Gratis nieuwsbrief Meld je aan voor de gratis e-mail nieuwsbrief van Nursing, TvV en TvZ. Klik hier

Werkt continuous passive motion bij een totale-knieprothese?

Het is de vraag of patiënten met een totale-knieprothese na een totale-knie-artroplastiek post-OK continuous passive motion (CPM) nodig hebben ter verbetering van de kniefunctie. Dat gebeurt met een motorshiene, die bij de patiënt in bed de knie buigt en strekt.
Werkt continuous passive motion bij een totale-knieprothese?
Foto: Stockexchange

Casus

In het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) in Amsterdam krijgen patiënten met een totale-knieprothese (TKP) na een totale-knie-artroplastiek post-OK continuous passive motion (CPM) ter verbetering van de kniefunctie. Dat gebeurt met een motorshiene, die driemaal daags een uur bij de patiënt in bed de knie buigt en strekt. Sommigen patiënten vinden het een prettige manier van oefenen, anderen vinden het vervelend of zelfs pijnlijk. De vraag is of CPM de kniefunctie verbetert.

1 Formuleer je vraag

P=patiënt of probleem, I=interventie, C=vergelijking, O=uitkomst

P: Patiënt met een totale-knieprothese
I: Postoperatief gebruik van CPM
C: Geen gebruik van CPM
O: Betere kniefunctie (flexie en extensie)

2 Zoekstrategie

We hebben gezocht naar systematic reviews en/of meta-analyses van randomized controlled trails (RCT's) in Pubmed2, met de zoektermen continuous passive motion, total knee arthroplasty, meta-analysis, review, English. Dit leverde één uitgebreide systematic review op die voor de situatie in het OLVG relevant is.3

3. Beoordeling resultaten

Deze Cochrane-review telt 20 RCT's waarin patiënten met en zonder CPM met elkaar worden vergeleken. CPM werd in deze onderzoeken zeer verschillend toegepast. Zo verschilde het aantal uren van 0 tot wel 23 uur per dag. Ook de startdag verschilde sterk.

De onderzoeken over patiënten die dagelijks meer dan zes uur CPM kregen vielen af, omdat we het in het OLVG slechts drie uur per dag toepasten. Artikelen over onderzoeksgroepen die later dan de tweede dag postoperatief met CPM startten, vielen eveneens af. In het OLVG startten we op de eerste dag na de operatie. Uiteindelijk selecteerden we van de twintig onderzoeken er zeven die vergelijkbaar zijn met de situatie in het OLVG. Een onderzoek uit Singapore was helaas niet beschikbaar, waardoor zes onderzoeken overbleven.
Bennett en anderen deden een onderzoek met drie groepen.4 Een controlegroep zonder CPM en twee groepen met CPM, verdeeld in een 'early flexion CPM-groep', die direct postoperatief op de recovery startte met 3 uur CPM met 50-90 graden flexie, en een 'standaard CPM-groep' die direct postoperatief op de recovery startte met 3 uur CPM met 0-40 graden flexie. De early flexion CPM-groep had significant meer flexie op dag 5 postoperatief ten opzichte van beide andere groepen. Na drie maanden was er geen significant verschil meer, noch na één jaar. De onderzoekers concluderen dat het gebruik van CPM niet te rechtvaardigen is na TKA.
Chiarello en anderen deden een onderzoek met vijf groepen variërend van geen CPM tot 10-12 uur per dag.5 Zij vonden geen significante verschillen tussen de groepen bij ontslag.
Denis en anderen concludeerden dat CPM als aanvulling op conventionele fysiotherapeutische interventies de knieflexie, -extensie en -functie niet verbetert.6 Er waren geen significante verschillen tussen twee groepen met CPM en een groep zonder CPM. De interventie zou daarom niet routinematig moeten worden toegevoegd aan het revalidatieprogramma na primaire plaatsing van een TKP.
Harms en Engstrom zagen significant positieve resultaten bij CPM-gebruik bij een aantal groepen patiënten die een totale-knieprothese kregen.7 Zo zouden patiënten met preoperatief een flexie van <100°, een leeftijd >70 jaar en de diagnose artrose hier voordeel bij hebben. In deze studie zijn alleen kortetermijnresultaten gemeten: de laatste meting was bij ontslag uit het ziekenhuis na TKA.
Lenssen et al vinden een positief effect van CPM op de range of motion (ROM), het verschil tussen de groep met en de groep zonder CPM is echter niet significant.8 Verschillen in ROM zijn gemeten op dag 4 en dag 17 na TKA. Verder onderzoek naar het langetermijneffect is volgens hen nodig.
Nielsen et al vonden 14 dagen na de ingreep geen significant verschil tussen groepen na TKA met CPM en actieve fysiotherapie, of alleen actieve fysiotherapie.9
Kortom, uit deze Cochrane-review blijkt dat er sterk bewijs is dat CPM de passieve en actieve flexie nauwelijks verhoogt. De conclusie is dan ook dat het effect van CPM op de flexie en extensie van de knie te klein is om het gebruik te rechtvaardigen.

