De 4 K’s bij de omgang met het syndroom van Korsakov

Een compacte richtlijn voor de omgang met mensen met het syndroom van Korsakov is door Lindenhoff (1990) geformuleerd en staat bekend als de vier K’s (kader).

• ‘Kort’. Formuleer kort en zakelijk. Gebruik geen samengestelde zinnen. Behandel één onderwerp per zin. Gebruik geen dubbele ontkenningen in een zin.
• ‘Konkreet’. Formuleer concreet. Reik voorwerpen aan die uitnodigen tot handelen (bijvoorbeeld een washand, handdoek, enzovoort, als de patiënt moet douchen). Gebruik geen abstracte taal.
• ‘Konsekwent’. Formuleer consequent, eenduidig en bied voorspelbare ondersteuning.
• ‘Kontinu’. Zorg dat alle teamleden continu op dezelfde wijze hun verpleegkundige begeleiding bieden.

Met dank aan Marieke van Piere, Verpleegkundig Specialist GGZ

2 REACTIES

  1. Sinds kort wordt er tevens over een 5de K gesproken, de K van creativiteit. Hiermee word bedoeld dat er op creatieve manier omgegaan wordt met de cliënt en eventuele oplossingen bij problemen welke zich voor doen in de begeleiding van de Korsakov cliënt (Noppen en Haex, 2003)

  2. Lees alle reacties

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.