Home Wondindex

Wondindex

Kies een beginletter van veel gebruikte termen in de wondzorg

  • Absorberend gaasverband

    Definitie

    Absorberende gaasverbanden zijn eenvoudige gewatteerde gaaskompressen, met een dikke absorptiekern van watten en/of cellulose.

    Eigenschappen:
    – Absorbeert.
    – Beschermt.
    – Is beschikbaar in verschillende afmetingen (steriel) en op rol (niet steriel).
    – Is goed doorlaatbaar voor water.
    – Droogt in en laat soms partikels na in de wond.

    Indicatie:
    – Als secundair verband.
    – Exsuderende wonden.

    Praktisch:
    -Steeds fixatie nodig.

    Zie ook gaasverband.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Acute wonden

    Definitie

    Acute wonden ontstaan door:

    – Mechanische oorzaken: scherp of stomp trauma;
    – Thermische oorzaken: warmte of koude;
    – Chemische oorzaken: zuren, basen;
    – Elektromagnetische en elektrische oorzaken: straling, elektrische stroom;
    – Een mogelijke combinatie van voorgaande.

    Thermische, fysische en chemische oorzaken zullen in de meerderheid van de gevallen resulteren in brandwonden. Op basis van etiologie kan men dan ook nog een bijkomend onderscheid maken in iatrogene en niet-iatrogene acute wonden. Iatrogene acute wonden ontstaan bewust bedoeld of als complicatie van bepaalde diagnostische of therapeutische procedures:

    – Chirurgische incisie;
    – Prikplaats door bloedafname;
    – Wond na biopsie;
    – Erosies na afnemen van een huident;
    – Brandwond door een diathermoeplaat.

    In andere gevallen hebben we te maken met niet-iatrogene acute wonden:

    – Schotwond;
    – Bijtwond;
    – Deglovement;
    – Traumatische amputatie.

    De oorzakelijke factoren van de acute wond zullen medebepalend zijn voor het verloop van de wondgenezing en de opties met betrekking tot wondbehandeling. Afhankelijk van de oorzaak en de uitgebreidheid zal een acute wond primair, secundair of regeneratief kunnen helen. Wonden die in oorsprong acuut zijn kunnen, door wondgenezing vertragende factoren, evolueren naar chronische wonden.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

     

  • Alcohol ontsmetting

    Definitie

    Alcohol als ontsmettingsmiddel, kan zowel zuiver als op basis van andere stoffen (bijvoorbeeld jodium, chloorhexidine) worden gebruikt. Voor medisch gebruik worden voornamelijk twee producten aangewend:  ethylalcohol (of ethanol) en isopropylalcohol (of isopropanol) 70 %. Een ontsmettingsmiddel op basis van alcohol wordt nooit aangewend in een wond en kan uitsluitend dienen voor de ontsmetting van de intacte huid (eventueel dus ook de intacte wondomgeving).

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Alginaat

    Definitie

    Alginaten zijn natrium- of calciumzouten van alginezuur, een hydrofielpolysaccharide, afgeleid van zeewier. In contact met het wondvocht (of met fysiologisch serum) vormt zich een zachte gelatineachtige massa die debris en bacteriën insluit. Alginaten zijn doorlaatbaar voor gassen, wat een gevaar in houdt voor uitdroging.

    Eigenschappen:
    – Heeft een hoog absorptievermogen.
    – Kleeft weinig of niet in de wond.
    – Kan pijnloos worden verwijderd indien verzadigd met vocht, of na bevochtiging met bijvoorbeeld NaCl 0,9%.
    – Schept een vochtig microklimaat.
    – Is doorlaatbaar voor zuurstof (hierdoor bestaat de kans op uitdroging van de wond en daarom is tussendoor bevochtigen – met NaCl 0,-% – soms noodzakelijk).
    – Past zich goed aan aan het reliëf van de wond.
    – Is hemostatisch.
    – Is comfortabel.

    Indicaties:
    – Granulerende wonden of wonden met een matig fibrineus beslag.
    – Matig tot sterk exsuderende wonden.

    Contra-Indicaties:
    – Droge wonden.
    – Necrotische wonden (met zwarte necrose).

    Praktisch:
    – Bij oppervlakkige wonden: plaatverband.
    – Bij diepe fistelvormige wonden: wiekverband of reepje plaatverband.
    – Blijft meerdere dagen ter plaatse.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Antibacteriële zalven en crèmes

    Definitie

    Dit zijn zalven en crèmes waaraan een antisepticum of een antibioticum is toegevoegd om op die manier een continue antibacteriële werking te creëren.

    Eigenschappen:
    – Is antibacterieel.
    – Is naargelang de samenstelling van het excipiens vetter of minder vet.

    Indicatie:
    -Gecontamineerde of geïnfecteerde oppervlakkige wonden waarbij het gebruik van een topisch antisepticum wenselijk is.

    Contra-Indicatie:
    – Gezien de potentiële bijwerkingen is het niet wenselijk om antibacteriële crèmes of zalven te gebruiken bij zuivere, niet gecontamineerde wonden.

    Praktisch:
    – Dient regelmatig verwijderd en opnieuw aangebracht te worden (minstens 1x per dag verbandwissel).
    – Vereist een gaasverband of pleister als extra verband.

    Mogelijke bijwerkingen:
    – Overgevoeligheidsreacties (contactallergie op het actieve antisepticum of antibioticum, of op het excipiens – bijvoorbeeld op een bewaarmiddel).
    – Resistentie voor het bewuste antibioticum (enkel bij antibiotica en niet bij antiseptica).

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Biofilm

    Definitie

    Verschillende bacteriën bezitten het vermogen een biofilm te maken op zowel inerte (bijvoorbeeld de binnenkant van de waterleiding) als op levende oppervlakken (bijvoorbeeld een wondbed). Biofilms worden beschouwd als een heterogene familie van microorganismen: ze bestaan enerzijds uit meerdere bacteriële species en anderzijds kunnen ook fungi, algen en protozoa in deze biofilm verstrikt raken en hierin verder leven.
    De bacteriën produceren een polymere matrix, waarin essentiële mineralen en voedingsstoffen opgenomen uit de omgeving worden vastgehouden tot degustatie door de micro-organismen. Bovendien zorgt deze ‘slijmlaag’ voor bescherming van de erin opgenomen micro-organismen tegen nadelige invloeden, zoals droogte, uv-licht en biociden. Hierin ligt de reden om voordat men wonden gaat ontsmetten, ervoor te zorgen dat de debris (een biofilm en reservoir van micro-organismen) zo veel mogelijk wordt verwijderd, teneinde een goede wondheling te garanderen.

    Een te hoge concentratie van micro-organismen (overschrijding kritisch kolonisatieniveau) moet te allen tijde worden vermeden.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Brandwond

    Definitie

    Een thermische brandwond is een letsel veroorzaakt door inwerking van warmte of koude. De voorwaarde is dat de temperaturen hoog of laag genoeg moeten zijn om beschadiging of necrose te veroorzaken van de huid en van de eventueel dieper gelegen weefsels. We onderscheiden naast thermische brandwonden ten gevolge van directe warmteontwikkeling ook chemische en elektrische brandwonden, waarbij onder inwerking van de chemische stof of door de passage van stroom weefselbeschadiging kan plaatsvinden. Ten slotte zijn er nog de radiogene brandwonden, veroorzaakt door de zon of door radiotherapie.

    Weefselbeschadiging kan rechtstreeks ontstaan door de directe inwerking van de oorzaak van de brandwond, maar ook door vorming van oedeem en infectie, waardoor er secundair necrose ontstaat. Door het verstoren van belangrijke functies van de huid, zoals de barrièrefunctie tegen micro organismen en temperatuurregulatie, zal een brandwond tal van lokale en algemene problemen teweegbrengen die, afhankelijk van de ernst van de  brandwond, het leven van de patiënt in gevaar kunnen brengen.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

    • Eerstegraads verbrandingen: de huid is pijnlijk, droog en rood.

    • Oppervlakkige tweedegraads brandwond door verbranding met heet water. Huid is zeer pijnlijk, rood en bevat blaren.

    • Diepe tweedegraads brandwond: huid is wolkig, wit-rood. De pijnsensatie is gedaald, evenals de capillaire refill

    • Derdegraads verbranding: witte, bruine tot zelfs vlamachtige zwarte verkleuringen. Opname in het brandwondencentrum is noodzakelijk.

  • Chronische wond

    Definitie

    Bij de chronische wond verstoren onderliggende factoren de normale sequentie van elkaar overlappende fasen in de wondgenezing. Hierdoor komt de wond in een verlengde inflammatoire toestand terecht of loopt in de proliferatiefase vast. Onderliggende factoren die dikwijls in verband worden gebracht met het ontstaan van chronische wonden zijn druk, veneuze of arteriële insufficiëntie en diabetes mellitus.

    Onderliggende factoren die in veel gevallen bijdragen tot belemmering van de wondgenezing zijn:

    • veneuze of arteriële insufficiëntie;
    • diabetes mellitus;
    • kritische kolonisatie en infectie;
    • veranderde immunologische status;
    • gecompromitteerde voedingstoestand.

      Klinisch kenmerkt de niet-helende chronische wond zich door een of meer van volgende eigenschappen:

    • de, al dan niet terugkerende, aanwezigheid van necrotisch weefsel;
    • een gebrek aan adequate bloedvoorziening;
    • de afwezigheid van gezond granulatieweefsel;
    • gebrek aan re-epithelialisatie.

    Klassiek wordt een aantal weefseldefecten, zoals decubitus, diabetische voet en ulcus cruris, als chronisch gecatalogeerd. Meer nog dan bij de acute wond zullen, in geval van de chronische wond, de oorzakelijke en onderliggende factoren medebepalend zijn voor het verloop van de wondgenezing en de opties met betrekking tot wondbehandeling. Wondgenezing zal meestal secundair verlopen. In sommige gevallen wordt na een periode van gedeeltelijke secundaire wondgenezing overgegaan tot chirurgische sluiting door middel van een spierflap of een huident.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg. 

  • Collageenhoudende verbanden

    Definitie

    Dit zijn verbanden op basis van natuurlijk collageen. Door het extern toegevoegde collageen zou de wondheling (vooral de granulatie) worden gestimuleerd.

    Eigenschappen
    – Absorbeert overmatig wondvocht.
    – Stimuleert het opgranuleren van de wond.

    Indicatie
    – Nattende wonden met vertraagde wondheling.
    – Bloedende wonden.

    Praktisch
    – Verband nat maken voor gebruik, vooral bij droge wonden (gelvorming is noodzakelijk voor de vrijstelling van het collageen).

    Mogelijke problemen
    – Onverenigbaarheid met een aantal antiseptica (denaturatie van het collageen).

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Compressietherapie

    Definitie

    Compressietherapie is van essentieel belang voor de genezing van een veneus ulcus. Compressietherapie werkt vooral goed als de patiënt ook daadwerkelijk voldoende stapt of loopt, omdat alleen dan het beoogde ondersteunend effect van de spierpomp wordt bereikt. Het compressief verband heeft tot doel de ambulatoire veneuze overdruk te verlagen en oedeemvorming te bestrijden. Bedenk dat oedeem vele oorzaken kan hebben, zoals hart- nier- of leverstoornissen, veneuze of lymfatische ziekten, malnutritie, enzovoort. Als de veneuze bloedstroom is verbeterd, zal de wondgenezing vlotter verlopen. De compressietherapie is een essentieel onderdeel van de wondbehandeling bij een ulcus cruris venosum. Bij een arterieel ulcus mag het elastisch compressief verband niet worden toegepast.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? ga naar het thema wondzorg. 

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Debridement

    Definitie

    Concreet betekent debridement het verwijderen van necrose-, fibrine- of avitaal weefsel, geïnfecteerd weefsel, pus, debris, korsten, hematomen, verkalking of botfragmentjes, hyperkeratose, lichaamsvreemd materiaal of elke andere vorm van bioburden met als doel de wondheling te bevorderen en te versnellen. Dit omvat niet enkel de wondbedvoorbereiding, maar ook de optimalisering van de wondranden en de wondomgeving. Andere mogelijke redenen om een debridement uit te voeren zijn: het verminderen van geur, het verminderen van het risico op infectie of overvloedig exsudaat, of het verbeteren van de levenskwaliteit.

    Er zijn verschillende soorten debridement:

    • autolytisch (bevorderen van het natuurlijk proces van verwijderen van debris);
    • enzymatisch (door aanwenden van natuurlijke enzymen);
    • osmotisch (producten die een osmotisch drukverschil in de wond creëren);
    • chirurgisch (fysiek verwijderen of wegsnijden van debris);
    • mechanisch (spoelen, wrijven of wet to dry-verbanden);
    • bio-chirurgisch (larventherapie).

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

    • Biochirurgisch debrideren is erg veilig. De maden laten gezond weefsel met rust en de therapie is ook geschikt voor patiënten met vaatproblemen

    • Op deze foto een dame van 90 jaar met decubitusletsel aan de hiel. Vanwege co-morbiditeit was bij deze patiënte geen chirurgisch debridement mogelijk, daarom wordt er gekozen voor enzymatisch debridement. Deze foto is voor het enzymatisch debridement.

    • Bij het enzymatisch debridement lossen producten met enzymen de necrose op. Deze foto is na het enzymatisch debridement.

  • Decubitus

    Definitie

    Het European Pressure Ulcer Advisory Panel (EPUAP) definieert decubitus als een lokaal letsel van de huid en/of de onderliggende weefsels dat ontstaat als een interne reactie op een externe mechanische belasting op zachte biologische weefsels, meestal over een benig uitsteeksel. Deze externe mechanische belasting kan een kracht zijn die loodrecht op het huidoppervlak wordt uitgeoefend (drukkracht), een kracht die parallel met het huidoppervlak optreedt (schuifkracht), of een combinatie van druk- en schuifkracht. De vervorming van het weefsel veroorzaakt een mechanische en/of fysiologische beschadiging van de huid, de weefsels en op het niveau van de cellen. De mechanische beschadiging ontstaat door het wegpersen van interstitieel vocht, waardoor de vervormingskrachten direct op de celwand worden overgebracht.

