Klinisch redeneren is voor verpleegkundigen onmisbaar, ook in de wijkverpleging. Toch zijn er misvattingen over deze vaardigheid. Zoals denken dat je klinisch redeneren door je jarenlange ervaring niet meer nodig hebt.
Meer weten over de wijkverpleging? Kom dan naar het congres Dag van de Wijkzorg op 21 april 2026 in Ede.
Tekst: Jelle Reijngoudt*
1. ‘Klinisch redeneren is alleen nodig bij acute situaties in het ziekenhuis’
Een veelgehoorde misvatting is dat klinisch redeneren alleen mogelijk en nodig is in acute somatische situaties, zoals bij een cliënt die acuut ziek(er) wordt. Dit is niet zo: klinisch redeneren heb je als vaardigheid nodig binnen het doorlopen van het verpleegkundig proces. En dat proces doorloop je bij iedere cliënt, in iedere situatie en in iedere zorgsetting. Je past klinisch redeneren dus iedere dienst en bij iedere cliënt continu toe.
Werk jij in de wijkverpleging? Let dan even op
Op 21 april 2026 organiseert Nursing het congres Dag van de Wijkzorg in Ede. Met onder andere:
- Actuele ontwikkelingen in de wijkzorg: van reablement tot ‘Beter Laten’.
- Complexe zorgvragen in de wijk.
- Samenwerken met mantelzorg & naasten.
Voor meer informatie over het programma en de sprekers, klik hier.
2. ‘De stappen van klinisch redeneren rond je per stap af’
In werkelijkheid is klinisch redeneren een cyclisch proces: je doorloopt de stappen vaak meerdere keren en kan daarnaast de stappen ook in wisselende volgorde doorlopen. De stappen lopen vaak door elkaar in de praktijk: je formuleert een verpleegkundige (werk)diagnose, handelt klein, evalueert en stelt bij. Een praktijkvoorbeeld: meneer Kisters heeft dehydratie.
Je eerste actie is om extra drinken aan te bieden. De volgende dag meldt de mantelzorger niet alleen donkere urine, maar ook duizeligheid bij het opstaan; je past je plan aan en laat in overleg met de arts een aantal dagen de bloeddruk meten. Na drie dagen evalueer je opnieuw. Kortom: klinisch redeneren is een continu proces, geen checklijst die je afvinkt.
3. ‘Reflecteren kost te veel tijd, dus dat sla ik over’
In Bachelor of Nursing 2030 wordt uitgebreid beschreven dat je als verpleegkundige een kritische en reflectieve houding hoort te hebben. Het reflecteren tijdens de zorgverlening is van groot belang om te bepalen of je interventies het beoogde resultaat opleveren.
Als dit niet het geval is, kun je je zorgplan tijdig bijstellen en andere interventies kiezen. Na afloop van de zorgverlening reflecteren op je handelen zorgt ervoor dat je gemaakte denkfouten de volgende keer minder snel zult maken.
Reflecteren hoeft niet veel tijd te kosten. Je kunt bijvoorbeeld micro-reflectie toevoegen aan je dagelijks handelen: stel jezelf drie korte vragen na een complexe casus, zoals wat zag ik, wat dacht ik en wat doe ik de volgende keer anders.’
4. ‘Klinisch redeneren doe je in je eentje, in je hoofd’
Een voorbeeld: wijkverpleegkundige Noor bezoekt mevrouw Van Dijk (82), die afgelopen week twee keer gevallen is op weg naar het toilet. Noor denkt aan afgenomen spierkracht na griep en schakelt de fysiotherapeut in.
Ze vraagt collega Monique tijdens de zorg extra te letten op het looppatroon. Tijdens de zorg loopt mevrouw van Dijk eigenlijk best soepel. Monique ziet echter twee lege wijnflessen in de keuken en bespreekt het alcoholgebruik, wat blijkt te zijn toegenomen.
In een valanalyse blijkt ook dat mevrouw ’s nachts vaak zonder licht naar het toilet gaat. De valrisico’s blijken dus multifactorieel: lichte deconditionering, meer alcoholgebruik en een donkere route. Dankzij het gedeelde, hardop redeneren worden een aantal interventies ingezet: geplande toiletgang, nachtverlichting met een sensor, alcoholreductie en gerichte oefentherapie. Hierdoor neemt het valrisico af.
*Jelle Reijngoudt is verpleegkundige, verplegingswetenschapper en docent-onderzoeker bij Fontys Hogeschool in Eindhoven.

Geef je reactie
Om te kunnen reageren moet je inlogd zijn. Inloggen Ik heb nog geen account