Gratis nieuwsbrief Meld je aan voor de gratis e-mail nieuwsbrief van Nursing, TvV en TvZ. Klik hier

De overstap van een verpleeghuis naar kleinschaligheid

Verpleeghuis Zuyder Waert stapt over op kleinschalig wonen. Rond het oude gebouw is de nieuwbouw en sloop van oude verpleegafdelingen in volle gang. De verzorgenden moeten leren wat het werk van een woonzorgbegeleider inhoudt. Maar Zuyder Waert wil nog meer veranderingen doorvoeren. Zoals belevingsgerichte zorg, een nieuw kwaliteitsbeleid, het gebruik van domotica en een nieuw zorgdossier. Ter voorbereiding op deze omwenteling volgen alle verzorgenden een op maat gemaakte interne cursus.

 Tekst Betty van Wijngaarden

 

‘Werken in een kleinschalige woning is écht hondertachtig graden om. De allereerste dienst die ik na de verhuizing draaide, verliep rommelig. 's Morgens stonden we met twee verzorgenden op een groep van zeven bewoners. Om half tien begonnen we met het ontbijt en tegen tien uur ging een van ons boodschappen doen in het winkeltje. En daarna snel een bakkie doen met de bewoners.'s Middags moesten de bedden nog worden opgemaakt, want daar waren we niet aan toegekomen. Je moet het werken op de klok loslaten, dat is wennen. Maar de bewoners zijn sinds de verhuizing heel rustig. Eten gezellig samen in de huiskamer. Het meest opmerkelijke was een bewoner die voorheen altijd slecht at en nu zonder moeite twee broodjes smeerde en uit de hand at. Dus niet zoals voorheen op de verpleegafdeling in stukjes gesneden en met de vork.‘

 

Het is vrijdagmorgen, even na negenen in een vergaderzaaltje van verpleeghuis Zuyder Waert, onderdeel van Stichting Omnizorg Noord-Kennemerland, in Heerhugowaard. Vijftien verzorgenden krijgen er vandaag les. Verzorgende Joséan Borst vertelt haar medecursisten over de verhuizing - nog maar vijf dagen geleden - van een aantal bewoners naar de eerste kleinschalige woningen.

Zuyder Waert zit midden in een omvangrijk veranderingsproces. Het intramurale verpleeghuis voor dementerenden stapt namelijk gefaseerd over op kleinschalig wonen. De kleinschalige woningen worden nieuw gebouwd op dezelfde locatie tegen het centrale deel van het verpleeghuis dat zal blijven bestaan. De eerste fase is nog maar nét afgerond; 33 pg-bewoners zijn vijf dagen geleden verhuisd naar vijf nieuwe kleinschalige woningen. Vervolgens wordt de oude verpleegafdeling gesloopt. Op deze plek zullen de kleinschalige woningen van de tweede fase worden gebouwd. Ook voor fase drie en vier geldt dat er eerst een deel moet worden gesloopt om nieuwbouw neer te kunnen zetten. In 2008 moeten alle 163 pg-bewoners in kleinschalige woningen wonen.

Het verpleeghuis heeft de overstap op kleinschalig wonen aangegrepen om tegelijk nog meer veranderingen door te voeren. Zoals het beter kunnen toepassen van belevingsgerichte zorg, een nieuw kwaliteitsbeleid, het gebruik van domotica, vrijwilligers en mantelzorgers structureel laten bijdragen aan de zorg, en een splinternieuw zorgdossier. Om de verzorgenden goed voor te bereiden op hun werk als woonzorgbegeleider, maar ook op alle andere veranderingen in de zorgverlening, heeft Zuyder Waert samen met onderwijsinstelling SVOZ een op maat gemaakt lesprogramma samengesteld.

