Nursing Challenge | Verpleegkundige classificaties bij multiple sclerose

Symptomen van multiple sclerose leiden je verpleegkundige anamnese al snel naar het gezondheidspatroon van activiteit en lichaamsbeweging. Is dat de juiste richting? Classificatiedeskundige Friso Raemaekers* geeft advies.

Foto: Adobestock

Mevrouw Jongsma is 76 wanneer multiple sclerose bij haar wordt vastgesteld. Na 2 jaar worden haar benen steeds zwakker. Ze heeft een rollator, maar loopt steeds minder en komt nauwelijks meer buiten. Dagelijkse verzorging en huishouden kosten steeds meer moeite. Haar man probeert te helpen, maar heeft zelf ook verschillende gezondheidsproblemen. (Lees de rest van deze casus in de Nursing Challenge: Multiple Sclerose)

Welke verpleegkundige diagnose, uitkomsten en interventies passen bij deze casus? Classificatiedeskundige Friso Raemaekers helpt je op weg.

Verpleegkundige diagnose stellen

Bij patiënten met multiple sclerose (MS) komen veelal symptomen voor op het gebied van beweging, sensibiliteit en coördinatie. Daar is ook sprake van bij mevrouw Jongsma.

In je verpleegkundige anamnese volgens de gezondheidspatronen van Gordon leiden dit soort symptomen van MS al snel naar het Activiteitenpatroon. Denkende dat je patiënt bepaalde activiteiten niet meer kan, kun je uitkomen bij een verpleegkundige diagnose als Lichamelijk mobiliteitstekort. Maar dat is niet per definitie de juiste keuze.

Waarom verpleegkundige classificaties?

Het classificeren van verpleegkundige zorg maakt deze niet alleen inzichtelijk en meetbaar, maar draagt er ook aan bij dat iedereen op dezelfde manier rapporteert. Dat helpt om onderbouwd verbanden te leggen tussen symptomen, oorzakelijke factoren en het effect van interventies. Ook helpen verpleegkundige classificaties je gerichter naar patiënten te kijken, en de juiste keuzes te maken.

Diagnose valideren

Je moet je diagnose valideren door goed te kijken naar de bepalende kenmerken die onder deze diagnose vallen: passen die bij jouw patiënt? Is dat niet het geval, kijk dan verder.

Bij mevrouw Jongsma is bijvoorbeeld een beter passende diagnose: Ineffectieve planning van activiteiten. Het is niet zo dat mevrouw Jongsma lichamelijk niets kan; maar wel dat ze een verkeerd beeld heeft van haar capaciteiten. Ze wil veel zelf doen en onderneemt relatief zware activiteiten in de ochtend (‘dan heeft ze die maar gehad’) waardoor ze de rest van de dag weinig energie meer heeft.

Zorgresultaten bepalen

Vervolgens bekijk je welke zorgresultaten passen bij de door jouw gestelde diagnose. In het geval van mevrouw Jongsma zou je kunnen denken aan Zelfmanagement: multiple sclerose. Onder dit zorgresultaat valt onder meer de indicator Maakt gebruik van wijkvoorzieningen. Een belangrijke indicator voor mevrouw, omdat zij zwaardere huishoudelijke taken uit handen zou kunnen geven.

Verpleegkundige interventies

Met de verpleegkundige interventie ga je nog meer de diepte in. Voor mevrouw Jongsma kan Activiteitenplanning een belangrijke interventie zijn. Welke activiteiten kan ze overdragen aan huishoudelijke hulp, en welke activiteiten zijn voor haar belangrijk om zelf te doen? Welke aanvragen moeten ingediend worden bij de gemeente, wat moet de zorgverzekering goedkeuren?

Door activiteiten uit handen te geven, te prioriteren en te plannen, kan mevrouw Jongsma enorme gezondheidswinst behalen. Mogelijk gaat ze hierdoor haar ziekte en beperkingen minder zwaar beleven.

De in dit artikel genoemde verpleegkundige diagnoses, zorgresultaten en interventies zijn onderdeel van Nanda, NIC en NOC, ook eenvoudig digitaal te raadplegen in de Nanda NIC NOC-tool. Lees ook ‘Indiceren gaat niet om zorgtaken toewijzen’ en andere interessante artikelen over verpleegkundige classificaties.

Verpleegkundige diagnoses bij MS

Veel voorkomende verpleegkundige diagnoses bij MS zijn:

  • Ineffectieve planning van activiteiten t.g.v. onrealistische beleving van persoonlijke capaciteiten
  • Lichamelijk mobiliteitstekort t.g.v. neuromusculaire aandoening
  • Zelfverwaarlozing t.g.v. functionele beperking
  • Machteloosheid t.g.v. onvoorspelbaarheid van het ziektebeloop
  • Zelfzorgtekort (specificeer) t.g.v. neuromusculaire aandoening
  • Seksueel disfunctioneren t.g.v. veranderd lichamelijk functioneren
  • Chronisch verdriet t.g.v. omgaan met de ziekte en achteruitgang van lichamelijk functioneren
  • Urineretentie t.g.v. remming van de reflexboog

Friso Raemakers.* Friso Raemaekers is SEH-verpleegkundige, regiocoördinator NANDA-I Netwerk, lid ExpertNetwerk Verpleegkunde van Nursing en TvZwww.friso.blog