9 dingen die verzorgenden over gehoor moeten weten

Veel ouderen dragen een hoorapparaat, of kunnen –zonder het te weten- gehoorproblemen hebben. Audioloog Conny Polleunis -werkzaam voor Schoonenberg- noemt de belangrijkste aandachtspunten voor verzorgenden ig.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
istock.jpg
De oren blijven groeien
  1. De signalen van dementie en slechthorendheid lijken op elkaar: ‘Terugtrekken, verkeerde antwoorden op vragen geven, in zichzelf gekeerd zijn, achterdocht, het zijn allemaal signalen van dementie én van slechthorendheid. Sommige ouderen scoren zelfs positief op een dementietest, terwijl ze geen Alzheimer, maar slechthorendheid hebben. Check dus daarom altijd of je cliënt een hoorapparaat nodig heeft.’
  2. Het oorstukje van het hoorapparaat moet liefst wekelijks en minstens elke twee weken schoongemaakt worden: ‘Een gebit schoonmaken hoort bij dagelijkse praktijk, maar we merken dat hoorapparaten deze aandacht vaak niet krijgen. Terwijl het wel belangrijk is: als je een hoortoestel niet goed schoonhoudt, kan het kanaaltje verstopt raken door oorsmeer, waardoor de cliënt er niet meer goed mee hoort. Daarnaast is het beter voor de hygiëne. Wanneer iemand een oorontsteking heeft, kan dit langer duren als het hoorapparaat niet schoon is. Dit schoonmaken is geen hogere wiskunde.’ Lees hier hoe het het hoorapparaat schoonhoudt >>
  3. Wees er alert op dat je cliënt een hoorapparaat nodig kan hebben: ’Vanaf het veertigste levensjaar begint het gehoor te verslijten. Het is niet gek dat mensen boven de zeventig een gehoorprobleem hebben. Hoe hoger de leeftijd, des te vaker een gehoorprobleem voorkomt. Dus heb je een vermoeden van slechthorendheid, laat de familie dan met de cliënt bij een audicien langsgaan of laat een audicien langskomen in de zorginstelling.’
  4. Check het hoorapparaat, als de cliënt stemmen in het hoofd hoort: ‘Dit komt niet vaak voor, maar is wel mogelijk: het zou kunnen dat het hoorapparaat de tv-geluiden van de buren opvangt. Dit check je met een stethoclip. Deze schuif je over het hoorapparaat, en luister vervolgens of jij de stemmen óók hoort. Een andere manier is om het hoorapparaat uit en aan te zetten, zodat het apparaat weer in de neutrale stand staat, en niet op de ringleidingstand, waarmee hij het signaal van een tv kan opvangen.’
  5. Check of het hoorapparaat nog goed past: ‘Als een hoortoestel gaat piepen, kan dit betekenen dat er een oorsmeerprop in het oor zit. Als je dit gecheckt hebt, is het ook mogelijk dat het hoortoestel niet meer goed past. Oren groeien een heel leven door, dus het kan heel goed zijn dat de cliënt uit zijn hoorapparaten gegroeid is, en nieuwe nodig heeft. Laat dit checken door de audicien.’
  6. Hard praten heeft geen zin, duidelijk articuleren wel: ‘Wanneer iemand slecht hoort, heb je de neiging om erg hard te gaan praten. Maar dat heeft weinig zin: een hoortoestel moet voldoende versterking geven. Iemand die zeer slechthorend is, kan soms ondanks het hoortoestel mensen toch nog slecht verstaan. Laat eerst het hoortoestel checken door een audicien om hier zeker van te zijn. Als het niet aan het hoortoestel ligt, kun je jezelf beter verstaanbaar maken door langzaam, en duidelijk te spreken. Als je tegen de cliënt schreeuwt, komt dit alleen maar vervormd binnen en zal hij het nog steeds niet verstaan. Het heeft wél zin als je minder snel praat, en goed articuleert.’
  7. Laat het hoortoestel en het gehoor jaarlijks checken door een audicien: ‘Deze kan bekijken of het nog goed past, schoon genoeg is, sterk genoeg staat ingesteld, maar ook checken of een ander hoortoestel beter bij de cliënt past. De technieken vernieuwen steeds, en het is een fabel om te denken dat iemand altijd hetzelfde hoortoestel moet hebben. Als er geen verdere klachten zijn, is een 2-jaarlijkse check ook prima.’
  8. Wissel regelmatig de batterijen: ‘Een hoortoestel loopt op batterijen en die gaan leeg. Bij het ene hoortoestel gebeurt dat na vijf dagen, bij het andere na twee weken. Je kunt dit checken met een batterijtester. Heb je die niet, dan kun je dit checken door een hoorapparaat in je gesloten hand te houden: fluit/piept hij, dan zijn de batterijen nog goed.’ Deze tester is voor € 7,50 hier te bestellen >>
  9. Als je ziet dat je cliënt een hoorapparaat draagt, check dan bij de familie of dit regelmatig schoongemaakt wordt, en wie dat gaat doen: ‘Mocht de familie niet in de gelegenheid zijn om dit te doen, zet dan in het zorgplan dat dit een taak van de verzorging is.’

Klik hier voor meer info over hoortoestellen van Schoonenberg >>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.