Gastblog Maaike: ‘Aan de andere kant van de tafel’

Maaike werkt dagelijks met cliënten met dementie. En ondanks dat ze haar werk altijd met passie en liefde uitvoert, is er iets routinematigs geslopen in het contact dat ze heeft met mantelzorgers. Totdat de ziekte ineens haar persoonlijke leven raakt.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Maaike van Rossum

Al jaren werk ik in de ouderenzorg en zorg ik voor mensen met dementie. Ik zie cliënten komen. Ik zie dat ze zich steeds verder verliezen in de wereld van dementie tot het onvermijdelijke moment van overlijden volgt. Bij iedere cliënt voer ik gesprekken met hun families: partners, kinderen, kleinkinderen en zie ik hun verdriet. Iedere keer weer probeer ik me zoveel mogelijk in te leven in de kwetsbare situatie waarin zowel de cliënt als familie zich bevindt. En ondanks dat ik na al die jaren mijn werk nog steeds met veel liefde en passie uitvoer, is het op den duur toch een soort van vanzelfsprekend en normaal geworden.

Tot ik opeens aan de andere kant van de tafel zit.

Al een poosje merkten we dat het niet goed ging. Vanuit mijn professionele inzicht: cognitieve stoornissen. Aandacht, concentratie, oriëntatie, herinneren (korte termijn), problemen oplossen en inzicht in zijn eigen situatie zijn verstoord. Hij is prikkelbaar en kan erg snel extreem boos worden. En ondanks dat ik al heel wat jaren meedraai in de ouderenzorg, is dit een stuk waar ik geen ervaring mee heb. De beginfase van dementie, de fase voor de diagnose, de tijd vóórdat iemand wordt opgenomen. Eerst zien we dat er iets niet klopt, vervolgens het moment waarop we er simpelweg niet meer omheen kunnen, gevolgd door het medische traject om uitsluitsel te geven van wat er speelt. De twijfels, onzekerheden, spanningen. Het verdriet, gevoel van onmacht, frustratie en boosheid. Opeens draaien de rollen om: maak ik voor hem de afspraken bij huisarts en specialist, ga ik met hem mee, vertel ik namens hem aan de artsen wat er mis is en leg ik hem uit wat er uit de onderzoeken komt.

Ik hoop nog steeds dat het ‘maar’ een burn-out is, een complete overbelasting of iets anders wat op te lossen valt. Maar ik ben bang. Bang voor erger. Bang voor iets onomkeerbaars. Bang dat ik hem beetje bij beetje ga verliezen. Bang dat er een moment komt dat hij mij niet meer herkent.

Mijn vader, nog geen 65 jaar.

Wanneer kwam de zorg voor jou zo akelig dichtbij? Laat een reactie achter in de comments. Maaike van Rossum, coördinator PG woningen bij QuaRijn

1 REACTIE

  1. Ik was net een paar jaar klaar met de IG, en werkte in een verpleeghuis. En toen kreeg mijn moeder kanker. Heel mooi al die theorie, en die praktijk bij vreemden. Maar zó dichtbij… Dat was slikken.In 6 maanden was ze weg. En had ik veel geleerd over aan de zijlijn staan.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.