    Fysiologische beschadiging treedt op door een gebrekkige stofwisseling (zuurstoftekort, onvoldoende aanvoer van voedingsstoffen en afvoer van afvalstoffen) met ischemie als gevolg. Daarnaast zijn directe weefselvervorming, ischemie-reperfusieschade en
    microklimaat elementen die een rol spelen in de ontwikkeling van decubitus. Elk van deze ontstaansmechanismen is een gevolg van inwerkende druk- en schuifkrachten.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Decubitus wordt ingedeeld in vier categorieën (I, II, III en IV):

    Categorie I: Niet-wegdrukbare roodheid bij een intacte huid
    Intacte huid met niet-wegdrukbare roodheid in een gelokaliseerd gebied meestal ter hoogte van een beenderig uitsteeksel. Er kan sprake zijn van een verkleuring van de huid, warmte, oedeem, verharding en pijn. Een donker gekleurde huid vertoont mogelijk geen zichtbare verkleuring.
    Categorie II: Verlies van een deel van de huidlaag of blaar 
    Gedeeltelijk verlies van een laag van de lederhuid (dermis) waardoor een oppervlakkige open wond zichtbaar wordt met een rood, roze wondbodem, zonder wondbeslag. Kan er ook uitzien als een intacte of open/gescheurde, met vocht gevulde of met serum en bloed gevulde blaar.
    Categorie III: Verlies van een volledige huidlaag (vet zichtbaar)
    Verlies van de volledige huidlaag. Subcutaan vet kan zichtbaar zijn, maar bot, pezen en spieren liggen niet bloot. Wondbeslag kan aanwezig zijn. Ondermijning of tunneling kunnen aanwezig zijn.
    Categorie IV: Verlies van een volledige weefsellaag (spier/bot zichtbaar)
    Verlies van een volledige weefsellaag met blootliggend bot, pezen of spieren. Een vervloeid
    wondbeslag of necrotische korst kan aanwezig zijn. Meestal is er sprake van ondermijning of tunneling. Categorie IV decubitus kan zich ook onder een intacte huid manifesteren.

    (Richtlijn Decubitus preventie en behandeling 2011, V&VN).

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Diabetische voet

    Definitie

    Bij diabetische voet ontstaan complexe chronische wonden die op lange termijn een grote impact hebben op morbiditeit, mortaliteit en levenskwaliteit. De ontwikkeling en progressie van deze wonden zijn een gevolg van diabetes mellitus, zoals neuropathie en vasculaire afwijkingen. De veranderde neutrofielenfunctie, de verminderde weefselperfusie en een defecte eiwitsynthese die vaak voorkomen bij diabetes, zorgen ervoor dat zorgverleners betrokken bij de zorg voor de diabetische voet specifieke en unieke vaardigheden moeten hebben. Deze veranderingen zijn een combinatie van perifere polyneuropathie, perifeer vaatlijden, beperkte gewrichtsbeweeglijkheid (LJM: limited joint mobility) en eventuele omgevingsfactoren (slecht zien, obesitas, trauma, enzovoort). Dit leidt tot een abnormale biomechanische belasting van de voet. Er ontstaat bijgevolg in sommige gebieden een verhoogde druk. Het lichaam reageert hierop met eeltvorming. Als gevolg hiervan stijgt de druk in deze gebieden. Vaak ontstaan er onderhuidse bloedingen die uiteindelijk tot wondjes kunnen leiden. De ontstane wondjes of wonden (ulcera) kunnen geïnfecteerd raken en uiteindelijk kan dit leiden tot amputatie.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Donorhuid

    Definitie

    Dit zijn huidgreffen – afkomstig van de huid van overleden donoren. Ze worden bewaard in een glyceroloplossing of worden ingevroren bij -80 °C.

    Eigenschappen
    – Zorgt voor een tijdelijk herstel van de huidbarrière.
    – Beschermt tegen invasie van micro-organismen.
    – Stimuleert de granulatie.

    Indicaties
    – Brandwonden (na debrideren van de necrose in diepe brandwonden).

    Praktisch
    – De donorhuid blijft lange tijd ter plaatse
    – Vaak gebruikt als voorbereiding voor een latere autologe (epidermale) transplantatie

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Enkel-arm index

    Definitie

    De enkel-armindex (EAI) berekent de verhouding van de systolische bloeddruk ter hoogte van de arm ten opzichte van die aan de enkel. Gebruik de EAI om arterieel vaatlijden vast te stellen of uit te sluiten, alvorens te starten met een compressietherapie.
    Het bepalen van de EAI is een relatief eenvoudig onderzoek dat je als verpleegkundige, zelf mag verrichten – mits je hierin geoefend bent en dit regelmatig doet.
    Bij een EAI < 0,9 en > 0,5 is sprake van arterieel vaatlijden en is mild zwachtelen toegestaan.
    Bij EAI > 0,9 start je met compressietherapie.
    Bij een EAI < 0,5 is er ernstig arterieel vaatlijden en mag er niet gezwachteld worden.

    Let op: bij diabetespatiënten is het meten van de EAI niet altijd betrouwbaar, omdat de arteriën niet samendrukbaar zijn.

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg. 

  • Erysipelas

    Definitie

    Erysipelas is een infectie van de lederhuid en het subcutane vet, veroorzaakt door bacteriën. Meestal bestaan de symptomen uit een rode, scherp omschreven, warm aanvoelende, pijnlijke zone van de huid in combinatie met een algemene malaise en koorts. Er bestaat echter ook een bulleuze vorm. Als deze blaren barsten, kan een ulceratie ontstaan. Erysipelas wordt ook wel wondroos genoemd.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg. 

  • Fibrine

    Definitie

     

    Fibrine is een vezelachtig eiwit dat een rol speelt bij de stolling van het bloed en de vorming van korstjes op wonden. Het ontstaat uit fibrinogeen, dat ontstaat uit aggregatie van bloedplaatjes.

    (Handboek wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Gaasverband

    Definitie

    Gaasverband is eenvoudig wondverband dat bestaat uit katoenen gaas.

    Eigenschappen
    • Heeft gering absorptievermogen.
    • Heeft hoge doorlaatbaarheid voor bacteriën en water.
    • Dehydrateert de wond bij langdurige applicatie van het verband.
    • Kan ingroeien en laat partikels na in de wond (verkleeft).
    • Kan afrukking van nieuwgevormd weefsel veroorzaken bij het verwijderen van het verband.

    Indicatie

    • Als secundair verband.
    • Uitsluitend zuivere, droge wonden.

    Praktisch

    • Steeds fixatie nodig.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Granulatiefase

    Definitie

    De granulatiefase is de fase waarin vorming van nieuw bindweefsel en nieuwe bloedvaten plaatsvindt. In deze fase komen fibroblasten in grote aantallen opzetten. Ze produceren de bouwstenen collageen en elastine. Deze bouwstoffen vormen uiteindelijk een nieuw netwerk, waar macrofagen, endotheelcellen en fibroblasten zich in kunnen bewegen om dan geleidelijk het volledige wondbed op te vullen.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Honing

    Definitie

    Suiker en honing worden al eeuwen gebruikt in de wondgenezing. Deze producten werden en worden voornamelijk gebruikt om hun absorberend en antibacterieel effect. De literatuurgegevens zijn, vooral voor wat betreft bloemsuiker en suikerpasta’s, beperkt, maar er zijn wel heel wat case reports en er is evidentie rond het antibacterieel, debriderend, absorberend en wondhelend effect van deze behandelingen.

