4 feiten en fabels over slapen bij wisselende diensten

Wisselende diensten zijn funest voor een gezond slaapritme. Samen met verpleegkundig specialist Miriam Gruppelaar zet Nursing vier feiten en fabels over slapen bij wisselende diensten op een rij.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
0_slaap_Fotolia.jpg
Veel verpleegkundigen hebben een verstoord slaapritme door wisselende diensten - Foto: Fotolia

‘Als verpleegkundigen zijn we allemaal dienstbaar, maar de zorg voor onszelf is soms een ondergeschoven kindje. Slaap zien we vaak een sluitstuk. Maar als je niet goed slaapt, kun je ook niet goed voor anderen zorgen’, vertelt Miriam Gruppelaar, verpleegkundig specialist bij het slaapcentrum van Ziekenhuisgroep Twente. Tijdens haar spreekuur ziet ze vaak verpleegkundigen (en anderen die wisselende diensten draaien) die verkeerde ideeën hebben over slaap.

1. Met melatonine kun je je biologische klok ‘goed zetten’ na een nachtdienst: FABEL
Als je niet goed kunt slapen na een nachtdienst of als je moeite hebt om op tijd in te slapen als je vroege diensten draait, lijkt het logisch om je biologische klok een zetje te geven met melatonine. Melatonine kan inderdaad helpen om een verstoord slaapritme te herstellen, maar in het geval van wisselende diensten breng je je biologische klok er juist nog meer mee in de war. Slik je bijvoorbeeld melatonine na je nachtdienst, dan vertel je je lichaam als het ware dat de nacht dan begint. Twee of drie dagen later heb je weer een vroege dienst en dan moet je lichaam extra hard werken om daar weer aan te wennen. Melatonine wordt veel gebruikt maar is helemaal niet zo onschuldig als wel eens gedacht wordt. Je moet echt weten hoe je het inzet.

Driekwart van de verpleegkundigen die nachtdiensten draaien, kampt met slaapproblemen. Bijna een derde neemt wel eens slaapmedicatie. Lees meer >>

2. Door diensten te ruilen krijg je een jetlag: FEIT

Wisselende diensten kunnen sowieso klachten geven die bij een jetlag horen, zoals vermoeidheid, concentratieverlies en stemmingsklachten. Om die klachten te verminderen is het voorwaarts roterend roosteren bedacht, maar vaak wordt er onderling geruild. Want tja, een late dienst vlak voor je vrije dagen is niet fijn, en als je een vroege na een late dienst plant heb je daarna extra lang vrij. Dat is misschien wel zo, maar door te ruilen schop je het voorwaarts roteren in de war en maak je het jetlag-effect van wisselende diensten alleen maar sterker.

3. Wisselende diensten zijn erger dan nachtdiensten: FEIT
In principe zijn alle wisselende diensten slecht voor je slaapritme, dus ook nachtdiensten. Maar tegenwoordig worden er meestal kortere reeksen van twee of drie nachtdiensten geroosterd. Wisselende vroege en late diensten heb je veel vaker. In zo’n rooster zijn het niet zo zeer de nachtdiensten die je de das omdoen, maar het feit dat je de ene dag om half zes ‘s ochtends op moet en de volgende juist pas om een uur of elf ’s avonds weer thuis bent. Dat effect kun je verminderen door je slaapritme steeds beetje bij beetje te verschuiven wanneer je van de ene naar de andere dienst moet omschakelen. Doe dat ook als je vrij bent. Hoe verleidelijk het ook is om lekker lang uit te slapen na je laatste dienst, je hebt er een aantal dagen later alleen jezelf mee.

Niet nachtdiensten, maar te snel opeenvolgende diensten maken verpleegkundigen ziek. Dat concluderen Noorse onderzoekers na een onderzoek onder meer dan 1500 verpleegkundigen. Lees meer >>

4. Slaap kun je inhalen: FABEL
Ben je afgepeigerd na een combi late dienst – vroege dienst? Dan ben je misschien geneigd daarna even uurtje te slapen om wat slaap in te halen. Maar slaap inhalen is een fabeltje. Door overdag een dutje te doen wordt de kwaliteit van je nachtrust van de komende nacht minder. Je snoept als het ware af van de nacht die gaat komen. Geen goed idee.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.