Medicatie

Medicatie
doorbraakpijn

Snelwerkend fentanyl eerste keuze onvoorspelbare doorbraakpijn

Snelwerkende fentanylpreparaten zijn voortaan middelen van eerste keuze bij de behandeling van onvoorspelbare doorbraakpijn bij kanker.
Medicatie
GLP-1-agonisten

Nursing Challenge: GLP-1-agonisten

GLP-1-agonisten worden ingezet bij de behandeling van diabetes mellitus type 2, maar het zijn geen insulines. Maak de toets bij dit artikel en verdien 1 accreditatiepunt.
Medicatie

Nieuwe antidiabetica geven vooral deze bijwerkingen

Lareb heeft de bijwerkingen van nieuwe antidiabetica in kaart gebracht. In dit artikel staan de meest genoemde, bijvoorbeeld van DPP4-remmer sitagliptine.
Medicatie
metformine

Nursing Challenge: metformine

Metformine is een bloedglucoseverlagend middel voor de behandeling van diabetes mellitus type 2. De toets bij dit artikel is goed voor 1 accreditatiepunt.
Wondzorg

Diabetesmedicatie kan gangreen van Fournier veroorzaken

Gangreen van Fournier is een zeldzame, maar ernstige aandoening waarbij het lichaamsweefsel van de geslachtsorganen en het gebied daaromheen afsterft.
Ziektebeelden

10 vragen en antwoorden over diabetes

Hoewel diabetes mellitus een bekend ziektebeeld is, zijn er nog altijd onduidelijkheden over. Vandaar een opfrisser in de vorm van dit artikel. 10 Vragen en antwoorden over diabetes die je altijd al op een rijtje wilde hebben.
Medicatie

Wetenschap: metformine doorslikken op operatiedag maakt geen verschil

Doorslikken van metformine op de dag van een operatie zorgt niet voor betere postoperatieve glucoseregulatie bij patiënten met diabetes type 2.
Medicatie
HypoKit

Novo Nordisk roept HypoKit-spuiten voor diabetespatiënten terug

Novo Nordisk roept bepaalde HypoKit-spuiten voor diabetespatiënten terug. De naald kan loslaten van de spuit.
Medicatie
Download Nursing-poster over orale antidiabetica

Nursing-poster over orale antidiabetica

Veel patiënten met diabetes mellitus type 2 krijgen tabletten om de bloedglucose te verlagen. De laatste jaren zijn er aardig wat nieuwe middelen bij gekomen. Een overzicht
Medicatie
Verpleegkundige berispt om medicatiefout

Verpleegkundige berispt om medicatiefout

Een thuiszorgverpleegkundige is berispt om het niet checken van medicatie, het negeren van een waarschuwing van een mantelzorger en onvoldoende bijscholing wat betreft medicatiebeleid.

Over medicatie

Geneesmiddelen

Zorg voor medicatie: uitzetten, klaarzetten, aanreiken of toedienen van medicijnen.

Lees meer

De arts schrijft medicijnen voor, op basis van indicatie, rekening houdende met contra-indicaties en mogelijke interacties. Als de patiënt de medicatie niet zelf kan beheren, is de verpleegkundige verantwoordelijk voor het aanreiken, toedienen, uitzetten, klaarzetten en beheren van medicijnen.

Medicatieveiligheid

Medicatieveiligheid gaat over alle activiteiten die zijn gericht op juiste voorschrijving, aflevering en gebruik van geneesmiddelen. Met als doel dat
– de juiste cliënt
– het juiste medicijn
– op de juiste tijd
– in de juiste hoeveelheid en dosering
– en op de juiste wijze krijgt toegediend

Medicatiefout

Een medicatiefout is elke fout in het proces van voorschrijven, ter hand stellen/afleveren, opslag/beheer, gereedmaken, toedienen/registreren en evalueren, ongeacht of er schade is opgetreden.
Veelvoorkomende oorzaken:
– Geen duidelijke toedienlijst: niet weten wat te moeten geven.
– Zelf maken van een medicijnlijstje: de gegevens zijn niet goed overgenomen.
– Storingen tijdens het werken met medicatie: onvoldoende aandacht bij de voorbereidingen en het toedienen van de medicijnen.
– Geen duidelijke afspraken in het zorgleefplan: voor de toediener is niet duidelijk waar hij/zij verantwoordelijk voor is.
– Geen goede toedienregistratie: er is niet afgetekend, dus is het niet duidelijk of de cliënt medicatie heeft gekregen.
– De instructie is niet duidelijk: toediener weet niet waarop te letten.
– Geen kennisgenomen van de bijsluiter: toediener weet niet wat hij/zij geeft.
– Geen volledig ingevuld uitvoeringsverzoek bij injecties: er zijn onvoldoende gegevens om verantwoord te handelen.

Bijwerkingen en interactie

Omdat de werkzame stoffen van een geneesmiddel door het hele lichaam zitten, kan er ook een ongewenste lichamelijke reactie op een niet beoogde plek optreden. Veel voorkomende bijwerkingen zijn duizeligheid, hoofdpijn en maag- en darmklachten, zoals diarree en buikpijn. Ook kan iemand allergisch of overgevoelig zijn voor geneesmiddelen, wat zich kan uiten in jeuk, huiduitslag of benauwdheid.

Bij gelijktijdig gebruik van meerdere medicijnen kunnen deze elkaars werking positief of negatief beïnvloeden (interactie). Dit kan ook gebeuren tussen recept-medicijnen en zelfzorgmedicijnen en tussen zelfzorgmedicijnen onderling. Ook interactie met voedsel of dranken is mogelijk, zoals alcohol, melk of grapefruitsap. Een probleem – vooral bij ouderen – is polyfarmacie: het gebruik van meerdere medicijnen.

Afhankelijkheid en verslaving

Volgens de DSM-IV TR2 is afhankelijkheid of misbruik van een middel een patroon van onaangepast gebruik van een middel dat significante beperkingen of lijden veroorzaakt. Zoals: het middel wordt langer – of in hogere dosering – gebruikt dan gepland. Soms treden ook  fysiologische verschijnselen op, zoals tolerantie: de patiënt heeft steeds meer nodig om hetzelfde effect te bereiken. Er kan ook sprake zijn van selectieve tolerantie, bijvoorbeeld: na enkele dagen opioïdgebruik blijft het pijnstillend effect en verdwijnt de misselijkheid. Bij gebruik van een middel dat alleen gericht is op vermindering van een gezondheidsprobleem, zoals pijn, is geen sprake van verslaving. Wel kan lichamelijke afhankelijkheid ontstaan. Dit betekent dat bij plotseling staken van het middel lichamelijke ontwenningsverschijnselen zijn te verwachten..

Oplaaddosis, insluipen, uitsluipen

Bij een medicamenteuze behandeling moet de gewenste concentratie van het geneesmiddel zo snel mogelijk de bloedbaan bereiken. Soms is daarvoor een hogere aanvangsdosering (oplaaddosis) nodig (zoals bij digoxine, en anticoagulantia, zoals acenocoumarol, fenprocoumon, warfarine).

Insluipen is het geleidelijk verhogen van de dosis in de loop van dagen of weken. Onder meer om de kans op bijwerkingen te verminderen. Doorgaans is bij het stoppen met medicatie de plasmaspiegel na vijf keer de halfwaardetijd zo laag dat geen effecten meer optreden. Bij sommige geneesmiddelen is uitsluiping (geleidelijk verlagen van de dosis) nodig om onttrekkingsverschijnselen of het reboundfenomeen te voorkomen. Bijvoorbeeld bij anti-epileptica en corticosteroïden. Het reboundeffect houdt in dat na staken van het middel, de symptomen waarvoor het middel werd gebruikt (tijdelijk) terugkeren, soms in heviger mate.

Halfwaardetijd

De halfwaardetijd is de tijd waarna nog maar de helft van het geneesmiddel in het bloed is. Enige tijd na inname wordt een evenwicht bereikt: de ‘steady state’. De opgenomen hoeveelheid geneesmiddel is dan gelijk aan de hoeveelheid die wordt uitgescheiden. Als de steady state hoger wordt – bijvoorbeeld door het verhogen van de dosis-, kan dat ertoe leiden dat je buiten het therapeutisch gebied komt. Hiermee stijgt het risico op toxiciteit, en dus ernstige bijwerkingen.

Uitgelicht congres

prof. dr. Erik Scherder_Nursing Brein College

Nursing Brein College

PijnCongres_Nursing_24september_2020

Nursing Pijn Congres

Palliatieve Zorg - jaarcongres

Het Jaarcongres Palliatieve Zorg

Ouderenpsychiatrie_congres_nursing_2020

Ouderenpsychiatrie in de praktijk

Nursing_Congres_Oncologie_juni2020

Nursing Congres Oncologie in de Thuiszorg

Nursing Festival 2020

Nursing Festival

Het Diabeteszorg congres

Dag van de Wijkverpleging

Congres Kleinschalig Zorgen

Dag van de Revalidatiezorg_24 maart 2020_Nursing

Dag van de Revalidatiezorg

Het Nursing MDL congres 2020

Het Maag Darm Lever congres

Dag van de Medicatieveiligheid

Omgaan met complex gedrag in de ouderenzorg