 

‘Van tevoren had ik erg opgezien tegen het zelf koken voor de bewoners', vervolgt Joséan. ‘Maar dat viel me erg mee. Tijdens mijn eerste avonddienst heb ik zuurkool met worst gemaakt. Een bewoner bood spontaan aan om de aardappelen te schillen. Ik moest in het begin wel veel uitzoeken. Hoe werkt de vaatwasser, de wasmachine. En voor het avondeten moest een bewoner gemalen eten hebben, dat was wel een gedoe. Eerst zoeken waar het apparaat om te malen stond, daarna uitzoeken hoe het werkte. Maar het eten zelf ging prima.' Miranda Kerkvliet, de docente van SVOZ, vat het verhaal kort samen: ‘Als ik het goed begrijp, is het organisatorisch nog wennen. Maar gaat het met de bewoners dus heel goed.' Joséan beaamt dit. ‘Het is huiselijker, de bewoners reageren daar anders op.'s Avonds om tien uur zaten er nog vier bewoners voetballen te kijken op tv. Dat gebeurde vroeger op de verpleegafdeling nooit. Dan lag iedereen al op bed. Dus deelden we nog wat frisdrank uit. We moeten wel veel zelf wassen, en dat is een hoop werk.‘ Miranda springt daar op in: ‘Denk eraan dat het beddengoed naar de wasserij mag. En ook hele vieze spullen, zoals washandjes. Ga die dingen niet onnodig zelf doen. Want voor je het weet, sluipt dat erin. En straks denken alle verzorgenden dat ze alles zelf moeten doen, en dat is helemaal niet nodig. Als iets niet goed loopt, kaart het dan ook meteen aan. Maak er een verbeterpunt van.'

Miranda gaat verder met lesgeven. ‘Kunnen jullie voorbeelden noemen van situaties waarbij je nu al belevingsgerichte zorg toepast?' ‘Bijvoorbeeld dat je een bewoner vraagt wat hij op zijn boterham wil hebben', antwoordt een cursist weifelend. ‘Bij belevingsgerichte zorg richt je je op wat de bewoner wil', helpt Miranda hen op weg. ‘Misschien heb jij er moeite mee om een bewoner bij de voornaam te noemen, of je en jij te zeggen. Maar als de bewoner dat wel graag wil, of dat van vroeger gewend is, dan doe je dat toch. Dus niet uitgaan van wat jíj wilt, maar wat de bewoner wil. Om dat te kunnen weten, moet je iets van zijn of haar voorgeschiedenis weten. Met 33 bewoners op een verpleegafdeling is het moeilijk om dat van iedereen te weten. Maar met zeven bewoners in een kleinschalige woning kan dat wél.'

 

‘Er is een andere cultuur en werkhouding nodig voor kleinschalig wonen', vertelt SVOZ-docente Miranda Kerkvliet na de les. ‘Iedereen krijgt ter voorbereiding op het kleinschalig wonen negen dagen les, een dag per maand.' De verzorgenden krijgen tegelijk les met de collega's met wie zij straks in een vaste pool komen te werken op de kleinschalige woning. Zodat ze als team onderwerpen en knelpunten kunnen bespreken en aanpakken. ‘Tijdens de eerste les zie ik bij de cursisten vaak weerstand', zegt de docente. ‘Waarom moet alles anders? Het ging toch best goed? Tijdens de lessen hebben we het bijvoorbeeld over kwaliteit van zorg. Verzorgenden zijn zich er niet altijd van bewust wat daaronder valt. Ook hebben we het over verbeterpunten naar aanleiding van knelpunten. Hoe los je problemen op als je straks in de kleinschalige wooneenheid werkt? Na een tijdje zie je de cursisten veranderen. Ze raken gewend aan de zelfstandige manier van werken, en leven steeds meer naar de verhuizing naar hun eigen woning toe.' Na de verhuizing volgen nog twee scholingsdagen om te evalueren hoe het nu gaat, en om ervoor te zorgen dat de verzorgenden wat ze geleerd hebben ook in de praktijk brengen.

