Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties6

In 10 stappen een moeilijk infuus inbrengen

Mevrouw Jensen is oncologisch patiënt en heeft een infuus nodig. Jij moet deze inbrengen. Er is weinig steun voor de vaten waardoor ze beweeglijk zijn. Hoe pak je het inbrengen aan?
Infuus inbrengen door een verpleegkundige.
Een verpleegkundige brengt een infuusnaald in bij de patiënt. Foto Arno Massee

Casus

Mevrouw Jensen is 68 jaar. Ze heeft in twee jaar tijd twee keer zes chemokuren gekregen vanwege een ovariumcarcinoom. Ze heeft een debulkingsoperatie ondergaan maar tot overmaat van ramp is ook een mammatumor links ontdekt. Na een gemodificeerde radicale mastectomie volgen zes chemokuren. Ze kan alleen nog maar in haar rechterarm geprikt worden, voor bloedafnames en een eventueel infuus.

Op zaterdagavond om 22.00 uur wordt ze opgenomen met acute buikklachten, er bestaat een verdenking op een strengileus. De artsen overwegen een laparotomie maar willen nu alvast niets per os, een volledig bloedbeeld en een 2,5 liter infuus.

Jij krijgt de opdracht dat te regelen. Je bent een ervaren infuusprikker maar prikt niet zo heel vaak, twee keer per week. Je moet vier buizen bloed af zien te nemen en daarna het infuus dus nog.

Mevrouw oogt ziek, is erg afgevallen en haar onderhuids vet is minimaal. Er is dus weinig steun voor de vaten waardoor ze erg beweeglijk zijn. Ook is ze al twee dagen aan het braken waardoor de verwachting is dat ze ondervuld en gedehydreerd is.

Haar vaten voelen taai en hard aan, waarschijnlijk door de chemo, haar leeftijd, haar Prednisongebruik rondom die chemokuren en haar ondervulling. Haar hartfrequentie is 112 en haar tensie 100/50. Het wordt een lastig infuus zoals we dat noemen. Hoe pak je het aan?

In 10 stappen een ‘lastig infuus’ inbrengen

1 Je hangt de arm lager dan het hart om zo alvast wat meer veneus bloed in de onderarm en hand achter te laten; in feite maak je gebruik van de zwaartekracht en het onvermogen van het bloed snel terug te stromen, tegen de zwaartekracht in. Pak de hand en onderarm in met een warme doek of deken. Je kunt ook een emmertje warm water op een krukje naast het bed zetten, waar ze alvast haar hand in laat hangen.

2 Je gaat de stuwing heel precies aanbrengen met behulp van de tensiemeter. Je meet tensie aan haar rechterarm. Na die meting, die je onthoudt, pomp je de band weer op tussen de twee gemeten waarden in. Gemeten 100/50 wordt dus gevolgd door bijvoorbeeld 80 mm Hg.Maak je gebruik van een automatische tensiemeter dan zit er vaak een stasis-functie op. Na het meten van de tensie druk je op statis of venous stasis en zal de tensiemeter tussen de gemeten systolische en diastolische waarde opblazen.

Let op dat sommige tensiemeters de statis al na 1 minuut loslaten, dus stel dat eerst in op 2 of 3 minuten.Bij een tensie van 100/50 pompt het hart dus met een druk van 100 mm HG bloed de arm in.

De tensieband wordt op 80 gezet, dus er kan veel bloed de arm in. Het bloed kan de arm niet uit omdat de terugloop van bloed met bijvoorbeeld een druk van 30 mm HG plaatsvindt. Er kan dus wel bloed de arm in en niet meer uit. Meten is weten! De venen zwellen enorm op. En dat is erg handig, zeker als je een lastig infuus verwacht. Al die tijd is de arm lager dan het hart (wet van de communicerende vaten).

3 Wacht twee minuten, gebruik die twee minuten om je spullen klaar te zetten die je voor de bloedafname en het infuus nodig hebt, zoals een infuuscanule, de bloedbuizen, de koppelaar tussen infuuscanule en bloedafnamesysteem, etc zie je protocol.

4 Desinfecteer met een snel-inwerkend middel zoals chloorhexidine 0,5% in alcohol 70%.

5 Het is handig als je de infuuscanule die je gaat gebruiken een beetje naar boven ombuigt. Dat doe je zodra je hem/haar uit de oververpakking haalt. Je buigt dus het stalen gedeelte een beetje naar boven terwijl de huls er nog omheen zit. Hierdoor is de kans veel kleiner dat je na het aanprikken van de vene die gelijk weer aan de achterkant verlaat.

6 Vraag de patiënte haar hand heel slap houden. Als je mevrouw een vuist laat maken wordt het bloed uit de hand, pols en onderarm juist weggeduwd! Prik onder ongeveer 30 graden door de huid. Wacht dan 1 seconde en oriënteer je opnieuw op de vene. Die kan van plaats verschoven zijn bij deze patiënt.

