Medicijnquiz: antivirale middelen

Beantwoord de vragen van de medicijnquiz en verdien een accreditatiepunt voor het kwaliteitsregister V&V. De nieuwe medicijnquiz uit Nursing februari staat online en gaat deze keer over antivirale middelen.
thermometer.jpg

Virusinfecties zijn moeilijker te bestrijden dan bacteriële infecties. Virussen vermenigvuldigen zich makkelijker dan bacteriën, omdat zij gebruik maken van het leefmilieu van de gastheercel. Daarom moeten ook de gastheercellen worden aangetast om een virus te bestrijden. De meeste antivirale middelen grijpen in op de synthese van viraal DNA of RNA. Voorbeelden van DNA-virussen zijn herpesvirussen, pokkenvirussen en het hepatitis-B-virus. Voorbeelden van RNA-virussen zijn het rubellavirus (rode hond), picornavirussen (waaronder veroorzakers van meningitis) en paramyxovirussen (zoals het mazelenvirus). Ook hiv is een RNA-virus.

Ga direct naar de medicijnquiz>>> 

Voorbeeldvraag:
Oseltamivir is geregistreerd voor de behandeling en preventie van influenzavirus A en B. Wat is het voordeel van dit middel ten opzichte van zanamivir?
a. Het is oraal toepasbaar
b. Het is ook voor risicogroepen geschikt
c. Het heeft minder bijwerkingen 
d. Alle antwoorden zijn juist

Iedere maand verschijnt de medicijnquiz in Nursing. Voorgaande quizzen over rekenen met pijnmedicatie, corticosteroïden, anti-emetica en angststoornissen vind je hier >>>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.