4. Conclusie en toepassing

Het gebruik van CPM heeft geen toegevoegde waarde na totale-knie-artroplastiek.

5. Evaluatie

CPM is in het OLVG niet langer onderdeel van het medisch, verpleegkundig en fysiotherapeutisch protocol na een primaire totale-knieprothese. Na een secundaire totale-knieprothese, revisie of voorste-kruisbandreconstructie gebruiken we nog wel CPM, omdat nog niet is uitgezocht dat dit geen toegevoegde waarde heeft. We passen CPM minder vaak toe, en dat heeft twee bijkomende voordelen: het personeel wordt minder belast met het tillen van de motorshiene, én twee fysiotherapiepraktijken plus een verpleegafdeling konden we blij maken met de motorshienes die wij nu over hadden.

 

Nee, CPM helpt de knie niet sneller of beter herstellen na een totale-knie-artroplastiek

Noten

1. Esther Valent (auteur) is seniorverpleegkundige, Vanessa Scholtes (begeleider) research coördinator, beiden werkzaam op de unit orthopedie, Saskia Rijkenberg (begeleider) is klinisch epidemioloog op de icu, allen werkzaam in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis te Amsterdam. Contact: e.m.valent@olvg.nl.

2. www.pubmed.com.
3. Harvey LA, et al. Continuous passive motion following total knee arthroplasty in people with arthritis. Cochrane Database Syst Rev. 2010 Mar 17;(3):CD004260.
4. Bennet LA, et al. A Comparison of two Continuous Passive Motion Protocols After Total Knee Arthroplasty – A Controlled and Randomized Study, The Journal of Arthroplasty Vol. 20 No. 2 2005.
5. Chiarello CM, et al. The Effect of Continuous Passive Motion Duration and Increment on Range of Motion in Total Knee Arthroplasty Patients, Journal of Orthopaedic & Sports Physical Therapy, February 1997.
6. Denis M, et al. Effectiveness of Continuous Passive Motion and Conventional Physical Therapy After Total Knee Arthroplasty: A Randomized Clinical Trail, Physical Therapy, February 2006.
7. Harms M, Engstrom B. Continuous Passive Motion as an Adjunct to Treatment in the Physiotherapy Management of the Total Knee Arthroplasty Patient, Physiotherapy, April 1991.
8. Lenssen AF, et al. Continuous passive motion (CPM) in rehabilitation following total knee arthroplasty: a randomised controlled trail, Physical Therapy Reviews, 2003;8.
9. Nielsen PT, et al. No effect of continuous passive motion after arthroplasty of the knee, Acta Orthop Scand 1988;59(5).

Wil je reageren? Registreren kan heel eenvoudig én gratis.

Esther Valent, Vanessa Scholtes, Saskia Rijkenberg

Of registreer je om te kunnen reageren.

Nursing is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden