Lachen man!

Tijdens mijn stages heb ik heel wat afgelachen. Met collega's, maar ook met patiënten.

De stage die mij tot nu toe het meest bijbleef, is die van de psychiatrie. Wat heb ik daar gelachen zeg! Ik herinner me een meneer. Hij kwam net terug van het gesprek met de dokter. Een beetje zenuwachtig kwam hij naar me toe en gaf aan dat hij het niet eens was met de diagnose. Hij hád geen sjiezenie en diabeet.

Ik had daar vaak moeite om mijn lach in te houden. Zo ook toen diezelfde meneer aankondigde dat hij niet meer rookte. Want roken was toch echt een verslaving! Daarom rookte hij nu sigaren…

Ook in het ziekenhuis kom je wel eens zo’n situatie tegen die je nooit meer vergeet. Ik herinner me een mevrouw, ze was niet meer in staat tot verbale communicatie. Ik diende haar voor de allereerste keer voeding toe via de PEG-sonde. Zo geconcentreerd als ik was, schrok ik ervan toen ik ineens een hand op mijn hoofd voelde die over mijn haar aaide. De familie schoot in de lach. Het nam de spanning weg en dat deed mij goed.

Ook het respect van collega’s doet je dag weer opvrolijken. Als je na een lange tijd weggaat uit een team is dat meestal met gemengde gevoelens. Ik kreeg na een jaar werken op een verpleegafdeling een pakketje thuisgestuurd. Van mijn ex-collega’s. Dat vond ik geweldig.

Collega’s hebben absoluut invloed op het plezier dat je hebt in je werk. Collega’s zorgen voor de sfeer op de afdeling. Als ik met leuke collega’s heb gewerkt is mijn dag weer goed. Een steuntje in de rug, een grappig verhaal over het weekend of stiekem lachen om die stoere kerel die voor de fraxi net zo bang was als ik voor een spin. Ik zou niet kunnen werken zonder collega’s.

Niet dat ik het nodig heb…maar toch luister ik stiekem iedere morgen ‘Begin de dag met een dansje’ uit de ochtendshow van Giel Beelen. Stiekem zing ik dan mee. Want hoe geweldig is ons werk niet! Tevreden patiënten, familie en collega’s…daar doe je het toch voor?

Welke mooie of merkwaardige situaties zijn jou het meest bijgebleven?

8 REACTIES

  1. Ik werk op een afdeling interne/oncologie/pulmonologie. Veel patienten die weten dat ze erg ziek zijn, of nog erger… niet weer beter worden. Op zo’n afdeling valt dus écht niks te lachen.
    Mis!!! Er wordt veel gelachen op onze afdeling. Niet om de patienten, maar mét de patienten en met elkaar. Sterker nog, zonder een flinke dosis humor zou ik mijn werk niet kunnen volhouden. En overal is humor, als je er maar oog voor hebt. Zoals Sonneveld al zei: “De lach legt op straat, meneer”.
    Ik het boek “Humor als verpleegkundige interventie” van Marcellino Bogers staan situaties die iedere verpleegkundige of verzorgende zal herkennen.

  2. Lees alle reacties
  3. We hebben een keer tijdens een opnamestop aan het eind van onze nachtdienst een pop in een bed gelegd, daar een heel patientendossier voor/van gemaakt en de ochtendienst flink laten razen door deze opname te vergoeilijken(; de patient kon ieder moment een ademstistand krijgen e.d.). Het was dus ook nog eens een “zeer slechte” patient die heel erg veel zorg nodig had (waar we op dat moment juist een groot tekort aan hadden).
    Dit soort “geintjes” heb ik daarna niet meer uitgehaald, maar ik wil elke werkdag lachen met patienten en/of collega’s.
    Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd.
    Voor mij is het een absolute basisbehoefte.