Als je weer weet waar de vene zit verklein je de aanprikhoek naar 15 graden en ‘schiet’ de infuuscanule met hoge snelheid de vene in. De snelheid is noodzakelijk omdat anders de vene gewoon opzij gaat voor de naaldpunt. Je kunt dat vergelijken met een bot keukenmesje en een jong tomaatje. Die krijg je alleen gesneden als je vaart zet in dat mesje.

7 Zodra je bloed ziet in de canule zit de punt van de naald dus in de vene maar het canuledeel nog niet. Je moet dan het geheel nog 2-5 mm doorschuiven om ook de canule in te brengen. Angst voor het ‘aan de achterkant van de vene er weer uitkomen’ hoef je niet te hebben want je hebt een kleine buiging in de naald gemaakt. Trek de naald (mandrijn) 1 cm uit de canule en schuif direct de hele canule de vene in, zo ver mogelijk.

Belangrijk: als je op de een of andere manier in de problemen komt nadat je de naald bij het opvoeren iets teruggetrokken hebt uit de canule en het opvoeren niet lukt, dan mag je nooit de naald weer opnieuw de canule invoeren. Anders kan er een stukje canule afscheuren en daardoor een katheter-embolie ontstaan.Lukt het opvoeren niet, pak dan een tweede venflon en prik direct erboven – dus naar het hart toe – een nieuwe venflon. Maak dat helemaal af en daarna verwijder je pas de gemiste venflon.

8 Zet je duim op het uiteinde van de canule en verwijder de naald. Schroef de bloedafnameconnector op de canule en neem bloed af zoals je dat altijd doet, maar dan via deze weg.

9 Als je al je bloedbuizen gevuld hebt laat je de tensieband leeglopen. Als je de buizen naar het lab stuurt meld er dan bij dat er mogelijk hemolyse heeft plaatsgevonden. Beter een afwijkende kalium bepaling dan een patiënt zonder infuus.

10 Fixeren zoals altijd, infuuspomp aansluiten, glucose 2,5%/natriumchloride 0,45% instellen op 2,5L/24 uur, handelingen afsluiten en patiënt warm en comfortabel houden.

Alfred de Jong is anesthesieverpleegkundige, werkt als technisch verpleegkundige in de specialistische wijkverpleging en is eigenaar/docent van precision bijscholingen.

6 REACTIES

  1. Lees alle reacties
  2. Ik begrijp stap 8 “zet je duim op het uiteinde van de canule” niet zo goed. Wat bedoel je hier precies mee? Het uiteinde van de canule dat in het bloedvat zit afdrukken? Of de open connectie (waar naderhand het afsluitdopje opgaat) afsluiten met je duim? Als het dat laatste is, waar blijft dan het “no touch” principe?

    • Lees alle reacties
    • Beste Judith, hierbij de reactie van Alfred de Jong: Als de canule geplaatst is en de mandrijn (naald) er nog in zit, maar een stukje is teruggetrokken, kan je even een vinger op het einde van de canule zetten en dan de mandrijn verwijderen. Dan blijft het droog. Daarna kan je een infuus aansluiten, of een dopje erop zetten etc.

    • Beste Nvv, dit is het antwoord van Alfred de Jong: Het buigen van de naald is een al 45 jaar bestaand trucje dat veel wordt gebruikt in de anesthesiepraktijk. De patiënten daar zijn soms zo in diepe shock of septisch of na chemo of hypotherm of vasoconstrictief door inotropica dat het lumen van de venen bijzonder klein is. Een venflon is vereist om een leven te redden (anesthesie-start). In zo’n patiënt een venflon krijgen is moeilijker. Je moet dus na aanprikken vooral zorgen dat je er niet aan de achterkant weer uitfietst. Aangezien je na aanprikken EN positieve bloed-feedback je venflon nog 2 mm moet doorschuiven om ook de canule daadwerkelijk in de vene te schuiven is er risico dat je met de naaldpunt door de achterkant van de vene prikt. Buig je vooraf de naald een paar graden (natuurlijk met het beschermhulsje er nog omheen – de no touch-techniek), dan voorkom je dat dus. En prik je ook bij zo’n patiënt altijd in 1x raak. Trucjes…goud waard voor de patiënt. En nog nooit iets zien afbreken.

      • Dit trucje wordt door de fabrikanten niet gehonoreerd, het kan dat het al meer dan 45 jaar bestaat, ik vermoed zelfs nog langer maar anekdotische bewijs is obsoleet zo weten we allemaal. Naar boven buigen van de naald (natuurlijk als die nog in de veiligheidshuls zit) kan betekenen dat je toch onbedoeld door de bovenzijde van het vat heenprikt. Niet een handige methode. Beter is om het bloedvat oude huid wat strak te trekken door de huid met een vinger naar je toe strak te spannen en zijwaarts met de venflon de vene aan te prikken, eventueel eerst door een stukje huid heen zodat het vat meer gefixeerd is en het minder gauw ‘wegschiet’.
        Overigens is het geheim van goed infuus prikken het observeren van de beste mogelijke priklocaties, frequent infuus kunnen prikken & rust.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.