Gastblog Karin: ‘Met enig uitzoekwerk is veel mogelijk’

De Amsterdamse wijkverpleegkundige Karin Heijne van Cordaan Thuiszorg doet er alles aan om de zorg rond een cliënt te organiseren. Zoals voor de oudere man met dementie, wiens echtgenoot onlangs is overleden. Zijn kinderen willen hem thuis verzorgen. Dat vergt een hoop uitzoekwerk. Gaat het lukken?
verpleging thuiszorg
foto: Arno Massee

Ons vak is van oudsher verplegen en verzorgen. In de loop der jaren is daar heel wat bijgekomen. En terecht. Het verpleegkundig beroep is geprofessionaliseerd. In de wijk, waar ik werk, ben ik met mijn collega’s de regisseur die de zorg rond een cliënt organiseert. Dat betekent: beslissingen nemen, adviseren, organiseren, uitvoeren én …. uitzoeken.

Over dat uitzoeken wil ik het hier hebben. Het is ingewikkeld om de zorg te organiseren vanuit verschillende wetten. Wijkverpleegkundigen hebben in hun dagelijks werk te maken met de Wet langdurige zorg (WLZ), de Zorgverzekeringswet (ZVW) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Dat er na enig uitzoekwerk veel mogelijk blijkt, wil ik hieronder aantonen.

Momenteel heb ik een cliënt in zorg die onlangs een cva heeft gehad en een ernstig dementieel beeld heeft. Zijn vrouw is kortgeleden overleden. Zij was zijn steun en toeverlaat. Samen hebben ze zes kinderen. De kinderen hebben aan hun overleden moeder beloofd dat zij thuis voor hun vader zouden gaan zorgen. In eerste instantie denk ik aan een indicatie vanuit de WLZ die omgezet kan worden naar een PGB, zodat de kinderen de zorg zelf zouden kunnen uitvoeren. Voor zo’n indicatie is een goede diagnose noodzakelijk. Via de huisarts is een specialist ouderengeneeskunde geconsulteerd. Een ergotherapeut heeft de ADL-mogelijkheden van de cliënt geïnventariseerd.

Een rondje bellen met het zorgkantoor, de zorgverzekeraar, het CIZ en het CAK levert mij op dat financieel gezien een indicatie WLZ veel minder oplevert dan de combinatie ZVW en WMO. Een WLZ-indicatie is gebaseerd op opname in een verpleeghuis en is kostentechnisch gezien rendabeler. In het verpleeghuis zijn meer ouderen bij elkaar die gebruik maken van dezelfde voorzieningen. Een ZZP5 komt ongeveer neer op 50 duizend euro op jaarbasis.

Zorgen voor cliënten thuis die in de classificatie vallen van een ZZP5 is met dit bedrag niet haalbaar als je alleen formele zorg inzet. Vandaar dat de overheid aangeeft dat dit alleen met mantelzorg mogelijk is. De cliënt waar ons wijkteam voor zorgt, heeft een combi van drie maal daags formele zorg (verpleging en verzorging) én mantelzorg (een inwonende zoon). Maar deze zoon verblijft tijdelijk bij zijn vader. Bovendien werkt hij in de avond en nacht en slaapt hij overdag. De andere kinderen komen regelmatig bij vader. Goed bedoeld, maar al met al krijgt deze cliënt te kort zorg. Wat vooral ontbreekt, is een zorgschema: er is geen sprake van een solide mantelzorgnetwerk. Er is 24 uur begeleiding nodig, concluderen wij; de huisarts, de ergotherapeut en ik wijkverpleegkundige.

Van de zorgverzekeraar mag ik als wijkverpleegkundige 24-uurszorg indiceren. Voorheen was hiervoor een PTZ-indicatie (palliatieve terminale zorg) nodig van de huisarts. Eerst wilde ik het niet geloven dat dit tot de mogelijkheden behoort. Na nog een keer bellen met dezelfde zorgverzekeraar en een check intern bij mijn manager heb ik het schriftelijk bevestigd gekregen. Van de zorgverzekeraar mag ik 24-uurszorg indiceren voor deze cliënt, als ik dit kan beargumenteren conform het normenkader van de V&VN. Ik heb direct van deze regeling gebruik gemaakt toen de inwonende zoon plotseling vertrok bij zijn vader. Bovendien waren mantelzorgnetwerk en de dagbesteding nog niet geregeld.

Het leveren van 24-uurszorg is een flinke aanslag op de capaciteit van één wijkteam. Daarom hebben we de zorg met een collega-aanbieder rond deze cliënt geregeld. Het plan is nu om de cliënt te laten wennen aan maximaal vijf dagen dagbesteding, de mantelzorg in te zetten vanaf het moment dat de cliënt thuiskomt tot het moment van slapen. De formele zorg beperken we tot de nacht of bij voorkeur een paar nachten per week als de mantelzorg niet beschikbaar is.

Als wijkverpleegkundige ben ik het aanspreekpunt om de zorg op maat te leveren en tevens het maximale te halen uit de mantelzorg. Als dit niet lukt, wordt het mogelijk toch opname in een verpleeghuis. Maar  voorlopig blijven we werken aan de laatste wens van de echtgenote van deze cliënt.

2 REACTIES

  1. Lees alle reacties
  2. Ik lees: Het plan is nu om de cliënt te laten wennen aan maximaal vijf dagen dagbesteding, de mantelzorg in te zetten vanaf het moment dat de cliënt thuiskomt tot het moment van slapen. De formele zorg beperken we tot de nacht of bij voorkeur een paar nachten per week als de mantelzorg niet beschikbaar is.

    Vraag: hij wast en kleed zichzelf, zorgt voor ontbijt en kan zelfstandig toiletgang organiseren dan wel zichzelf verschonen en wacht tot de taxi er is die hem naar de dagbesteding brengt? Tevens regelt hij zelf de bestellingen voor medicatie, zorgt dat hij die ook op tijd krijgt en de mantelzorger helpt hem in de pyjama? Geen risico op vallen, huidletsel, ondervoeding, eenzaamheid, depressie, enz enz ? Formeel alleen zorg in de nacht of bij voorkeur een paar nachten per week……..

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.