Nursing Challenge | Dit zijn de verpleegkundige classificaties bij complicaties bij COPD

Energiebehoud, zelfmanagement en meer: welke verpleegkundige diagnoses, interventies en resultaten zijn van belang bij COPD-patiënten met complicaties? Classificatiedeskundige Friso Raemaekers* helpt je op weg.

Benauwdheidklachten bij patiënten met COPD hebben een enorme impact op de activiteiten van de dag. De patiënt moet dagelijks de balans zoeken tussen de hoeveelheid activiteiten en beperking van lichamelijke inspanning.

Verpleegkundige diagnoses

Met de verpleegkundige diagnose ‘Verminderd activiteitsvermogen’ (NANDA 00298) geef je als verpleegkundige alle aandacht naar het meest cruciale probleem van je patiënt.

Van exacerbaties tot pulmonale hypertensie: bij COPD kunnen allerhande complicaties en comorbiditeiten optreden. Welke zijn dat en hoe ontstaan ze? Lees het Nursing Challenge-artikel, maak de toets en verdien 2 accreditatiepunten.

In dit zorgplan bij complicaties bij COPD vind je andere mogelijke verpleegkundige diagnoses bij COPD. Deze zijn een indicatie en gelden zeker niet voor iedereen en altijd.

Zijn veel (of wellicht zelfs alle) diagnoses op jouw patiënt van toepassing, dan is het onmogelijk om aan allemaal tegelijk te werken. Geef daarom prioriteit aan de geselecteerde verpleegkundige diagnoses en durf samen met je patiënt een keuze te maken welke van belang is. Stel desnoods iedere week, maand, of ieder half jaar een ander probleem centraal, waaraan gewerkt kan worden.

Interventies

De verpleegkundige interventies zijn afhankelijk van het stadium van COPD en het leervermogen van je patiënt. Maar ‘energieregulering’ (NIC 0180) en het leren om op de juiste wijze de energie te verdelen over de dag is voor veel patiënten nuttig.

Zorgresultaten

De indicatoren van de zorgresultaten van de NOC geven de gezondheidswinst op korte en lange termijn weer. Ook voor de patiënt kun je hiermee zijn of haar eigen gezondheidstoestand inzichtelijk maken. Twee nuttige zorgresultaten zijn zelfmanagement en kennis. Hieronder vind je de bijbehorende indicatoren.

Zelfmanagement: chronische obstructieve longaandoening (NOC 3103)
Persoonlijke acties ten einde een chronische obstructieve longaandoening (COPD) en de behandeling daarvan onder controle te krijgen en de ziekteprogressie en complicaties te voorkomen.

Indicatoren [lopend van nooit tot altijd]:

  • Accepteert de diagnose
  • Bewaakt de ademhalingsfrequentie en het ademritme
  • Bewaakt de ernst van de symptomen
  • Bewaakt de frequentie van de symptomen
  • Bewaakt de lichaamstemperatuur
  • Bewaakt de therapeutische effecten van de voorgeschreven medicatie
  • Bewaakt de zuurstofsaturatie
  • Bewaakt polsfrequentie en hartritme
  • Doet aan aanbevolen lichaamsbeweging
  • Gebruikt medicijnen volgens voorschrift
  • Gebruikt zorgvoorzieningen conform de zorgbehoefte
  • Gebruikt zuurstof op de juiste manier
  • Houdt een plan bij voor medische noodgevallen
  • Is alert op bijwerkingen van de medicatie
  • Is alert op de aanvang van symptomen
  • Is alert op effecten van vocht-inname op de ademhaling
  • Is alert op effecten van voedsel-inname op de ademhaling
  • Is alert op het aanhouden van symptomen
  • Is alert op klachten en verschijnselen van depressiviteit
  • Is alert op ziekteprogressie
  • Komt afspraken voor bezoeken aan de zorgverlener na
  • Maakt gebruik van beschikbare wijkvoorzieningen
  • Meldt behoefte aan financiële ondersteuning
  • Meldt klachten die duiden op verergering van de ziekte
  • Neemt deel aan longrevalidatie
  • Participeert in de besluitvorming over de zorg
  • Past levensgewoonten aan voor een optimale gezondheid
  • Past methoden toe ter verlichting van de symptomen
  • Past ontspanningstechnieken toe
  • Past strategieën toe om met veranderingen in het functioneren te kunnen omgaan
  • Past technieken voor energiebehoud toe
  • Verkrijgt de benodigde medicatie
  • Verkrijgt de jaarlijkse griepprik
  • Verkrijgt medische zorg bij waarschuwingssignalen
  • Verkrijgt vaccinatie tegen longontsteking
  • Vermijdt risicofactoren uit de omgeving
  • Vindt een evenwicht tussen rust en activiteit
  • Voert het behandelschema volgens voorschrift uit
  • Volgt een behandeling om te stoppen met roken
  • Zoekt informatie over methoden om complicaties te voorkomen
  • Zoekt informatie over methoden om ziekteprogressie te voorkomen

Kennis: management van chronische obstructieve longaandoening (1848)
Mate waarin iemand aantoonbaar inzicht heeft in een chronische obstructieve longaandoening (COPD), de behandeling daarvan, en de preventie van progressie en complicaties.

Indicatoren [lopend van geen kennis tot uitstekende kennis]:

  • Belang van jaarlijkse griepprik
  • Belang van medicatietrouw
  • Belang van nazorg
  • Belang van therapietrouw
  • Belang van vaccinatie tegen longontsteking
  • Belang van voltooien antibioticakuur
  • Beschikbare steungroepen
  • Beschikbare wijkvoorzieningen
  • Bijwerkingen van de medicatie
  • Correct gebruik van inhalator
  • Correct gebruik van voorgeschreven medicatie
  • Gevolgen voor de leefstijl
  • Klachten en verschijnselen van complicaties
  • Klachten en verschijnselen van COPD
  • Klachten en verschijnselen van terugval
  • Nadelige effecten van de medicatie
  • Oorzaak en factoren die een bijdrage leveren
  • Risicofactoren van progressie
  • Specifiek ziekteproces
  • Strategieën om controleerbare risicofactoren uit de omgeving te hanteren
  • Strategieën om leefstijl aan energieniveau aan te passen
  • Strategieën om te stoppen met roken
  • Strategieën ter voorkoming van complicaties
  • Strategieën ter voorkoming van progressie
  • Strategieën voor een evenwicht tussen rust en activiteit
  • Strategieën voor het beheersen van COPD
  • Technieken voor een effectieve ademhaling
  • Technieken voor energiebehoud
  • Therapeutische effecten van de medicatie
  • Veiligheidsaspecten van zuurstofgebruik
  • Voldoende vochtinname
  • Voordelen van een longrevalidatieprogramma
  • Voordelen van ziektemanagement
  • Voorgeschreven procedures
  • Wanneer assistentie van een professionele zorgverlener te vragen
  • Wanneer zich met spoed te laten behandelen
  • Wat te doen in noodgevallen

Friso Raemakers.Friso over NANDA NIC NOC in de verpleegkunde

* Friso Raemaekers is SEH-verpleegkundige, regiocoördinator NANDA-I Netwerk, lid ExpertNetwerk Verpleegkunde van Nursing en TvZ. Lees ook zijn blog: ‘NANDA-I NIC en NOC verhelderen en inspireren de verpleegkunde’