 

‘De overstap op kleinschalig wonen is een logisch vervolg op al eerder ingezet beleid', vertelt even later Susan van Bennekom. Ze werkt als trainer/ondersteuner bij Omnizorg, waar Zuyder Waert onderdeel van uitmaakt. ‘In de jaren tachtig hebben we de eerste aanzet gedaan. Destijds bleek uit een enquête onder medewerkers dat zij kleinschaliger wilden werken. Als tussenstap zijn we toen overgegaan op kleinere huiskamers met elf bewoners. En we hebben EVV'ers ingevoerd om meer bewonersgericht te kunnen werken. Maar het oude gebouw was ongeschikt voor kleinschalig wonen. Daarom besloot Zuyder Waert nieuwbouw te realiseren.'

Van Bennekom geeft een rondleiding door het grote gebouw van Zuyder Waert. Ze laat eerst een van de oude verpleeghuisafdelingen zien die nog in gebruik is. Hoewel het er netjes uitziet, doet het eerder denken aan een ziekenhuis dan aan een plek om te wonen. Op de vierpersoonsslaapkamers is er weinig ruimte voor privacy of eigen spulletjes. Een paar dagen geleden zijn de bewoners van de eerste verpleegafdeling verhuisd naar de kleinschaligheid. De gangen naar hun oude verpleegafdeling worden zojuist door werklui met schotten afgesloten, waardoor we moeten omlopen. Een bewoner staat met een pot verf en een kwast in de handen en maakt een mooie schildering op een van de schotten. De oude afdeling wordt zo spoedig mogelijk afgebroken, zodat daar de kleinschalige woningen van de tweede fase gebouwd kunnen worden. ‘We bouwen als het ware om het huidige gebouw heen', vertelt ze. ‘We wilden het de 163 pg-bewoners niet aandoen om ze eerst te verhuizen naar een tijdelijk onderkomen, en daarna nogmaals naar de nieuwe kleinschalige woningen. Zoals we het nu doen, hebben zij er zo min mogelijk hinder van.'

Ondertussen komen we aan bij de kleinschalige woningen van de eerste fase. Het verschil met het oude gebouw is verbluffend. Alsof je in een oase van warmte, sfeer en huiselijkheid terechtkomt. De gangen hebben grote ramen waardoor veel daglicht naar binnen valt. Ook het gebruik van warme kleuren, waaronder gekleurd glas, heeft een warm effect. Naast de bel van een van de kleinschalige woningen hangt een briefje: "AUB niet bellen." Sommige bewoners blijken snel van slag te raken als er wordt gebeld. De eenpersoonskamers van de bewoners zijn in een U-vorm om de gezamenlijke huiskamer heen gebouwd. De huiskamers zien er al verrassend gezellig en huiselijk uit, als je bedenkt dat de verhuizing nog maar vijf dagen geleden was.

 

‘Het lastige van de verhuizing was dat we door de late oplevering van de aannemer niet al van tevoren spullen konden overbrengen, zoals voorraden of inco-materialen', vertelt Marian Klos, wijkhoofd. Zij vangt ons op bij de kleinschalige woningen en neemt het vervolg van de rondleiding over. ‘Dus alles moest afgelopen maandag in een keer worden overgebracht. En omdat de mensen tot maandagochtend nog op de verpleeghuisafdeling woonden, konden hun spullen ook pas op het laatste moment worden verhuisd.' Zoals bij een verhuizing hoort, moesten de verzorgenden in het begin naar veel spullen zoeken. Maar ze moesten ook uitvinden hoe de vaatwasser en andere apparaten werken. ‘We werken nu voor het eerst met domotica. Daar lopen we tegen dingen aan zoals bewegingsmelders die te vaak of te weinig piepen. Dat hoort allemaal bij de beginfase.' Toch kijkt ze met een tevreden gevoel terug op de afgelopen week. ‘Maandag was het hier nog helemaal leeg. Nu wonen er 33 bewoners verdeeld over de woningen. De ploegen die straks overgaan naar de kleinschalige woningen van de volgende fases, hebben het voordeel dat ze vooraf eerst met ons kunnen meelopen. Wij kunnen ze laten zien hoe alles werkt. Zodat zij kunnen leren van onze ervaringen in de beginfase.'

