Minister: ‘We willen niet dat verpleegkundigen weglopen door overgangsregeling’

Minister Bruins beantwoordde deze week een aantal vragen van Kamerleden Ploumen en Kerstens (beiden PvdA) over de onrust onder BIG-geregistreerde verpleegkundigen met een diploma van voor 2012. Nursing selecteerde een aantal vragen en antwoorden uit de Kamerbrief.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Portret van minister Bruno Bruins (VVD) van Medische Zorg.
Minister Bruno Bruins: 'Niemand verliest taken.' Foto: ANP

Bekijk de volledige Kamerbrief op de website van het ministerie van VWS.

1. Waarom moet deze functiedifferentiatie per se in de wet geregeld worden?

‘Omdat het niet gelukt is die functiedifferentiatie door te voeren op de werkvloer. Daarom hebben de beroepsorganisatie, de werkgeverspartijen en de werknemerspartijen de minister gevraagd om de functiedifferentiatie in de Wet BIG te regelen. De afgelopen jaren is intensief gewerkt aan het vaststellen van een overgangsregeling. Dat het een complex vraagstuk is blijkt uit het feit dat er meerdere commissies zijn ingesteld en dat er een onderzoek naar is uitgevoerd. Inmiddels is er op basis van het rapport van de commissie Meurs onder de beroepsorganisatie, de werkgeverspartijen en de werknemerspartijen breed draagvlak voor de overgangsregeling.’

Bekijk het volledige dossier van Nursing.nl over de overgangsregeling

2. Waar komt de grens van 2012 vandaan, en hoe verschilt een verpleegkundige met een opleiding uit 2011 van een verpleegkundige met een opleiding uit 2013?

‘De grens van 2012 komt voort uit het advies van de commissie Meurs. De commissie van deskundigen heeft in haar advies geoordeeld dat oud hbo-opgeleide verpleegkundigen die vanaf 2012 zijn afgestudeerd in dezelfde mate de benodigde competenties beheersen als de verpleegkundige met een Bachelor Nursing 2020 diploma, wat het uitgangspunt is van de commissie. De commissie van deskundigen heeft daarom geoordeeld dat deze groep zich direct kan laten registreren als regieverpleegkundigen. Deze grens is dus coulanter dat dat je strikt zou uitgaan van de datum waarop het Bachelor Nursing 2020 opleidingsprofiel is gestart, namelijk september 2016. Met de huidige regeling, waarvoor zoals gezegd breed draagvlak is onder de beroepsorganisatie, werkgevers- en werknemerspartijen, kunnen dus méér hboverpleegkundigen zich direct registreren als regieverpleegkundige zonder het hoeven doen van een toets. Hoewel ervaring vanzelfsprekend zeer waardevol is voor de uitoefening van het vak, gaat het systeem van de Wet BIG uit van behaalde diploma’s. Ook de overgangsregeling sluit bij deze vaste systematiek aan.’

3. Houdt u rekening met het risico dat naar aanleiding van deze functiedifferentiatie en de onrust die is ontstaan nog meer verpleegkundigen de zorg kunnen verlaten?

‘Of het voorstel ertoe gaat leiden dat meer verpleegkundigen de sector verlaten, kan ik niet voorspellen. Alle betrokkenen bij het advies van de Commissie Meurs willen, evenals ik, natuurlijk geen vergrote uitstroom. Daarom is sprake van een brede overgangsregeling, zodat een grote groep verpleegkundigen zich op termijn kan registreren als regieverpleegkundige.’

4. Hoe beziet u dit risico in het licht van het toch al grote verpleegkundigentekort?

‘We zien dat de redenen voor uitstroom vooral gaan over waardering van leidinggevenden en management, werkdruk en ook de ruimte om zelf te kunnen handelen. Met het actieprogramma Werken in de Zorg zijn we hiermee aan de slag. Tot slot is het belangrijk dat verpleegkundigen met hun werkgever in gesprek gaan over de mogelijkheden tot het krijgen van een functie van regieverpleegkundige en welke afspraken zij daarover maken om daar te komen. Met het voorstel beoog ik op verzoek van partijen bij te dragen aan een duidelijkere en sterkere rol voor verpleegkundigen, en daarmee ook een groter werkplezier. Immers, (regie)verpleegkundigen kunnen door de functiedifferentiatie beter worden ingezet op taken waarvoor ze zijn opgeleid en waarin ze deskundig zijn. Een verhoogde uitstroom vanwege het voorstel voor functiedifferentiatie is vanzelfsprekend onwenselijk en de commissie heeft in haar advies dan ook ruimhartig rekening gehouden met de huidige situatie op de arbeidsmarkt. Dat neemt niet weg dat eenmalig een overgangsregeling nodig is om het onderscheid in registers tot stand te brengen. De duidelijkheid en daarmee het beoogde grotere werkplezier, zou idealiter aan een grotere instroom moeten bijdragen.’

7 REACTIES

  1. Ik ben een goed opgeleide Inservice-HBOverpleegkundige en Maatschappelijk werker. Dit maakt mij geen betere regieverpleegkundige dan mijn Teamgenoten. Het voelt niet goed en het brengt tweespalt in het verpleegkundig werk. Clienten willen deskundige hulp en deskundigheid zit zowel in hersens als in handen ( beiden voldoende). In deze tijd van personeelskrapte in de zorg zeg ik: stop ermee en andere weg in slaan.

  2. Lees alle reacties
  3. Het addertje onder het regerings grasje is…. geld eraan verdienen op welke gemene slinkse wijze dan ook. (Scholingen, Veel scholingen!! goedkoper personeel, of veel minder personeel dus ziekenhuizen sluiten, oudere mensen moeten niet zo oud worden enz.
    Zo denkt onze regering en dus onze banken en zorgverzekeraars in deze geestelijke armoedige maatschappij. En wij als verpleegkundigen gaan niet eens in staking., Want dat vinden we niet verantwoord voor onze patiënten. En DAT weten ZE…….

  4. Deze minister geeft blijk van dat hij niet weet wat er in de gezondheidszorg speelt en al helemaal niet onder verpleeg- en zorgkundigen. Berichten hierover aan zijn adres legt hij naast zich neer of bagetaliseert hij en daarmee maakt hij zich zowel als minister als als gesprekspartner ongeschikt. Uit alles blijkt dat hij deze wet wil doordrukken en gebruikt het argument dat er een brede overgangsregeling is als goedpraten hiervoor. Maar geen enkele overgangsregeling is goed voor een wet die niet goed is. Onderzoek heeft uitgewezen (zie stuk van Blommaert in de Trouw van 17 juni jl.) dat een verpleegkundige zo’n 5 jaar nodig heeft om de taken van een regieverpleegkundige in de praktijk goed te kunnen uitvoeren. Verplegen is niet alleen theorie, maar ook en vooral een doe-vak.
    De minister zou er goed aan doen zich dat te realiseren en de functiedifferentiatie (van wie moet die er eigenlijk zo nodig komen?) plaats te laten vinden door verpleegkundigen uit de praktijk met voldoende ervaring, kennis en kunde de mogelijkheid te bieden de functie van regieverpleegkundige (als die functie er echt moet komen) in te nemen. Op die manier is die functie voor elke verpleegkundige ongeacht de opleiding beschikbaar en levert het straks geen stuwmeer van regieverpleegkundigen op, voor wie er geen functie is om dat uit te voeren.
    Maar de minister is doof voor deze argumenten ( ik denk door gebrek aan kennis van zaken en een tomeloze drang om dit er doorheen te jassen).
    Ik begrijp prima dat verpleegkundigen de zorg de rug (gaan) toekeren en zal dit zelf ook doen als dit wetsvoorstel er door komt.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.