Gastblog: ‘Hij stierf toch niet alleen?’

Longarts Sander de Hosson zit samen met een verpleegkundige aan het bed van een stervende man. Diens echtgenote is er nog niet. Ze slaan hun handen om die van de man heen, als een soort stilzwijgende erecode.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
2sanderdehosson336x217.jpg
Sander de Hosson is longarts in het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen

Het moet nogal verbouwereerd geklonken hebben toen ik de verpleegkundige van de avond vroeg waar de echtgenote van de patiënt bleef. We zitten samen aan het bed van een ruim 80-jarige man die onze aanwezigheid vermoedelijk al lang niet meer opmerkt. Zijn ogen zijn gesloten en zijn handen liggen gevouwen op zijn buik. Ik kijk naar zijn ademhaling, die steeds langzamer wordt. We hebben onze handen om de zijne geslagen. De verpleegkundige houdt de ene vast, ik de andere. Hij is stervende.

Het is maar zelden dat ik meemaak dat iemand sterft zonder dat er familie aanwezig is. Meestal komt dat dan doordat er geen familie meer is. Ik vind dat hartverscheurend.
Heel soms sterft iemand zonder aanwezigheid van de familie doordat de situatie snel verslechtert, waardoor familie niet op tijd kan komen. Dat is al even hartverscheurend.
Het is van groot belang dat familie bij een overlijden kan zijn, voor de stervende, maar vooral ook voor degenen die verder moeten. Voor wie het een belangrijke herinnering wordt.

Als we als zorgverlener een eenzaam overlijden zien aankomen, valt me altijd de grote piëteit op die door een ieder wordt betracht. Het moment van overlijden verdient, net als de komst op deze wereld, totale stilstand en respect. Als familie of vrienden er niet zijn of niet kunnen zijn, dan zijn zorgverleners er. Ik zie verpleegkundigen dat doen, ook artsen als de mogelijkheid er is. Het is een soort stilzwijgende erecode, waarvoor niemand een eed gezworen heeft of een belofte heeft afgelegd. Het behoort toe aan goed hulpverlenerschap en menselijkheid. Met de tijd als vijand.

Heeft palliatieve zorg je interesse, kom dan naar Nursings Palliatieve Zorg Congres. Dat vindt plaats op 19 september, in het Van der Valk hotel in Eindhoven.

De man ligt sinds twee dagen op onze verpleegafdeling met een longontsteking. Hij is in een buitengewoon matige conditie, thuis gaat het niet meer. Hij woont alleen met zijn vrouw en ze hebben alle thuiszorg weten af te wimpelen. Als hij zou sterven, wilde hij niet dat het thuis zou gebeuren. Terwijl we een plek in een verpleeghuis aan het regelen zijn, worden we ingehaald door de tijd. De longontsteking reageert niet op antibiotica en de benauwdheid neemt toe. Ik verzoek de verpleging zijn vrouw te bellen, zij moet beslist snel komen.

‘Is ze er al?’ herhaal ik mijn vraag.
‘Nee,’ antwoordt de verpleegkundige die aan de andere kant van het bed is gaan zitten.

Dan ineens sterft hij. Tussen ons in. Gewoon van het ene op het andere moment. We horen nog één ademhaling en dan wordt het stil. Na twee minuten laat ik zijn hand los, pak mijn stethoscoop en luister naar zijn hart dat geen geluid meer maakt.

Haar wandelstok valt met een klap op de grond als ze hem ziet liggen. Aan het begin van de verpleegafdeling had ik haar al verteld dat hij dood is. In de kamer wankelt ze naar hem toe, pakt hem vast en huilt.

Het is verder helemaal stil op de verpleegafdeling. Het is een prachtig beeld dat even lijkt te vertragen. Alsof iemand onopgemerkt de slowmotionknop indrukt. Ik zie die oude, mooi beaderde handen om zijn gelaat. Haar mond dicht tegen zijn voorhoofd. Hoe zij hem kust. Eén van haar tranen loopt over zijn gezicht, tot hij eraf valt en smoort in het kussen.

Het is een klein, indrukwekkend afscheid. Daarna staat ze op en gaat op de stoel recht tegenover mij zitten. Ze kijkt me strak aan – het maakt me wat onzeker.
‘Stierf hij alleen?’
Ik had de vraag verwacht. Hij is belangrijk.
‘Nee’, zeg ik. ‘We waren bij hem. We hielden hem vast.’
‘Dank’, zegt ze.

Dan steekt ze haar handen uit naar de verpleegkundige en naar mij, tegelijkertijd. Ik zie weer die oude slanke beaderde handen. En terwijl ze zacht knijpt, zegt ze het zachter. ‘Dank. U weet niet half wat dat voor mij betekent.’ 

Nursing plaatste eerder een ontroerende blog van Sander over de samenwerking met een verpleegkundige rond het sterven van een patiënt. Die werd door bijna 11.000 mensen gelezen.

Deze blog verscheen eerder in een andere vorm in Dagblad van het Noorden.

4 REACTIES

  1. Lees alle reacties
  2. Ontroerend!
    Ik werk in een verzorgings-/verpleeghuis en doe vaak nachtdiensten. Helaas heb ik meerdere keren meegemaakt dat de directe familie, zelfs kinderen, niet aanwezig willen! zijn. Hiervoor worden dan diverse excuses gebruikt zoals: "ik kan hier niet mee omgaan" en "hij/zij heeft toch niet meer door dat we er zijn".
    Vaak wordt er nog bij gezegd dat we 's nachts niet hoeven bellen.
    Ook al weet ik meestal niet hoe de verhoudingen liggen in zulke families, toch heb ik er veel moeite mee dat ze het niet kunnen opbrengen om in deze laatste fase hun ouder te steunen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.