Blog Rob: ‘Waarom bel je het consultatieteam palliatieve zorg niet?’

Rob vraagt zich af waarom verpleegkundigen heel weinig consultatieteams palliatieve zorg bellen. Kennen verpleegkundigen de teams niet? Of zijn ze bang de arts te passeren?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto FreeImages, Alfred Neumann

In een jaar tijd zijn 35 consultatieteams palliatieve zorg ruim zesduizend keer gebeld, zo blijkt uit het recent verschenen Jaarverslag 2018 van het IKNL (Integraal Kankercentrum Nederland). Zo’n negentig procent van die consulten kwam van artsen. Slechts een kleine tien procent van die telefoontjes kwam van verpleegkundigen. Hoe kan dat, zo weinig? Er zijn toch tig keer zoveel verpleegkundigen als artsen werkzaam in de palliatieve zorg?

Er zijn verschillende soorten consultatieteams palliatieve zorg. Sommige consultatieteams kunnen alleen ingezet worden binnen de muren van een ziekenhuis. Er zijn ook teams die vooral in de eerste lijn werken. En er zijn een paar teams die door zowel ziekenhuispersoneel als door huisartsen en thuiszorgmedewerkers ingeschakeld kunnen worden.

Het telefoonnummer van het consultatieteam palliatieve zorg in jouw regio vind je hier.

Grote overeenkomst tussen al deze soorten consultatieteams is dat zorgverleners ze kunnen vragen mee te kijken bij een bepaalde palliatieve casus, als er problemen zijn in de behandeling of begeleiding van een specifieke patiënt. Pijn is al jarenlang het meest besproken symptoom in de contacten van de consulenten (in bijna de helft van alle consulten). Daarna volgen symptomen als verwardheid (19 procent), benauwdheid (18 procent), misselijkheid (12 procent), vermoeidheid (8 procent) en angst (8 procent).

De consulenten van de teams krijgen tijdens de telefoontjes ook veel vragen over farmacologische kwesties (70 procent). Ook palliatieve sedatie is sinds jaar en dag een ‘populair’ onderwerp om een deskundige voor te consulteren: in één op de vijf casussen speelt deze behandeling een rol. Alle cijfers overziend snap je vast wel dat in één telefoontje vaak verschillende thema’s aan de orde kunnen komen.

De leden van die teams zijn deskundigen op het gebied van palliatieve zorg. Het zijn vaak kaderartsen palliatieve zorg, verpleegkundig specialisten palliatieve zorg en specialisten ouderengeneeskunde, die hun sporen ruimschoots in de dagelijks praktijk hebben verdiend. Dat die teams bestaan is mijn inziens zo ongeveer van gelijke waarde als het bestaan van richtlijnen palliatieve zorg (gebundeld op pallialine.nl). De teams maken, net als richtlijnen, de beste kennis en ervaring op het gebied van palliatieve zorg beschikbaar voor iedere hulpverlener, en daarmee, in het verlengde, voor iedere patiënt.

Democratischer wordt het niet.

Maar toch.

Ik weet niet precies hoeveel méér verpleegkundigen er met palliatieve zorg te maken krijgen dan artsen. Laat ik even gokken dat die factor op veertig ligt.

Hoe kan het dan in hemelsnaam dat consultatieteams in feite nauwelijks door verpleegkundigen worden gebeld? Komen verpleegkundigen geen problemen in de palliatieve zorg tegen? Kennen ze de consultatieteams niet? Of durven ze niet te bellen, omdat ze bang zijn dat ze daarmee de arts in de weg zitten?

In zijn vorige blog uitte Rob zijn twijfels over verpleegkundigen en verzorgenden die zelf het initiatief nemen om patiënten te wijzen op euthanasie. Hij verbaasde zich onder andere over een tweet van verpleegkundige i.o. Wendeline Roest, die daar in een gastblog op Nursing weer op reageerde.

0
2750
Rob Bruntink
Rob Bruntink is freelance-journalist/auteur, met palliatieve zorg als specialiteit. Hij is hoofdredacteur van twee tijdschriften over palliatieve zorg (Pallium en Pal voor u) en mede-eigenaar van Bureau MORBidee, een bureau dat het bespreekbaar(der) maken van de dood tot doel heeft.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.