    Eigenschappen
    – Heeft een sterk absorptievermogen (voor pus, exsudaat, bacteriën; geldt vooral voor bloemsuiker en suikerpasta).
    – Heeft een antibacterieel effect (via lage pH).
    – Stimuleert debridement door osmotische werking.
    – Stimuleert granulatie.

    Praktisch
    – Het verband een- tot tweemaal per dag vervangen.
    – De nog aanwezige suiker of honing grondig uitspoelen door irrigatie met fysiologisch serum.
    – Bloemsuiker: aanbrengen van een laagje suiker (met behulp vaneen strooibus) en fixeren met een vetverband of met een in eenfysiologische oplossing gedrenkt kompres.
    – Suikerpasta: suiker mengen met een klein volume fysiologischeoplossing of vaseline, eventueel ook met een antiseptische zalfof gel en vervolgens de verkregen pasta in dunne laag op de wondbodem aanbrengen.
    – Honing: in dunne laag op de wondbodem aanbrengen.
    – Aanbrengen van kompressen in functie van diepte en exsudatiegraad.
    – Fixeren van het geheel met secundair verband.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Hydrocoloïd

    Definitie

    De oorspronkelijke hydrocolloïden zijn hydrofobe polymeren met hydroactieve partikels (pectine, gelatine, carboxymethylcellulose, polyisobutyleen of een combinatie hiervan) die in contact met het wondvocht een zachte en vochtige gel vormen in het wondbed. Het
    verband wordt meestal afgesloten door een (water en bacteriënwerende) toplaag van polyurethaan en is daardoor sterk occlusief. Het verband hecht zich vast op de droge huid.
    Hydrocolloïden van de nieuwe generatie, ook wel hydroactieve verbanden genoemd, zijn opgebouwd uit een polyurethaanmatrix met aan de bovenzijde een waterbestendige, zuurstof- en waterdampdoorlatende polyurethaanfilm. Deze verbanden zijn, in tegenstelling tot de oudere hydrocolloïden, semitransparant. Bij het verwijderen laten ze zo goed als
    geen gel achter in de wond. Voor diepere wonden bestaan er ook hydrocolloïdkorrels
    en hydrocolloïdpasta die men in de regel aanbrengt onder de hydrocolloïdplaat.

    Indicaties
    – Oppervlakkige rode en gele wonden.
    – Weinig en matig exsuderende letsels.
    – Ook diepere wonden: dan wel associëren van korrels of pasta onder de hydrocolloïd plaat.

    Contra-Indicaties
    – Zeer diepe wonden met aantasting van bot- en spierweefsel.
    – Sterk geïnfecteerde wonden, tenzij voorafgaande behandeling van de infectie.
    – Wonden met neiging tot overgranulatie (en/of stripping van de nieuwgevormde epidermis).
    – Wonden met gemacereerde wondranden (zie risico extra maceratie).

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Hydrogel

    Definitie

     

    Hydrogels in gelvorm zijn structuurloze gels, die bestaan uit hydrofiele polymeren, bijvoorbeeld polyethyleenoxide, polyacrylamiden. De meeste hydrogels zijn gemaakt op basis van hydrocolloïden: men spreekt van hydrocolloïdgels. Soms zijn hydrogels gecombineerd met alginaten. In die gevallen spreekt men van algicogels. Er bestaan ook hydrogels met een hoge concentratie NaCl. Dit resulteert in een hypertone hydrogel.

    Eigenschappen
    – Maakt een eerder droge wond vochtiger, zodat
    debridering vlotter kan verlopen.
    – Houdt de wond vochtig en creëert zo een vochtige
    wondheling.

    Indicaties
    – Wonden met zwarte necrosekorsten.
    – Wonden met fibrineus beslag.

    Praktisch
    – Bij de hydrogels in gelvorm is een secundair verband noodzakelijk.
    – Voor het hydrateren van een necrotische korst: afdekken met hydrocolloïd- of polyurethaanfilm.
    – Bij gelig fibrineus beslag: eerder absorberend verband gebruiken.
    – Men moet het verband in de regel slechts om de 2-3 dagen vernieuwen, tenzij het te nat of te vuil is geworden.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Hyperbare zuurstoftherapie

    Definitie

    Eenvoudig gezegd betekent hyperbare zuurstoftherapie het inademen van zuurstof onder een hogere druk dan de normale omgevingsdruk van 1 bar. Afhankelijk van de behandeling wordt de druk in de druktank tot maximaal 2,8 bar verhoogd. Deze druk is vergelijkbaar met de druk die heerst op een diepte van 18 meter onder water. Door zuivere zuurstof onder hoge druk in te ademen, neemt de hoeveelheid opgeloste zuurstof in het plasma
    aanzienlijk toe en stijgt de zuurstofdruk in de weefsels (= verhoogde pO2). Zuurstof wordt nu feitelijk niet alleen via de rode bloedcellen vervoerd, maar ook via het plasma.

    Hyperbare zuurstoftherapie, zoals toegepast in de wondzorg, beoogt het verhogen van de weefseloxygenatie (doordringen van zuurstof in de weefsels) in hypogeperfuseerde wonden. Door de lokale hypoxie in de wonden worden immers twee belangrijke wondgenezingsmechanismen geïnhibeerd:

    • De bestrijding van de lokale infectie: dit door vermindering van de bactericide capaciteit
      van de neutrofiele witte bloedcellen en de verminderde werkzaamheid van antibiotica
      (de weefselspiegel van antibiotica is door de verminderde doorbloeding immers niet optimaal).
    • De vorming van gezond granulatieweefsel: dit ten gevolge van een verminderde collageenafzetting en de verminderde vorming van fibroblasten.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Incontinentie-geassocieerde dermatitis

    Definitie

    Incontinentiegeassocieerde dermatitis (IAD) wordt gedefinieerd als een huidontsteking als gevolg van chronische of herhaalde blootstelling van de huid aan urine of feces. IAD is een reëel probleem in alle zorgsettings met een prevalentie tussen 5,6 en 50%. Door de continue aanwezigheid van urine en stoelgang kan de huid verweken en kan roodheid ontstaan. De vochtige huid wordt vatbaarder voor beschadiging en infecties. Door de invloed van wrijfkrachten op de verweekte huidlagen ontstaat vervolgens erosie van
    de epidermis (en in ernstige gevallen zelfs van de dermis).

    Een patiënt met IAD loopt een verhoogd risico op het ontwikkelen van decubitus. Factoren die daarbij een rol spelen zijn bedlegerigheid, immobiliteit, inactiviteit en druk- en schuifkrachten. IAD en decubitus zijn dus weliswaar twee afzonderlijke aandoeningen, ze staan wel in relatie tot elkaar. En kunnen ook samen voorkomen.