  4. Deze zal mij altijd bijblijven;
    ‘ in een serieus gesprek met dhr. v. D., tranen met tuiten….(dhr heeft 2 beenamputaties ondergaan t.g.v. vaatlijden.)
    Dhr v. D.: ‘ zuster…. wat ik nu het ergste vind…. ik kan nooit meer advocaat worden…
    Ik; huh? hoe bedoelt u dat??
    Dhr v. D.: Ik heb geen poot meer om op te staan!!! zegt hij glimlachend door de tranen heen..
    Mooie momenten! ik vind humor in de zorg een goede interventie!

  5. OVER HUMOR IN DE ZORG:
    Problemen die voorheen heel groot waren
    vallen nu ineens reuze mee.
    Ervaring is iets wat je pas krijgt
    nadat je het nodig hebt gehad.
    Al is het nog zo smerig, vreemd of eng,
    om alles valt te lachen… uiteindelijk.
    Je vinger komt op plaatsen
    waar ’t daglicht nooit is geweest.
    Geen werkverhalen, thuis aan het ontbijt,
    zonder dat er iemand onpasselijk wordt.
    Stress ontstaat pas wanneer je jezelf realiseert
    dat je nog helemaal niet hebt geslapen.
    Bloed is pas eng als het van jezelf blijkt te zijn.
    Alles dat fout kan gaan, gaat fout.
    En als je denkt dat het prima gaat,
    dan heb je gewoon nog geen ervaring.
    Er komen momenten dat je jezelf afvraagt
    “wat doe ik hier?!”
    Onthoudt: zelfs bij een dikke naald
    komt er slechts “een kleine prik”
    Je gaat vanzelf geloven dat een bloeding
    altijd uit zichzelf stopt… uiteindelijk.
    Vermenigvuldig automatisch het aantal glazen alcohol
    dat een patient stellig beweert te drinken.
    Je zult vol verbazing zijn als een patient zowaar
    zijn hand voor zijn mond houdt als hij hoest.
    Haldol via de airco lijkt ineens niet zo’n gek idee.
    Er komt een moment dat je het mapje al kunt schrijven
    nog voordat de patient op de afdeling is gearriveerd.
    Je komt erachter waarom sommige mensen
    zich beter niet kunnen voortplanten.
    Soms moet je de patiëntenkamer vroegtijdig verlaten,
    omdat je in lachen dreigt uit te barsten.
    Je vraagt jezelf om 2 uur ‘s nachts af
    waarom dit nú een spoedgeval is.
    Je gelooft 90% niet van wat je hoort
    en 75% niet van wat je ziet.
    “Te dom om te leven” zou eigenlijk
    een officiële diagnose moeten zijn.
    Je leert aan de geur van diarree te herkennen
    welk beest de veroorzaker is geweest.
    En er komt een moment dat wanneer jij het niet kan zien,
    er vast niets aan de hand zal zijn.

  6. Humor in de psychiatrie kom ik vaak tegen!
    Mevrouw X: ‘ik word hier met de dag gekker’ om vervolgens te bulderen van het lachen over haar eigen opmerking.
    Het is heerlijk om tijdens of na een intensief gesprek met een client even te kunnen lachen met elkaar. Om de cliënt, om mezelf of om bepaalde situaties. Ik ben van mening dat humor een onmisbaar onderdeel is in het opbouwen van een vertrouwensrelatie met een cliënt.

  7. Mijn ouders beide een respectabele leetijd vertelde me het vehaal van een tante.
    Ze vertelden:Ze had voor tijdelijk een kamertje in een verpleeghuis gekregen. Het stelde niets voor, kon net een bed en een nachtkastje in. En het was nog wel een TOP kamer.
    Zij legde TOP kamer uit als een erg luxe kamer.
    Ik heb ze toch maar even uitgelegd dat TOP een afkorting is voor tijdelijke opvang plaats en niet voor extra luxe kamer.
    Zo zie je maar dat afkortingen als woord een eigen leven krijgen en zo misverstanden in de hand kunnen werken.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.