3 vragen over beschadigde aders

Aders kunnen beschadigd zijn door bijvoorbeeld irriterende medicatie of littekenvorming. Beschadigde aders zijn niet geschikt om te puncteren of te gebruiken voor infusie. Maar hoe herken je ze en wat doe je bij een patiënt met veel beschadigde aders?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
0infuusAM_20160830_2267.jpg
Alleen gezonde aders zijn geschikt voor punctie of infusie - Foto: Arno Massee

Nursing vroeg het twee deskundigen: Alfred de Jong, docent en anesthesieverpleegkundige, en Christel Janssens, verpleegkundig specialist van het IV Katherterteam. 

Hoe herken je een beschadigde ader?
Je herkent een beschadigde ader doordat die hard aanvoelt en ‘rolt’ of pijnlijk is bij palpatie. De huid eromheen heeft vaak een grauwe kleur. Een bruikbare ader heeft bij voorkeur een rechtlijning verloop, dus kronkelt niet. Daarnaast voelt een bruikbare ader, ook na stuwen, soepel en veerkrachtig aan en geeft deze geen voelbare pols (dan zou het om een arterie gaan).

Waar vind je nog een gezonde ader?
Bij patiënten die al vaak geprikt werden of langere tijd cytostatica of andere agressieve stoffen kregen via een perifeer infuus, is het vaak lastig om een ader te vinden die nog niet is beschadigd. De Jong tipt: ‘Een ader die vaak vergeten wordt is de vena basilica, een rechte ader op de onderkant van de onderarm aan de pinkzijde. Deze ader is pas zichtbaar als je de arm omdraait of de patiënt op de zij draait.’ Omdat het infuus in dit geval aan de onderkant van de arm zit, moet je wel extra alert zijn op complicaties, voegt Janssens toe. ‘Er is meer wrijving tussen het infuus en bijvoorbeeld het bed of de kleding van de patiënt en daardoor kan de canule sneller loskomen. Verder kan er ook eerder drukletsel ontstaan omdat de patiënt met de arm op de canule en infuusleiding ligt.’ 

Ook van deze deskundigen: vijf tips om moeilijk vindbare aders te prikken. Lees meer >>

Wat als de patiënt geen geschikte aders meer heeft?
Als de patiënt geen of weinig aders heeft die geschikt zijn voor infusie, kan een midline katheter een oplossing zijn, aldus Janssens. ‘Dat is een langere perifere katheter van 8 – 20 cm, via een echogeleide punctie wordt ingebracht in de bovenarm.’ Voor toediening van irriterende stoffen is een CVC, een PICC-katheter, een poortkatheter (bijvoorbeeld Port-à-Cath®) of een getunnelde katheter (bijvoorbeeld Hickman®) een goede keuze. Adviseer de opdrachtgevende arts hierover – zo nodig ongevraagd – en wacht niet totdat de laatste ader is opgebruikt.

Alfred de Jong is anesthesieverpleegkundige in het Franciscus Gasthuis te Rotterdam, en eigenaar en docent bij Precision Bijscholingen

Christel Janssens is lector aan het UC Leuven-Limburg, verpleegkundig specialist bij het Referentieteam Intraveneuze Katheterzorg van UZLeuven en bestuurslid van BeVANet (Belgian Vascular Access Network). 

In het januarinummer vind je nog veel meer handigheidjes voor het prikken van een infuus. Bijvoorbeeld hoe je de beste plek vindt om te prikken, en wat je kunt doen bij beschadigde aders. Lees meer >> 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.