    (Handboek Wondzorg, 2016 / Jonkers A. Decubitus of Incontinentie geassocieerde dermatitis?, Nursing september 2014)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Jodium

    Definitie

    Jodium en jodiumverbindingen zijn bactericide, fungicide, virucide en gedeeltelijk sporocide. Jodiumverbindingen op basis van alcohol worden uitsluitend gebruikt voor de ontsmetting van de intacte huid. De waterige oplossingen of jodoforen, wateroplosbare verbindingen van jodium op een draagstof, gewoonlijk PVP, kunnen worden gebruikt voor ontsmetting van wonden. De aanwezigheid van organische materialen inactiveert de werking van jodiumverbindingen.

    Voorbeelden zijn: Iso-Betadine® en Braunol®

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Larventherapie

    Definitie

    Larventherapie is een verpleegkundige wondzorgtechniek met als doel een wond te ontdoen van onzuiverheden. Hierbij wordt gebruikgemaakt van levende larven, die als voornaamste eigenschap hebben dat ze necrotisch materiaal verwijderen zonder intact, vitaal weefsel aan te tasten.

    De larven zijn afkomstig van de Lucilia sericata, de groene vleesvlieg. Zie ook Madentherapie.

    Indicaties
    Alle wonden met necrotisch materiaal komen in principe in aanmerking voor larventherapie. De letsels mogen al dan niet geïnfecteerd en al dan niet diep zijn. Voorbeelden zijn:

    – veneuze ulcera
    – drukletsels;
    – wonden met fibrinebeslag;
    – osteomyelitisletsels.

    Let op bij:
    – Te droge wonden: hierin gedijen de larven niet. Zij hebben een vochtige omgeving nodig om tot ontwikkeling te komen.
    – Te vochtige wonden: larven kunnen niet overleven in te veel vocht. Daarom moet excessief wondvocht geëvacueerd kunnen worden zonder dat de larven mee worden verwijderd.
    – De larven bestaan uit zeer fragiel en kwetsbaar materiaal. Voor de larven zou te hoge druk zeker fataal zijn, maar ook nefast voor de wond.
    – Larven zijn niet plaatsgebonden en migreren vanuit de wond naar andere zones. Een goed afplakbare zone is nodig om niet onaangenaam verrast te worden bij het verwijderen van het verband. Behaarde gebieden of articulaties worden het best vooraf geïnspecteerd op dat vlak.

    (Handboek Wondzorg, 2009)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Lymfoedeem

    Definitie

    Lymfoedeem is een zwelling van een deel of van delen van het lichaam, ten gevolge van een deficiëntie van het lymfatisch systeem. Lymfoedeem kan verschillende oorzaken hebben. Soms is er een congenitale afwijking aan de lymfevaten, maar meestal ontstaat het lymfoedeem secundair na heelkunde (verwijdering van de lymfeklieren of na trauma met littekenvorming en verstoring van de lymfeflow).

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Madentherapie

    Definitie

    Het gebruik van maden is reeds vele decennia gekend in de oorlogsgeneeskunde. Een aantal jaar geleden is men in Groot-Brittannië en Duitsland begonnen met het kweken van steriele maden voor gebruik in de wondgenezing. Zie ook larventherapie.

    Indicatie
    – Wonden met hardnekkige necrose (niet-beantwoordend aan klassieke debriderende therapie).

    (Handboek Wondzorg, 2009)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Necrose

    Definitie

    Zwart necroseweefsel is dood weefsel en vormt een voedingsbodem voor bacteriën. Om deze reden moet zwart necrotisch weefsel in de regel worden verwijderd.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Negatieve-druk therapie

    Definitie

    Negatieve-druktherapie is een niet-invasief, uniek en dynamisch systeem, dat de wondgenezing bevordert. Het is een actieve wondbehandelingstechniek voor acute of chronische, oppervlakkige of diepe wonden, waarbij een nauwkeurig instelbare en gecontroleerde negatieve druk op het wondbed wordt aangebracht.

    Voor de behandeling wordt de wond eerst afgedekt met een foam– (schuim-) of gaasverband en een luchtdichte polyurethaanfilm. Een tube verbindt dit verband met een vacuümbron, zodat er negatieve druk op de wond wordt aangebracht. Dankzij de specifieke structuur van het foam- of gaasverband kan de vacuümdruk egaal worden verdeeld over het hele oppervlak van de wond. De druk kan continu of intermitterend worden toegepast, afhankelijk van het type wond, de klinische doelstellingen en de gebruikte vacuümpomp (niet alle pompen hebben dezelfde keuzemogelijkheid).

    Indicaties
    – Chronisch open wonden (decubitus, beenulcera, diabetisch
    voet, enzovoort)
    – Meshed split skin grafts (enten die zijn geperforeerd).
    – Postoperatief slecht genezende wonden.
    – Dehiscenties (het ‘openspringen’ van een operatieve wond).
    – Open sternum.
    – Traumatische wonden (ook met blootliggend osteosynthese materiaal).
    – Therapieresistente wonden.
    – Geïnfecteerde wonden.
    – Brandwonden, behandeld binnen een periode van 12 uur.
    – Inoperabele patiënt (in het geval bijvoorbeeld geen narcose mogelijk is).
    – Abdominaal compartiment syndroom.
    – Gastro-intestinale fistels.

    Contra-indicaties
    – Necrotisch en maligne weefsel in de wond.
    – Onbehandelde osteomyelitis.
    – Fistels naar organen en lichaamsholten (relatieve contra-indicatie).
    – Non-meshed split skin grafts (niet-geperforeerde enten).
    – Patiënten met een verhoogde bloedingsneiging of een slechte hemostase (cf. anticoagulantia-therapie) vergen een verhoogde waakzaamheid.
    – Ook in regio’s met blootliggende, bestraalde of recent gehechte bloedvaten is extra voorzichtigheid geboden.
    – Patiënten met een precaire huid ten gevolge van systemisch gebruik van steroïden of ten gevolge van allergie voor de kleefstof van polyurethaanfilms zijn niet altijd geschikt voor toepassing van vacuümgeassisteerde wondbehandeling (cf. skin tears).

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Oncologisch ulcus

    Definitie

    We kunnen het oncologisch ulcus als volgt indelen:
    – Aantasting van de huid door de lokale tumor of recidief, bijvoorbeeld hoofd- en halstumoren, melanoom, sarcoom, mamma-, blaas-, cervix- of rectumcarcinoom;
    – Metastasering in de huid, bijvoorbeeld een lymfekliermetastase, mamma-, bronchus-, colorectaal-, ovarium- of niercelcarcinoom.

    Specifieke kenmerken:
    – Er is weefselverlies van het epitheel (en het onderliggende weefsel).
    – Het ulcus heeft een grillige vorm en een hobbelig oppervlak.
    – Er is vaak uitbreiding in de diepte met een centrale necrotische zone.
    – Door het ulcus ontstaat er kratervorming of een bloemkoolvormige laesievorming door de snelle celdeling met toename van de tumormassa.
    – Vaak slecht ruikende wonden door proliferatie van de anaerobe kiemen.