 

‘Het is nog wennen voor sommige bewoners, vooral als zij zich nog erg bewust zijn van wat er om hen heen gebeurt. Ze zijn toch hun vaste plekkie kwijt.' Roos Ooyevaar is van de verzorging en werkt op een van de kleinschalige woningen. ‘Voor ons is de grootste verandering dat we het taakgericht werken helemaal moeten loslaten, zoals we dat voorheen in het verpleeghuis deden. Dus geen strakke dagplanning meer. En als je een keer iets niet afkrijgt, dan komt dat morgen wel. We werken nu belevingsgericht, stemmen ons af op de bewoners. Het lijkt meer op hoe je dat zelf thuis doet. Bewoners bepalen dus zelf hoe laat ze opstaan of naar bed willen. En helpen ons zo mogelijk met de dagelijkse bezigheden.'

De huiskamer van Roos' kleinschalige woning ziet er al gezellig ingericht uit. Er moet nog een nieuwe eettafel komen, die is al besteld. En bij het raam staan er mooie, grote planten. De verzorgenden hebben onder werktijd per persoon acht uur gekregen om zich te buigen over de inrichting van de huiskamer van "hun" kleinschalige woning.‘Ze hebben een budget gekregen en samen met hun team meubels uitgezocht. Ook mochten ze de kleuren voor de huiskamer en de stoffering kiezen', vertelt Marian Klos. ‘Daardoor zijn het verschillende woningen geworden. De ene huiskamer heeft witte meubels, de andere verschillende soorten meubels door elkaar. Ook heeft het ene team gekozen voor meer planten dan de andere. Zo is het ook echt hún woning geworden.' Ze lacht even. ‘De verzorgenden vinden het daarom ook niet zo leuk als ze een keer op een andere woning moeten bijspringen.'

Roos Ooyevaar kijkt tevreden terug op de eerste week op haar nieuwe werkplek. ‘Het is erg leuk. Omdat wij allemaal uit een intramuraal verpleeghuis komen, vind ik het ook wel goed dat we speciale opleiding hebben gehad. Want de overgang is groot. Zo is er tijdens de cursus aandacht besteedt aan de zorgvisie van Zuyder Waert. Op de verschillende kleinschalige wooneenheden is er ruimte voor eigen inbreng van de verzorgenden - het hoeft geen eenheidsworst te worden. Maar op hoofdlijnen moet het binnen de visie van de organisatie passen. Aan heel veel dingen uit de cursus heb ik wel wat gehad. Maar als de kleinschalige woningen een jaartje draaien, denk ik dat je nieuwe verzorgenden op de woningen niet extra hoeft te scholen. Als iemand een week meeloopt, raakt zij zo ingewerkt.'

 

Iedere woning een eigen terras

Het reguliere verpleeghuis bestond tot voor kort uit vijf afdelingen. Deze afdelingen worden nu samengevoegd tot vier wijken. Een wijk bestaat uit zes woningen met elk zeven bewoners. Alle bewoners hebben een eigen kamer. Elke woning heeft een eigen terras. Per twee wijken komt er een mooie binnentuin. Naar verwachting wonen in het voorjaar van 2008 alle bewoners van Zuyder Waert in de kleinschalige woningen.

De Stichting Omnizorg Noord-Kennemerland bestaat uit WoonZorgcentrum Buiten Zorg in Zuid-Scharwoude, WoonZorgcentrum De Molenhoeve in Sint Pancras, seniorenappartementen complex Grenswoude in Zuid-Scharwoude en verpleeghuis Zuyder Waert te Heerhugowaard.

TvVOnline redactie

Of registreer je om te kunnen reageren.

Nursing is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden