‘Hoe ga je om met een bewoner die soms slaat /schopt, maar ook spuugt. Soms denken we dat dhr dat ook heel bewust doet.’

‘Aan je vraag zitten verschillende kanten. Allereerst is je opmerking van belang dat jullie soms denken dat de bewoner bewust het probleemgedrag vertoont. Probleem van zo’n gedachte is dat je de bewoner eerder voor diens gedrag aansprakelijk stelt, meent dat hij of zij anders zou moeten kunnen. Niemand is een klier voor haar plezier. Voorkom dat je met zijn allen bozer en meer gefrustreerd raakt van dit gedrag dan onvermijdelijk is. Daarmee belast je jezelf onnodig extra, het gedrag zelf is al vervelend genoeg.

 

Babytaal

Er kunnen heel uiteenlopende drijfveren zijn die aanzetten tot ongewenst gedrag en die de bewoner niet of minder onder controle heeft: ontremming, angst, pijn, onbegrip, hallucinaties en wanen bijvoorbeeld. Ook de omgang kan uitmaken, zo blijkt uit onderzoek dat als verpleeghuis bewoners met babytaal worden bejegend, het probleemgedrag met bijna de helft toeneemt.

 

Alternatieven 

Bij de verzorging is het goed om te letten op handelingen die afweer of spanning veroorzaken (bijvoorbeeld de douchekop op het hoofd richten, voeten wassen), en daarvoor prettiger alternatieven verzinnen (zoals de haren met een washand wassen, de voeten laten weken in plaats van wassen). Agressief gedrag, en vaak ook spugen, kan ook een reactie op ervaren krenking zijn. Een insteek kan dan zijn om te bezien hoe je de bewoner vooraf controle kan geven, en het gevoel dat hij of zij gezien wordt en een aandeel te geven (hoe klein ook) in wat gebeuren moet. Bijvoorbeeld door hem te vragen iets voor je vast te houden, tussendoor steeds gerust te stellen of keuzes te geven.

 

Video Interactie Begeleiding

Een insteek kan ook zijn om heel goed te gaan kijken hoe de contacten lopen, en wat de prikkels zijn die het gedrag uitlokken. Via Video Interactie Begeleiding kunnen contacten worden opgenomen, en worden bekeken wat daarvan goed ging (en dus vaker mag gebeuren) en wat anders kan. Het is sowieso een goed idee om na te gaan wanneer en bij wie het gedrag niet of minder voorkomt, en te bezien waaraan dat kan liggen. Kijk ook buiten het team naar mogelijke disciplines die mee kunnen denken. Soms lukt het dit soort gedrag te verminderen of zelfs uit te laten doven, maar helaas niet altijd. Kortom: de bewoner is het meestal niet ‘schuld’, maar je mag evenmin zeggen dat dergelijk probleemgedrag met de juiste omgang altijd te voorkomen is.

 

Werk van maken 

Maar goed: als je er samen werk van maakt, probeert het gedrag te verhelderen en nieuwe aanpakken een kans hebt gegeven, heb je gedaan wat mogelijk was. En mag je, ook al heb je je doel niet bereikt, toch wel een beetje trots op jezelf en elkaar zijn.’    

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.