    Aandachtspunten bij de verzorging:
    – Streef een optimale wondzorg na in de plaats van wondheling.
    – Debrideer de wond niet actief, dit verhoogt de kans op een bloeding. Debrideer zo nodig autolytisch of osmotisch door het gebruik van specifieke zalven en verbanden, bijvoorbeeld hydrogel of een suikerpasta-/ honingverband.
    – Voorkom wrijvingskrachten.
    – Bescherm de wond tegen beschadiging en gebruik geen materialen die in de wond kleven.
    – Bewaak het algemene comfort van de patiënt en pas bijvoorbeeld de frequentie van verbandwissels hieraan aan.

    Behandeling:
    Chirurgische of medische behandeling vindt plaats op advies van de specialist: indien mogelijk worden de tumor en de aangetaste nevengebieden chirurgisch verwijderd of wordt er adjuvante radio- en/of chemotherapie opgestart om de wondheling te faciliteren.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Oncologische wonden

    Definitie

    Een oncologische wond is een defect dat ontstaan is ten gevolge van tumorbehandeling (chirurgie, chemotherapie, radiotherapie of doelgerichte therapie). Er is een verschil tussen een oncologische wond en een oncologisch ulcus. Een oncologisch ulcus is een wond ontstaan uit maligne cellen die door de huid heen zijn gebroken met aantasting van bloed- en lymfevaten.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Pijn (wondpijn)

    Definitie

    Bij een wond is altijd sprake van weefselschade, waardoor nociceptieve pijn ontstaat. Bij weefselschade komen verschillende stoffen vrij die de perifere zenuwuiteinden prikkelen. Via het ruggenmerg wordt een alarmprikkel naar de hersenen verstuurd. Daar vindt pijngewaarwording plaats. Ook oedeem kan voor extra prikkeling zorgen en dus voor meer alarmprikkels naar de hersenen.Ook wanneer de wond gaat infecteren, komen er stofjes vrij (zoals enzymen en vrije radicalen) die zorgen voor prikkeling van de zenuwuiteinden. Deze stofjes zorgen voor nog meer weefselschade en dus voor meer pijn. Een infectie kan ook het zenuwweefsel in een wond beschadigen, waardoor het geleidingssysteem van de pijn zelf wordt aangetast. Ischemie als gevolg van vaatlijden kan leiden tot pijnlijke wonden (ulcus cruris).  Niet alleen de wond, maar het hele gebied waar sprake is van ischemie doet pijn. Ongeveer 70-80% van de patiënten met vaatlijden heeft ernstige pijn. Hierdoor gaat de patiënt vaak minder bewegen, terwijl bij vaatlijden bewegen juist zo belangrijk is.Veel pijn bij complexe wonden verergert omdat een voortdurende ernstige pijn invloed heeft op het zenuwstelsel. Door het ‘bombardement’ van prikkels wordt het zenuwstelsel gevoeliger, waardoor onder meer hyperalgesie kan ontstaan (een pijnprikkel voelt als veel pijnlijker dan anders) en uiteindelijk allodynie (een niet-pijnlijke prikkel voelt als heel pijnlijk). Een eenmaal overgevoelig geworden zenuwstelsel, is moeilijk te behandelen. Ook andere factoren kunnen wondpijn verergeren, zoals vermoeidheid, angst en stress.Pijn bij wondzorg is zowel bij volwassenen als bij kinderen een onderschat probleem. Naast de pijn die ontstaat door de wond zelf, kan pijn ook ontstaan door onjuiste toepassing van materialen of methoden bij de wondzorging.

    (Giesberts M. 10 vragen over wondpijn. Nursing mei 2014)

  • Post-operatieve wond

    Definitie

    Een postoperatieve wond is een wond ontstaan na een chirurgische ingreep. In het algemeen bestaat deze categorie, naast de primair gesloten wond, uit de wond met necrotisch weefsel, met geel beslag of met een rood wondoppervlak. Verder vallen onder de noemer postoperatieve wonden verschillende wondtypen die een specifieke aanpak vereisen:

    – De droog-aseptische wond.
    – De wond met wiek/gaastampon.
    – De wond met harde drain.
    – De wond met zachte drain.
    – De wond met redon.
    – De wond met steunhechtingen.
    – De wond met spoeling.
    – De wond met vetverband.
    – De wond met externe fixator.
    – De amputatie van een ledemaat.
    – De wond onder een gipsverband of steunverband in ander materiaal.

    Meer weten? ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

  • Radiotherapie

    Definitie

    Een patiënt die radiotherapie heeft ondergaan kan nog maanden tot jaren na deze therapie belemmering van de wondgenezing ondervinden, afhankelijk van de uitgebreidheid, dosis, frequentie en locatie van de bestraling. In bestraalde zones kunnen ook spontaan ulceraties ontstaan, zoals radiodermitis.

    De stralen gebruikt bij radiotherapie brengen energie over naar de cellen in het bestraalde gebied. Hierbij wordt er schade aangebracht in het genetisch materiaal van de kankercellen, waardoor er celdood wordt veroorzaakt. Niet alleen het genetisch materiaal van de maligne cellen, maar ook dat van de gezonde tussenliggende cellen wordt beschadigd. In normale omstandigheden kunnen de gezonde cellen de beschadiging herstellen. Toch kan niet worden voorkomen dat ook de gezonde cellen voor een deel zullen afsterven. Bij radiotherapie zijn er vroegtijdige bijwerkingen en late bijwerkingen.

    Bij de vroegtijdige bijwerkingen onderscheidt men droge desquamatie, vochtige desquamatie en ulceraties. De eerste fases worden gekenmerkt door rode, warm aanvoelende huid (zoals bij een zonverbranding).Soms ontstaat er secundair ook een ulceratie. De laattijdige bijwerkingen komen maanden tot jaren na de radiotherapie voor en bestaan uit huidatrofie, telangiëctasieën, hyperpigmentatie en haarverlies. In deze zones met huidatrofie ontstaan soms moeilijk helende ulcera, waarbij men steeds alert dient te zijn voor de ontwikkeling van huidcarcinomen.

    De ulcera die op deze manier ontstaan zijn vaak moeilijk te behandelen. Het is dan ook belangrijk een goede lokale wondzorg uit te voeren. Maligniteiten die ontstaan in bestraalde zones zullen ook vaker ulcereren. Bij een niet-genezend ulcus in een bestraalde zone, moet men bijgevolg steeds bedacht zijn op een maligne proces, en is het bijgevolg aangewezen om bij de minste twijfel een biopsie te nemen.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Redondrain

    Definitie

    Een redondrain wordt onderhuids in het wondgebied ingebracht en verbonden aan een vacuümsysteem voor de afvloei van wond- en lymfevocht en bloed. Borstamputatie is de belangrijkste indicatie. Patiënten gaan dan met een of meerdere drains naar huis. Die blijven enkele weken ter plaatse tot er minder dan 20 ml per dag per drain afvloeit.

