Richtlijn palliatieve sedatie moet concreter

UTRECHT - De richtlijn palliatieve sedatie van artsenorganisatie KNMG behoeft op een aantal punten aanscherping.    

Dat staat in een brochure die het Nederlands Artsenverbond (NAV) en de Juristenvereniging Pro Vita (JPV) vrijdag hebben aangeboden aan voorzitter mr. H. N. Brouwer van het College van Procureurs-Generaal, de top van het openbaar ministerie.

Levensverwachting

Continue sedatie waarbij geen kunstmatige toediening van vocht meer plaatsheeft mag volgens de KNMG-richtlijn pas in de “laatste levensfase.”

De levensverwachting mag bij het van start gaan van deze behandeling volgens deze richtlijn niet langer dan “één à twee weken” zijn. Het NAV en de JPV willen expliciet hebben opgenomen dat het opzettelijk verlagen van het bewustzijn zonder vochttoediening pas is toegestaan “in de stervensfase, waarbij de dood binnen enkele dagen wordt verwacht.”

KNMG-richtlijn

NAV en JPV vinden verder dat de KNMG-richtlijn ten onrechte in het midden laat op wiens verzoek met continue sedatie mag worden begonnen.

De KNMG presenteerde de richtlijn in december, nadat artsen en juristen eerder hadden geklaagd dat er tussen palliatieve sedatie in de terminale fase en actieve levensbeëindiging een grijs gebied was ontstaan.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.