnlijk meer van diagnose en behandeling. Verder hebben wij echter geen of weinig benul van hoe de man in de pyjama onze zorg ondergaat.

Verpleegkundigen, wij weten waar we het over hebben. Wij kennen woorden als ‘pathologie’, ‘intraveneus’ en ‘crepiteren’. Wij vinden infusen of zuurstofsuppletie belangrijk en praten over bedrust en mobiliteit; allemaal heel belangrijke onderwerpen vooraan in ons hoofd.

Maar wat dacht je van onderwerpen als ‘comfort’, ‘eetlust’ en ‘angst’. Zonder de eerste twee of met de derde krijgt een verpleegkundige te maken met therapieontrouw of agressie. We kunnen dus wel vasthouden aan wisselligging en tussendoortjes, maar wat wil de patiënt eigenlijk zelf?

Voor een patiënt die niet slaapt door onrustige benen, is het smeren van uierzalf op voeten en kuiten een essentieel stuk avondzorg. Hoe zou jij je voelen zonder slaap? Als een patiënt al 62 jaar geen dag zonder zijn vrouw is geweest, wie zijn wij dan om het logisch te vinden dat het bezoekuur voorbij is?

Een dochter die klaagt dat haar moeder veel te lang moet wachten voor ze wordt geholpen, is waarschijnlijk gewoon iemand als jij en ik die wil dat de verpleging ziet hoe belangrijk haar moeder is. Want haar moeder is niet ‘een patiënt’, maar haar moeder. Kon de dochter het zelf, dan deed ze het waarschijnlijk tot in de puntjes. Maar dat is het net; door gezondheidsproblemen wordt zij buitenspel gezet. Daar kan een verpleegkundige natuurlijk ook niks aan doen… of toch?

Er zijn mensen die altijd klagen, die ver buiten bezoekuren vertrekken. Er bestaan familieleden die schelden en dreigen of zichzelf boven de wet plaatsen. Er zijn naasten met een verpleegkundige, kritische achtergrond die vraagtekens zetten bij elk lichtje dat bijna brandt. Er lopen kinderen en ouders over onze werkvloeren die ons vertellen hoe ons werk moet.

Het kan flink op je drukbezette en overprikkelde zenuwen werken als iemand je corrigeert, terwijl je ook maar doet wat jij als juist hebt geleerd. Maar de ene mens is nou eenmaal de andere niet. En gelijk of ongelijk, de bemoeinaaste heeft een mening. Hij of zij is als één van de disciplines in je team. Ik ben het ook weleens niet eens met een medicus op mijn afdeling. Maar ik kan niet zonder hem of haar. De meedenkdochter is een collega waar je niet omheen kunt.

Maar erover klagen mag. Sommige mensen zijn nou eenmaal vervelende mensen. Chronische klagers, betovergrootbetweters, bemoeibuurvrouwen, verstikkende dochters, steeds bellende moeders en eigenwijze verpleegkundigen.

5 REACTIES

  1. Lees alle reacties
  2. En wat te denken van het boek “Onmacht en daadkracht” van Cilia Linssen. Vind ik écht een aanrader. Iedere situatie die ze daarin beschrijft is zo herkenbaar. En de oplossingen die ze daarvoor heeft zijn zó logisch dat je daar zelf niet bij stilstaat.

  3. Sandra, mooi hoe je de situatie uit jouw werkpraktijk schetst en rekening houdt met de gevoelens en de rol van mantelzorgers (samenspel), én toch ook je eigen grenzen aangeeft. Het gaat erbij samenspel om de wederzijdse verwachtingen uit te spreken.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.