Ross: ‘Genetisch onderzoek naar ivf-embryo mag’

MAARSSEN - Genetisch onderzoek van embryo's in vitro om in de familie bekende ziektes uit te sluiten, mag alleen als er zeer dringende medische redenen zijn.

 
Dit schrijft staatssecretaris Ross in reactie op een
advies van de Gezondheidsraad.

De Gezondheidsraad bracht in januari 2006 een advies uit over
preïmplantatie genetische diagnostiek en preïmplantatie genetische
screening.

 
Ernstige ziekte
Bij preïmplantatie genetische diagnostiek (PGD) worden
embryo’s in vitro onderzocht om een ernstige ziekte uit te sluiten. Voor deze
techniek is dus altijd IVF nodig. Ook kan PGD dienen om vast te stellen of het
toekomstige kind geschikt is als stamceldonor voor een oudere zieke broer of
zus. Volgens staatssecretaris Ross moet het uitgangspunt zijn dat dergelijk
onderzoek ten goede komt aan het toekomstige kind. “Ik wil daarom PGD beperken
tot die situaties waarbij er een individueel verhoogd risico is op een ernstige
aandoening bij het kind”, schrijft ze.
 
Huidige regelgeving
Zij wil de
huidige regelgeving ongewijzigd laten, omdat ‘er in een aantal concrete gevallen
nog heel veel onzekerheden bestaan’ of ‘dat er andere nadelen aan PGD kleven’.
 
Preïmplantatie
De andere techniek voor genetisch onderzoek waarover de
Gezondheidsraad zich heeft uitgesproken, preïmplantatie genetische screening
(PGS), wordt in Nederland niet uitgevoerd. Wel vindt er wetenschappelijk
onderzoek plaats. Ross neemt het advies van de Gezondheidsraad over om nog niet
over te gaan tot reguliere toepassing van deze techniek. De betrouwbaarheid,
effectiviteit en veiligheid zijn nog onvoldoende aangetoond.
 
Publicatiedatum: donderdag 11 mei 2006

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.