Gratis nieuwsbrief Meld je aan voor de gratis e-mail nieuwsbrief van Nursing, TvV en TvZ. Klik hier

Alcohol: wat doet het eigenlijk?

Opname en vertering van alcohol

Alcohol wordt in de maag voor een klein deel omgezet, maar komt grotendeels onverteerd, dus in pure vorm, in het bloed terecht. Voedsel in de maag vertraagt die opname, vandaar dat een drankje op een lege maag een sneller en groter effect heeft. De meeste alcohol wordt opgenomen vanuit de dunne darm. Zodra alcohol in het bloed circuleert begint het verbrandingsproces in de lever. Daar zet het enzymsysteem alcoholdehydrogenase (ADH) de alcohol eerst om in acetaldehyde. Dit is een giftige stof, giftiger nog dan pure alcohol. In een tweede stap wordt acetaldehyde zeer snel omgezet in azijnzuur. Het azijnzuur komt terecht in het lichaamsvocht en wordt ten slotte afgebroken tot kooldioxide en water. Het ADH-systeem heeft een beperkte capaciteit. Iemand van 75 kilo breekt per uur ongeveer 7,5 gram af. Bij gebruik van enkele glazen per uur kan de afbraak de opname al niet meer bijhouden en stijgt het bloedalcoholgehalte en ontstaat het roeseffect in de hersenen. Sommige mensenrassen hebben een vorm van ADH die alcohol sneller omzet. Dit kan leiden tot grotere concentraties aldehyde met vergiftigingsverschijnselen (hartkloppingen, hoofdpijn, duizeligheid, gevoel van malaise) als gevolg. Dit is de reden waarom bijvoorbeeld Japanners, die meestal deze atypische ADH hebben, niet goed tegen drank kunnen. Er zijn naast ADH nog twee systemen die alcohol kunnen afbreken: MEOS (Microsomaal Ethanol Oxyderend Systeem) en het katalasesysteem. Dit zijn reservesystemen die vooral te hulp schieten bij zwaar en chronisch alcoholgebruik.

Lever
Het bekendste slachtoffer van langdurig alcoholgebruik is de lever. Deze krijgt het meeste te verduren van de giftige metabolieten. Het begint meestal met een leversteatose, een ophoping van vet in de levercellen. Er ontstaat een vetlever. Alcohol onderdrukt namelijk de oxydatie van vetzuren, met als gevolg ophoping ervan. De steatose kan binnen enkele weken na het staken van alcoholgebruik weer verdwijnen. Bedreigender is de alcoholische leverontsteking. De hepatitis kan symptoomloos of met geringe klachten verlopen. Onderzoek laat vaak flinke afwijkingen van de leverfunctie zien. De acute vorm van alcoholhepatitis is een zeer ernstige ziekte met een slechte prognose. De patiënten hebben koorts, geelzucht en buikpijn. De alcoholische hepatitis wordt beschouwd als een voorloper van de levercirrose. Door de ontsteking gaan levercellen verloren die door bindweefsel worden vervangen: een onomkeerbaar proces dat geleidelijk leidt tot functieverlies. De ontgiftingscapaciteit vermindert, evenals de eiwitsynthese. Ook de aanmaak van stollingsfactoren kan verstoord raken, met overgevoeligheid voor bloedingen als gevolg.

Slokdarm, maag, alvleesklier
Stopt een cirrosepatiënt met drinken, dan kunnen de overgebleven levercellen de taken van de lever vaak nog voldoende uitvoeren. Blijvend is echter de portale hypertensie Het bindweefsel in de lever snoert de levervaten af, waardoor het bloed moeilijker door de lever stroomt. Het zoekt vervolgens een weg met minder weerstand, buiten de lever om. Haarvaten in de gehele bovenbuik zetten dan uit. Vooral de spataderen in de slokdarm zijn berucht. Wanneer deze openbarsten ontstaat een levensbedreigende situatie. Zonder snelle hulp bloedt de patiënt dood. Het nare is dat de spataderen vanwege de cirrose kunnen terugkomen, ook al spuit je ze weg. Een ander vaak voorkomend probleem is de bloederige gastritis, een ontsteking van het maagslijmvlies. Bekende symptomen zijn oprispingen, brandend maagzuur en braken. Minder vaak voorkomend maar in de regel zeer ernstig is de ontsteking van de alvleesklier. Pancreatitis kan acuut ontstaan. Een kwart van de patiënten overleeft dat niet. De acute vorm kan overgaan in een chronische pancreatitis en ook dat is een dramatisch ziektebeeld. Allereerst werkt de pancreas steeds minder goed. Daardoor wordt vet onvoldoende verteerd en ontstaat diabetes omdat de insulineproductie afneemt. Maar allesoverheersend zijn de pijnaanvallen die alleen met zware medicatie of grote operaties zijn te beteugelen.

Kanker en hart- en vaatziekten
Ook is er een verband tussen overmatig alcoholgebruik en kanker aan mond, keel en slokdarm. Dat geldt speciaal voor drinkers die stevig roken. Zware drinkers lopen ook meer risico op lever- en colonkanker. Vrouwen die veel drinken hebben een verhoogd risico op borstkanker.
Veel drinken vergroot bovendien het risico op hart- en vaatziekten. Het verhoogt de bloeddruk en veroorzaakt hartritmestoornissen en hartspierzwakte. Wanneer de drinker slecht eet kan een vitamine B1 tekort ontstaan. Dit leidt tot het zogenaamde beri-beri hart, waarbij de hartfunctie is aangetast.

Spieren en zenuwstelsel
Chronisch alcoholgebruik kan ook de skeletspieren beschadigen. Tijdens een periode van veel drinken kan binnen enkele dagen een algemene spierzwakte ontstaan, die gepaard gaat met pijn en spierkrampen. De meeste patiënten genezen binnen korte tijd. Bij chronisch drankmisbruik kunnen zich ook symptomen voordoen van polyneuropathie: prikkelend gevoel in de voeten en de vingers, eventueel gevolgd door gevoelloosheid in handen en benen en soms verlammingsverschijnselen. De oorzaak is waarschijnlijk een gebrek aan vitamine B1. Eveneens een gevolg van vitamine B1 gebrek is het Wernicke-syndroom, dat binnen enkele dagen of weken kan ontstaan. Patiënten zijn verward en gedesoriënteerd in persoon en tijd. De chronische vorm van het ziektebeeld is het Korsakov-syndroom. Dit kenmerkt zich door stoornissen in het geheugen, vooral voor recente gebeurtenissen. Daarbij kunnen de patiënten de gebeurtenissen niet meer goed op de tijdlijn plaatsen. Een patiënt met een Korsakov-syndroom is ogenschijnlijk kerngezond. De aandoening is ongeneeslijk.

.

Redactie Nursing.nl

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Nursing is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden