Bloedgas prikken: wat zegt de wetenschap?

Stel: jouw COPD-patiënt heeft een exacerbatie en je hebt een bloedgas nodig. Voor een arterieel bloedgas moet je de arts bellen én het is een belastende handeling voor de patiënt. Kun je in plaats daarvan ook kiezen voor een capillair bloedgas? Een longverpleegkundige duikt in de evidence.
Bloedgas prikken EBP
Wat zegt de wetenschap over bloedgas prikken bij COPD? (foto: Picscout/iStock)

Met een arterieel bloedgas (Astrup) kun je de samenstelling van het bloed bepalen. Het meet de pH, O2,  CO2, HCO3, BE en O2-sat. Een arterieel bloedgas prik je in de pols of lies; een pijnlijke prik voor de patiënt. Bovendien is het een handeling die alleen door de arts uitgevoerd mag worden, en die is niet altijd meteen beschikbaar. Een capillair bloedgas kun je door het lab laten prikken en gebeurt bijvoorbeeld in de vinger of de hiel. Een stuk minder vervelend voor de patiënt en vaak sneller geregeld.

Casus

Stel: jouw COPD-patiënt heeft een exacerbatie en je hebt een bloedgas nodig. Kan een capillair bloedgas in dit geval, volgens evidence based practice, een arterieel bloedgas vervangen? En waarom wel of niet? Je leest het in deze EBP-casus, waarin longverpleegkundige Salina Zijlstra een aantal wetenschappelijke onderzoeken onder de loep neemt. 

1 REACTIE

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.