    (Put E. 10 vragen over redondrains. Nursing, juni 2014)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Schuimverband

    Definitie

    Het meest typische aan schuimverbanden is hun mogelijkheid om het wondvocht in grote hoeveelheden op te zuigen en vast te houden, zodat de wondbodem nét vochtig blijft. Schuimverbanden absorberen en zijn ondoorlaatbaar voor bacteriën, waterdamp en gassen. Ze scheppen een vochtig wondmilieu en bevorderen zo granulatie, revascularisatie.

    Indicaties
    – Oppervlakkige en diepe, rode en gele wonden
    – Wonden met matig en veel exsudaat.

    Contra-Indicaties
    – Ernstige surinfecties.
    – Droge wonden.
    – Wonden die met hypochloriet (Carrel-Dakin-oplossing) en zuurstofwater (H2O2) ontsmet worden.

    Praktisch
    – Fixeren met pleister of zwachtel is noodzakelijk.
    – Het verband kan lange tijd ter plaatse blijven (van 2 tot maximaal 7 dagen, afhankelijk van de hoeveelheid exsudaat).

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Siliconenverband

    Definitie

    Siliconenverbanden zijn verbanden met een dun laagje siliconengel. Een dergelijk verband hecht zich niet vast op de wond (niet-inklevend), maar adhereert wel op de omgevende gezonde huid.

    Indicatie
    – Pijnlijke, acute of chronische wonden, waarbij een maximaal
    niet-inklevend effect wordt nagestreefd.
    – Wonden bij patiënten met epidermolysis bullosa.
    – Radiodermitiswonden.

    Contra-Indicaties
    – Geïnfecteerde wonden.

    Praktisch
    – Eventueel te combineren met een hydrogel of een zalf die bovenop het verband wordt aangebracht.
    – Secundair verband is nodig.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Skin tears

    Definitie

    Skin tears zijn traumatische wonden die meestal ontstaan op de extremiteiten bij oudere mensen. Het  is in principe hetzelfde als een lapwond, maar deze term is niet exclusief voor de oudere huid, ‘skin tear’ is dat wel. Ze ontstaan primair door een externe kracht, hetzij wrijvingskracht alleen, hetzij door wrijvings- en schuifkracht. Deze krachten zorgen ervoor dat het epidermis loskomt van het dermis, of dat het epidermis en het dermis loskomen van de onderliggende structuren.We zien dit soort wonden meestal bij ongelukken met de rolstoel of het per ongeluk stoten aan meubilair of bedranden. Ook verplaatsing naar een ander bed en vallen zijn belangrijke oorzaken, net als het lostrekken van pleisters.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Stoma

    Definitie

    Een stoma is een onnatuurlijke of kunstmatig aangelegde opening die een lichaamsholte verbindt met de buitenwereld (stoma is de Griekse benaming voor opening of mond). Door een stoornis of ziekte kan de ontlasting of de urine het lichaam niet meer via de natuurlijke weg kan of mag verlaten. Een stoma kan tijdelijk of definitief worden aangelegd. Een tijdelijke stoma wordt meestal aangelegd om een dringende reden (bijvoorbeeld obstructie, perforatie, abces), bij gecontamineerde ingrepen (bijvoorbeeld steek- of schotwond) of als tussentijdse oplossing bij een moeilijke operatieve ingreep aan de ingewanden die eerst moeten genezen (bijvoorbeeld zeer lage anastomose onder moeilijke omstandigheden). Afhankelijk van het feit of de stoma de dikke darm, de dunne darm of de urinewegen met de buikwand verbindt, spreken we respectievelijk van een colostomie, een ileostomie of een urostomie.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • TIME

    Definitie

    Het woord TIME is een acroniem van Tissue, Infection/Inflammation, Moisture en Edge. Deze vier factoren kunnen de genezing van complexe wonden belemmeren. TIME is geen officiële wondclassificatie, maar meer een werkwijze.

    Tissue management heeft betrekking op de zorg voor een vitale wondbodem. Chronische, niet-helende wonden kenmerken zich door de aanwezigheid van necrotisch of gecompromitteerd weefsel. Debridement verwijdert niet-gevasculariseerd weefsel en microorganismen die de wondgenezing belemmeren. Bij chronische wonden kan het noodzakelijk zijn om dit debridement te herhalen. Het uiteindelijke doel is om een wondmilieu te creëren dat bestaat uit gezond weefsel.

    Infection/Inflammation gaat over de zorg voor een bacterieel evenwicht: is er sprake van een infectie of continue ontsteking? Doordat een chronische wond er langer over doet om te sluiten dan een acute wond – mede door onderliggende factoren – is de chronische wond uiteraard ook gevoeliger voor microbiële problematiek.

    Moisture duidt op de aanwezigheid van exsudaat in de wond. Het creëren van een vochtig wondmilieu vereist exsudaatmanagement en dus aangepaste verbanden die het wondbed vochtig maken of houden en het overtollig exsudaat absorberen. Exsudaat van chronische wonden zal, in tegenstelling tot exsudaat van acute wonden, de wondgenezing eerder bemoeilijken.

    Edge gaat over de wondranden. Om een wond als genezen te kunnen beschouwen, moet epithelialisatie optreden. Bij de chronische wond zal dit dikwijls vanuit de wondranden gebeuren. Het komt er daarom op aan dat de wondranden gezond zijn, ook vrij van maceratie, necrotisch weefsel en korsten, en dat ze niet onderhevig zijn aan bacteriële problematiek. Indien nodig kan de epithelialisatie in de hand worden gewerkt door geavanceerde technieken, zoals huidgreffen, gekweekte keratinocyten, enzovoort.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Ulcus cruris

    Definitie

    Ulcus cruris is een chronisch huiddefect aan het onderbeen, dat berust op chronische veneuze insufficiëntie (85-90%), of op arteriële stoornissen. In enkele gevallen kan een gemengde of andere oorzaak (diabetes, infecties, trauma’s, systeemziekten, maligniteit, enzovoort) optreden.

    Het veneus ulcus cruris bevindt zich meestal rondom de enkels en in het gebied tussen de enkels en het begin van de kuitspier. De wond varieert in grootte en de wondbodem is meestal voor een deel geel en voor een deel rozerood. Doordat het omgevende weefsel oedemateus is, zal een veneus ulcus over het algemeen veel wondvocht produceren. De wond is vaak oppervlakkig en niet duidelijk afgelijnd, in tegenstelling tot het arteriële ulcus dat dieper en scherp is afgelijnd. Wat je ziet: spataders en/of huidafwijkingen, zoals bruine pigmentatie, oedeem, verharde of ontstoken huid rond de enkels, littekens van genezen ulcera, eczeem rond de spataders, droge grof geschilferde huid, atrofie blanche.

