Kennisquiz delier

Deze kennisquiz hoort bij het artikel klinische les over delier in het februari 2014 nummer, Tijdschrift voor Verzorgenden.
Kennisquiz delier

Test jezelf

 

1. Bij een klassiek geval van delier is de cliënt:

A. Continu onrustig
B. ’s Ochtends onrustiger dan ’s avonds
C. ’s Avonds onrustiger dan ’s ochtends

 

2. Als je cliënt een delier heeft…

A. is het goed als hij/zij zoveel mogelijk bezoek ontvangt
B. Kun je het beste maximaal twee bezoekers per keer laten komen
C. Kun je de prikkels het best verminderen door geen bezoek toe te laten

 

3. Het bezoek van de delirante cliënt kan het best…

A. bij de deur gaan zitten.
B. om de cliënt heen gaan zitten.
C. aan één kan het van het bed van de cliënt gaan zitten

 

4. Wat is het grootste verschil tussen een delier en dementie?

A. Een delier ontstaat plotseling, terwijl dementie zich langzaam ontwikkelt
B. Er zijn geen verschillen
C. Bij een delier gaat de cliënt klappertanden, bij dementie niet

 

5. Wat is niet waar?

A. Hoe ouder de cliënt, des te groter de kans op een delier
B. Een delier kan vanzelf overgaan
C. Als iemand een delier heeft gehad, is de kans groter op nóg een delier

 

6. Wat is het grootste verschil tussen een stil delier en een depressie?

A. Bij een depressie staart de cliënt voor zich uit, bij een delier naar de grond
B. Bij een depressie heeft de cliënt geen zin meer om te leven, bij een delier wel
C. Bij een depresssie zit de cliënt het liefst binnen, bij een delier wil hij/zij naar buiten

 

7. Hoe kun je het beste reageren als een delirante cliënt hallucineert?

A. Begrip tonen, maar wel zeggen dat jij die dingen niet ziet
B. De cliënt duidelijk maken dat de hallucinaties niet echt zijn, zodat hij meer in het heden leeft
C. Het laten begaan

 

8. Kan de cliënt doodgaan door een delier?

A. Alleen in de meest ernstige gevallen
B. Nee, maar wel aan de onderliggende lichamelijke oorzaak van het delier
C. Dat komt inderdaad regelmatig voor

 

Antwoorden: 1C, 2B, 3C, 4A, 5B, 6B, 7A, 8B

 

Elk goed antwoord levert 1 punt op. Tel al je punten bij elkaar op en bekijk de uitslag.

 

0-3 goed
Je weet nog niet voldoende.

3-6 goed
De belangrijkste dingen weet je.

6-8 goed
Je hebt het helemaal begrepen!

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.