Antwoorden toets NursingTopic: astma cardiale

<strong>Geplaatst in Nursing februari 2011<br />Artikel: <br />Klinisch redeneren en astma cardiale<br />Door: Marc Bakker en Alexia Hageman<br />Artikel:<br />Hartfalen nader bekeken<br />Door Paul Bocken</strong> <p> 

1. Wat is in rust een normale ejectiefractie?
A 20%
B 40%
C 60%
D 80%

2. Welk hormoon is in de nieren direct betrokken bij de natriumretentie?
A angiotensine I
B angiotensine II
C aldosteron
D renine

3. Wat is bij hartfalen het effect van een toegenomen calciumconcentratie binnen in de hartspiercellen?
A de kracht waarmee het myocard samentrekt wordt direct minder
B de hartspiercellen hebben meer moeite om te ontspannen
C de zuurstofbehoefte van de hartspiercellen wordt minder
D het verlaagt de einddiastolische druk

4. Hieronder staat een aantal effecten van ACE-remmers. Drie daarvan vormen een bescherming van de hartspier bij hartfalen, van één draagt het effect niet noemenswaardig bij aan deze bescherming. Welke is dat? (Let op: de vraag is ontkennend, welke hoort er NIET bij?)
A ACE-remmers verminderen het einddiatolisch volume
B ACE-remmers verlagen de perifere vaatweerstand
C ACE-remmers verhogen de kaliumspiegel
D ACE-remmers verminderen hypertrofie en vormverandering in de hartspier

5. Wat is de kern van het beeld van het diastolisch hartfalen?
A de diastole duurt te lang
B de kamers vullen zich slecht
C boezemfibrilleren belemmert de vulling van de kamers
D de ejectiefractie is zeer sterk afgenomen

Sleutel: 1.C, 2.C, 3.B, 4.C, 5.B

1 REACTIE

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.