Wondzorg

Wondzorg
wondzorg

Wondcasus: ondermijnde decubituswond

Mevrouw Wiersma is minder mobiel na een heupfractuur. De alarmbellen voor decubitus gaan pas rinkelen als er al sprake is van ontvelling op de stuit.
Wondzorg
Intertrigo is een veelvoorkomende kwaal

Intertrigo (smetten) voorkomen en behandelen

Zweet, vocht, warmte: de zomer zorgt voor een goede voedingsbodem voor het ontwikkelen van intertrigo. Dermatologieverpleegkundige Ingeborg Van Dooren deed er onderzoek naar en ontwikkelde een handige beslisboom.
Wondzorg
Casus wondzorg

Casus wondzorg: ulcus van Martorell

Een dame uit Volendam komt twee jaar geleden in ons ziekenhuis vanwege therapieresistente ulcera op beide enkels. Ze heeft ongelooflijk veel pijn. Het blijkt te gaan om een relatief zeldzaam verschijnsel: een ulcus van Martorell.
Wondzorg
Madentherapie wondzorg

Madentherapie: ‘Nauwkeuriger dan een chirurgisch mes’

Madentherapie wordt sinds een half jaar in België opnieuw erkend als geneesmiddel. Ook in Nederland gebruiken veel wondspecialisten de krioelende beestjes voor wonddebridement. Zij zien de therapie als een effectief alternatief voor chirurgie.

Over wondzorg

Wat moet je weten over wondzorg?

Ulcus cruris, oncologische wonden, decubitus. En natuurlijk diabetische voet en brandwonden. Wonden die je als verpleegkundige regelmatig tegenkomt. Via deze themapagina vind je informatie die je nodig hebt voor een goede wondverzorging.

Lees meer

Of je nou verpleegkundige bent in een algemeen ziekenhuis, wijkverpleegkundige of verpleegkundige in de wijk, je komt meestal in aanraking met wondzorg. Het kan gaan om wonden met verschillende oorzaken: een operatie, een trauma (bijvoorbeeld brandwonden), of doorliggen (decubitus). Hoewel een juiste wondzorg belangrijk is voor de genezing van de wonden, spelen ook andere aspecten een rol. Denk aan de invloed van voeding op de wond, invloed van medicatie op de wond en onderliggende ziekten of aandoeningen zoals diabetes mellitus of circulatiestoornissen.

Genezing van een wond

De genezing van een wond bestaat uit drie fasen: reactiefase, regeneratiefase en rijpingsfase. Soms wordt een aparte vierde fase (littekenvorming) genoemd, maar die wordt ook wel als onderdeel van de rijpingsfase gezien. In een grote wond kunnen soms meerdere fasen tegelijk voorkomen; een wond kan echter pas dichtgaan als ook de laatste fase doorlopen is.

Zwart-geel-rood

Een kleurenclassificatiemodel dat internationaal gebruikt wordt, is het model van de Woundcare Consultant Society (WCS): zwart-geel-rood. Door naar de wond te kijken en de kleur van het wondbed vast te stellen, is te bepalen in welke fase van wondgenezing de wond zich bevindt. Aan de hand hiervan worden behandeldoelen geformuleerd en verbandmateriaal gekozen. Indien in een wond meer dan één kleur voorkomt, dient de wond behandeld te worden volgens de ernstigste fase. Er wordt steeds naar een rode (granulerende) wond toegewerkt. Dit model is toepasbaar op bijna alle wonden; brandwonden en oncologische ulcera vormen een uitzondering.

Zwarte wond

‘Zwart’ houdt in dat er necrotisch weefsel (debris, dood weefsel) in de wond aanwezig is. Necrose hoeft niet altijd zwart te zijn, de kleur kan ook bruin-grijs-geel zijn. Een zwarte wond bevindt zich in de reactiefase: debris moet opgeruimd worden.

Gele wond

Een gele wond is bedekt met gelig beslag, een dikke, half vloeibare, soms taaie laag. Dit zijn celresten en eiwitten. Ook deze laag moet verwijderd worden. Een gele wond bevindt zich ook in de reactiefase: het gele beslag moet weg voordat het wondbed geschikt is om granulatieweefsel te vormen. Vaak produceren deze wonden veel exsudaat (wondvocht).

Rode wond

Deze wond bevindt zich in de regeneratiefase: het wondbed wordt bedekt met granulatieweefsel. Dit weefsel is korrelig, glanzend-vochtig en helderrood van kleur. Het is zaak het wondbed te beschermen en uitdroging moet voorkomen worden.

Anamnese

Tijdens de wondanamnese is het belangrijk dat de verpleegkundige aandacht besteedt aan: oorzaak van de wond, wanneer en hoe ontstaan; type wond en plaats van de wond; onderliggende pathologie/leefgewoonten/medicatie en eventuele (negatieve) invloed op wondgenezing (voorbeelden hiervan zijn vaatlijden, diabetes mellitus, roken en corticosteroïden); voedingsinname (zoals eiwitten, vitaminen en vocht); mobiliteit; wondverzorging tot dan toe, wie zijn erbij betrokken, hoe; kennis bij patiënt over wondgenezing en beïnvloedende factoren. Er zijn verschillende observatiepunten om een wond en het genezingsproces van de wond te beoordelen. Deze observatiepunten zijn ook nodig om het juiste verbandmateriaal te kiezen: kleur (zie ‘classificatiemodel’); grootte, diepte en vorm; houd rekening met ondermijningen onder de wondrand (houding kan van invloed zijn op bijvoorbeeld de diepte van een wond; meet altijd op dezelfde manier/in dezelfde houding; met behulp van wondfolie kan de omtrek/vorm vastgelegd worden); wondranden (verweking, irritatie); exsudaat (mate waarin vocht geproduceerd wordt door de wond); geur (een sterke of afwijkende geur is vaak een aanwijzing voor een wondinfectie); pijn (verergering kan duiden op een wondinfectie, maar ook op een verkeerde verzorgingsmethode of verkeerd verbandmateriaal); ontstekingsverschijnselen (roodheid, zwelling, warmte, pijn of gestoorde functie).

TIME-model

Het TIME-model is een handig hulpmiddel om stapsgewijs een wond te beoordelen zodat alle belangrijke aspecten meegenomen worden:
T = tissue (wat is de kleur van de wond?);
I = infection (is de wond geïnfecteerd?);
M = moisture (is de wond droog, vochtig of nat?);
E = edge (hoe zijn de wondranden?).

Wond bedekken

De keuze van het verbandmateriaal wordt gemaakt op basis van de eerder genoemde observatiepunten. Daarnaast spelen aspecten als gebruiksgemak en kosten een rol. Naast het stimuleren van wondgenezing beschermt het verband de wond ook tegen invloeden van buitenaf (stoten, bacteriën). Sommige verbandmaterialen zijn direct te fixeren (bijv. door een plakrand die aan het materiaal vastzit). Andere verbandmaterialen zullen met secundair materiaal gefixeerd moeten worden. Belangrijk hierbij is dat het verband goed blijft zitten, comfortabel aanvoelt voor de patiënt en dat de patiënt voldoende bewegingsruimte heeft. Materialen om mee te fixeren zijn pleisters, zwachtels, net- of buisverbanden.

Verpleegkundig specialisten op wondgebied

In veel instellingen is een speciaal opgeleide verpleegkundige op het gebied van wondzorg werkzaam. Voorbeelden zijn: wondconsulent, decubitusconsulent, verpleegkundig specialist wondzorg en wondverpleegkundige. In elke instelling wordt de functie op een eigen manier ingevuld. De één is met name als consulent werkzaam (klinisch en/of poliklinisch) en zal medewerkers advies en scholing geven over wondverzorging en te gebruiken materialen. De ander heeft bijvoorbeeld een eigen spreekuur op de polikliniek en behandelt en volgt zelf patiënten. Aangezien veel verschillende disciplines betrokken zijn bij (complexere) wondzorg, is het zeker voor de patiënt prettig als er één aanspreekpersoon is. Om ook na ontslag continuïteit te kunnen garanderen is een wondspecialist hier de aangewezen persoon voor.

Uitgelicht congres

Masterclass Klinisch redeneren

Landgoed Zonheuvel

Het Diabeteszorg congres

ReeHorst

Het Wondzorg congres

ReeHorst

Het Wondzorg congres

ReeHorst

Nursing Experience

Congres Kleinschalig Zorgen

ReeHorst

Het Maag Darm Lever congres

ReeHorst

Masterclass Klinisch redeneren

Landgoed Zonheuvel

Masterclass Klinisch redeneren

Landgoed Zonheuvel

Nursing Festival

Landgoed Zonheuvel