Blog Jos: ‘Zelf patiënt’

Voor dat Jos het goed en wel beseft, ligt hij op de spoedeisende hulp met een liesbreuk. Hij beseft hoe snel het leven een andere wending kan nemen.
Blog Jos: 'Zelf patiënt'
Foto: Stockexchange

Het is nacht. De zorgzame nachtzuster heeft een klein lampje aangelaten en ik zie op de klok de wijzers langzaam voorbij gaan. Half vijf. Ik kijk naar rechts en zie de infuuszak met fysiologisch zout aan een standaard hangen. Druppelt hij wel? In het zwakke schijnsel zie ik dat zich eens per paar seconden een druppel vormt en naar beneden valt. In mijn neus zit een zuurstofslangetje. Twee liter uit de muur. Ik merk er weinig van, maar kennelijk heb ik er wel baat bij. De venflon zit in mijn  rechteronderarm, vakkundig geprikt door de verpleegkundige op de  spoedeisende hulp.

Langzaam laat ik de film van de afgelopen uren aan me voorbij gaan. Rond half negen moet ik wat hoesten en ik krijg een zeurend en dof pijnlijk gevoel in mijn rechterlies. Ik negeer het en ga door waar ik mee bezig ben, maar het gevoel gaat niet over. Langzaam maar zeker wordt het erger, en mijn zorghersens denken al snel: ‘Liesbreuk?!’ Ik voel met mijn vingers in mijn lies, merk een kleine verdikking en duw er eens op. Ik verwacht het knisperende gevoel te krijgen dat ik ken van de keren dat ik liesbreuken bij baby’tjes heb gereponeerd, maar dat gevoel blijft uit. De pijn krijgt langzaam die proporties dat uitstel van medische aandacht niet wenselijk is. Een snel telefoontje naar de huisartsenpost zorgt voor een afspraak om 22.00 uur. Marion, mijn vrouw, rijdt me er heen. De dienstdoende arts kijkt, duwt even. Zegt tegen Marion: ‘Ziet u hoe groot de zwelling is?!’ en verwijst me naar de spoedeisende hulp. Daar doet de chirurg enthousiaste pogingen om de liesbreuk te reponeren. Ik ben helemaal niet blij met zijn  inspanningen en laat dat ook duidelijk merken! Intussen is de liesbreuk echt een hernia incarcerata geworden, inclusief de brandende zenuwpijn die daar bij past. Na een eeuwigheid manipuleren concludeert de chirurg, dat een operatieve ingreep nodig is.

Voordat het half twaalf is, ben ik opgenomen (‘klinisch gemaakt’ zoals ze dat hier noemen). Even voor twaalven geeft de anesthesist mij narcose. Ik herinner me het diep in- en uitademen in het masker, daarna niets meer. Ik word bijna twee uur later weer wakker op de uitslaapkamer. De chirurg heeft zijn werk gedaan, en een matje in de lies gelegd. Een monitor piept zachtjes en soms pompt de manchet van de tensiemeter zich automatisch op.

Marion heeft op mij gewacht en de nachtzusters brengen mij samen met haar over de donkere verlaten gangen naar de afdeling, waar ik een eenpersoonskamer word ingereden. Ik word geïnstalleerd, bloeddruk, pols en temperatuur worden gemeten. Ik krijg een urinaal, waar ik direct dankbaar gebruik van maak (hoe moeilijk is het niet om liggend te plassen!). Ik krijg wat te drinken (oeps, iets te vroeg, krijg een misselijk gevoel) en een extra deken en val – kort – in slaap.

Nu, vier dagen later, begin ik mij langzaam te realiseren hoe snel iets kan veranderen.  Tussen de eerste klachten en de chirurgische ingreep zitten iets meer dan drie uren. Tussen operatie en ontslag en het ziekenhuis iets minder dan twaalf.  En dan de impact op de dagen er na. Moet me rustig houden tot de policontrole.  Dat betekent: geen diensten draaien, afspraken afzeggen. Thuiszitten is helemaal niks voor mij. Gelukkig kan ik nog wel wat zittend achter een toetsenbord…


Wil je reageren? Registreren kan heel eenvoudig én gratis.

4 REACTIES

  1. Lees alle reacties

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.