Blog Henk en José: ‘Gluren bij de buren’

Bloggers Henk en José brengen wijkverpleegkundigen van diverse organisaties met elkaar in gesprek. Iedereen staat versteld van de onderlinge verschillen in werkwijze en indicering. Waar gluren bij de buren al niet goed voor is...

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Indiceren: de ene wijkverpleegkundige doet het anders dan de andere
Er zijn grote verschillen tussen indicerende wijkverpleegkundigen bij verschillende organisaties.

‘Registreren jullie echt iedere vijf minuten?’ ‘Waarom indiceer jij heel andere zorg dan ik bij een vergelijkbare cliënt?’ ‘Hoe kan het dat jullie gemiddeld drie uur per week zorg leveren, en wij wel negen?’ ‘Hoe kun je nu zorg indiceren als je de oorzaak van het verpleegprobleem niet eens hebt gevonden?’

Zomaar wat vragen die recent over tafel kwamen toen we wijkverpleegkundigen uit verschillende organisaties bij elkaar hadden gebracht. Om te praten over het vak. Om samen, en ook van elkaar, te leren. De aanleiding was het vergelijkend onderzoek naar indiceren, waarbij NANDA- en Omahagebruikers met elkaar werden vergeleken (Tijdschrift EBP 2017/2). Hieruit bleek dat er tussen wijkverpleegkundigen een enorme variatie bestaat in de zorg die zij indiceren. En dan gaat het niet om een verschil in minuten, maar in uren per week. De oorzaak van dat verschil, zo bleek tijdens dat onderzoek, ligt in de diagnostiek. De mate waarin wijkverpleegkundigen op zoek gaan naar de oorzaak van verpleegproblemen bepaalt voor een belangrijk deel het zorgvolume. Bovendien is er bij degenen die dat zorgvuldig doen, sprake van significant minder variatie in de indicatie.

Wat tijdens de gesprekken hierover ook bleek is dat wijkverpleegkundigen weinig idee hebben van de werkwijze binnen andere organisaties. Velen kunnen zich niet voorstellen dat het er elders compleet anders aan toe gaat. Terwijl de grote verschillen in indiceren, en in inzet van zorgvolume, duidelijk maakt dat die verschillen er wel degelijk zijn. Verschillen die niet kunnen worden verklaard door de cliënt en diens situatie, maar wel door de werkwijze van de betreffende wijkverpleegkundige, en de cultuur binnen de organisatie waar deze werkzaam is. Zo komt het voor dat er grote thuiszorgaanbieders zijn die gemiddeld negen uur zorg per cliënt per week inzetten, terwijl er andere aanbieders zijn die vergelijkbare cliënten bedienen met gemiddeld drie uur per week. Alle reden om hier eens diep in te duiken. Dat kan enerzijds via goed onderzoek. Anderzijds kunnen wijkverpleegkundigen hierin ook stappen zetten, door eens wat verder te kijken dan hun eigen organisatie lang is: ga eens gluren bij de buren!

Bij sommige thuiszorgaanbieders is het al normaal om verpleegkundigen vanuit verschillende teams ervaringen te laten delen, of nog beter: intercollegiaal te toetsen. Dat leidt in de praktijk tot andere, meestal betere inzichten waardoor de kwaliteit van zorg verbetert. Graag gaan wij nog een stap verder door wijkverpleegkundigen vanuit verschillende organisaties van elkaar te laten leren, door elkaar kritisch te bevragen op hun handelswijze: organisatie-overstijgend intercollegiaal toetsen. Dit leidt tot verrassende inzichten aan alle kanten, een steviger professioneel bewustzijn en – niet onbelangrijk – tot meer gemotiveerde wijkverpleegkundigen. Bovendien is het vrij eenvoudig te organiseren. Daarvoor zijn een paar enthousiaste wijkverpleegkundigen en betrokken bestuurders nodig, die niet bang zijn om in hun keuken te laten kijken.

Hoe moeilijk kan het zijn?

Lees ook de andere blog van Henk en José over indiceren: ‘Laat alleen hbo’er indiceren’.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.