    Het arteriële ulcus bevindt zich meestal op minder goed doorbloede gebieden en op plaatsen van druk- en wrijfkrachten, zoals de voetrug, voetrand, hiel, tenen, het scheenbeen of onder de nagelplaat aan de tenen. De wond kan variëren in grootte en is meestal diep en pijnlijk. Door de slechte bloedtoevoer is er in het algemeen weinig wondvocht. Vaak is er een geelachtige wondbodem met zwarte necrose. Als pezen en gewricht blootliggen, wijst dit op diepere necrose door arteriële insufficiëntie. Wat je ziet: huidafwijkingen, zoals koude voeten, soms oedeem, voet ziet rood bij het neerhangen en wit bij omhoog heffen, de slagaders zijn niet goed te voelen, de huid is droog en bleek, verdund, glad.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • VAC therapie

    Definitie

    Zie negatieve druktherapie.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Venous lake

    Definitie

    Een venous lake – een bloedblaar op de lip – is een langzaam toenemende bloedvatverwijding. Het ziet eruit als een kleine, rood-paars tot donkerblauwe zwelling, meestal op de onderlip. Bij beschadiging kan deze hevig bloeden.

    De oorzaak is nog niet helemaal duidelijk. De aandoening komt vaker bij mannen voor dan bij vrouwen. De gemiddelde leeftijd waarop een venous lake ontstaat, is 65 jaar. Chronische blootstelling aan zonlicht lijkt een risicofactor te zijn.

    Venous lakes verdwijnen niet vanzelf, maar zijn altijd goedaardig. Indien ze regelmatig bloeden, kan behandeling gewenst zijn. Omdat een venous lake kan lijken op – bijvoorbeeld – een melanoom, de meest levensbedreigende vorm van huidkanker, is het verstandig er altijd een arts naar te laten kijken.

    (Elshot Y. e.a. Huidproblemen bij ouderen. Nursing, februari 2014)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

  • Wagner classificatie

    Definitie

    Bij de wondzorg van de diabetische voet is de Wagner-classificatie een handige methode. De Wagner-classificatie verschaft informatie over:

    a De etiologie
    Wonden van graad 1, 2 en 3 hebben een neuropathische oorsprong, wonden van graad 4 en 5 zijn het rechtstreekse gevolg van een verstoring in de bloedcirculatie.

    b De uitgebreidheid van het letsel
    De uitgebreidheid kan men uitsluitend nagaan door de wondbodem af te tasten door middel van een peilsonde. Er zijn reeds te veel foute beoordelingen gemaakt met nefaste afloop, doordat men naliet de wond te peilen.

    c De waarschijnlijkheid of zekerheid van infectie
    Graad 1 is een oppervlakkig letsel. Bij infectie zullen de klassieke tekens (roodheid, warmte, zwelling) meestal duidelijk zijn (pijn kan afwezig zijn).
    Graad 2 is een diepe wond, zonder betrokkenheid van het bot. Hier zijn steeds multibacteriële flora aanwezig. Deze wonden ontwikkelen zich bovendien over langere tijd met een verhoogd risico van infectie. In deze situatie ligt de waarschijnlijkheid van infectie of het plots infecteren zeer hoog.
    Graad 3 toont reeds een aantasting van het bot (het bot is voelbaar bij peilen van de wond); mogelijk heeft zich daaromheen al een abces gevormd. Er is absolute zekerheid van infectie.
    Graad 4 betreft een beperkte necrose. Meestal is er geen sprake van een infectie zolang het necrotische zwarte gedeelte droog is.
    Graad 5 is een toestand die zich voordoet op het ogenblik dat er zich een belangrijke infectie voordoet na verweking van graad 4 en de necrose zich plots uitbreidt. Het gaat dan ook niet meer om een scherp afgelijnde, droge necrose, maar om nat gangreen of uitgebreid droog gangreen dat dringende amputatie vergt.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • WCS-model

    Definitie

    Het Zwart-Geel-Rood-kleurenclassificatiemodel dat in 1983 door de Woundcare Consultant Society (WCS) samen met de Zweedse professor Lars Hellgren werd ontwikkeld, kent een indeling op basis van kleur van de wond: zwart, geel of rood. Het WCS-classificatiemodel is in principe toepasbaar op elke wond, behalve op brandwonden, oncologische wonden en in de stomazorg.

    ZiZwart-geel-rood kleurenclassificatiemodel.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Wondexpertisecentra

    Definitie

    Een wondexpertisecentrum is een centrum waarin een team van specialisten multidisciplinair samenwerkt om complexe wonden zo goed mogelijk te behandelen. Het team bestaande uit artsen, verpleegkundig specialisten en verpleegkundigen bepaalt gezamenlijk het behandelplan voor de patiënt, waardoor deze minder vaak hoeft terug te komen en waardoor onderzoeken beter op elkaar zijn afgestemd. De centra werken met standaard protocollen, duidelijke verwijsprocedures, diagnostiek en onderzoek naar onderliggend lijden.

    (Wijck van, Frank. Wondexpertisecentra: wat doen ze precies? Nursing, december 2014)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Wondroos

    Definitie

    Wondroos is hetzelfde als erysipelas. Het is een infectie van de lederhuid en het subcutane vet, veroorzaakt door bacteriën. Meestal bestaan de symptomen uit een rode, scherp omschreven, warm aanvoelende, pijnlijke zone van de huid in combinatie met een algemene malaise en koorts.

    Zie Erysipelas.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Zilververbanden

    Definitie

    Zilver heeft een antiseptische werking. Zilver kan worden toegevoegd aan verschillende types ‘basisverbanden’, zoals hydrocolloïdverbanden, schuimverbanden en gelederde verzelverbanden. De eigenschappen van het verband worden vooral bepaald door het gebruikte moederverband. Het toegevoegde zilver zal zorgen voor een extra antimicrobieel effect.

    Indicaties
    – Gecontamineerde of gekoloniseerde wonden.

    Contra-Indicaties
    – Patiënten met intolerantie voor zilver.
    – Zuivere wonden.
    – Wonden waarbij blootstelling aan licht niet kan worden vermeden.

    (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.

  • Zwart-Geel-Rood-kleurenclassificatiemodel

    Definitie

    Het Zwart-Geel-Rood-kleurenclassificatiemodel dat in 1983 door de Woundcare Consultant Society (WCS) samen met de Zweedse professor Lars Hellgren werd ontwikkeld, kent een indeling op basis van kleur van de wond: zwart, geel of rood. Het WCS-classificatiemodel is in principe toepasbaar op elke wond, behalve op brandwonden, oncologische wonden en in de stomazorg. Zwart betekent dat de wond is bedekt met afgestorven (necrotisch) weefsel. Necrotisch weefsel hoeft evenwel niet altijd zwart te zijn, maar kan ook een bruine, grijze of gelige kleur vertonen. Geel betekent dat het wondbed is bedekt met een gelig, fibrineus beslag. Rood betekent dat het wondoppervlak wordt bedekt met helderrood granulatieweefsel, de noodzakelijke voorbereiding voor de epithelialisatie. De kleuren kunnen ook gemengd voorkomen, dus granulerend en/of fibrineus en/of necrotisch weefsel.

    Aan elke situatie, necrose (zwart), fibrine (geel) of granulatie (rood) of gemengde wond, kunnen specifieke acties worden gekoppeld:

    • debridement, indien mogelijk (bij necrose);
    • wondreiniging en exsudaatmanagement (bij fibrine);
    • bescherming van granulatieweefsel om epithelialisatie te stimuleren (bij granulatie).

      (Handboek Wondzorg, 2016)

    Meer weten? Ga naar het thema wondzorg.

    Of bestel het handboek wondzorg.