Kamer: geen standaard voor reanimatie van verpleeghuisbewoner

De Tweede Kamer vindt met staatssecretaris Bussemaker dat er geen standaardisering moet komen bij reanimatie in verpleeg- en verzorgingshuizen.
Kamer: geen standaard voor reanimatie van verpleeghuisbewoner

Elke bewoner van een verpleeghuis of verzorgingshuis moet, in overleg
met de arts, uiteindelijk zelf een besluit nemen over wel of niet reanimeren in
geval van een hartstilstand. De keuze van de oudere gaat daarbij boven de keuze
van hulpverleners. Voor een algemeen ‘ja, tenzij’-beleid, waarbij cliënten
worden gereanimeerd tenzij ze zelf hebben aangegeven dat niet te willen, bestaat
onvoldoende draagvlak.
 
Bij twijfel: reanimatie
Het afwijzen van standaardisatie betekent dat de overheid geen keuze maakt,
maar die overlaat aan de beroepsgroepen. Wél sloeg Bussemaker een aantal
piketpaaltjes: zo vindt ze dat artsen en cliënten samen tot een besluit moeten
komen binnen zes weken nadat een cliënt in een verzorgings- of verpleeghuis komt
wonen. Bij twijfel moet er altijd reanimatie vinden.
 
Richtlijn
Voor verzorgingshuizen bestaat geen algemene
richtlijn over reanimatie. De Nederlandse Vereniging voor Verpleeghuisartsen
(NVVA) heeft al aangekondigd samen met huisartsen de richtlijn voor reanimatie
in verpleeghuizen onder de loep te willen nemen. Daar geldt nu de ongeschreven
regel dat er niet wordt gereanimeerd tenzij de bewoner nadrukkelijk heeft
aangegeven dat wel te willen.
 
 
Lees ook:

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.