6 tips voor gesprekken over het levenseinde

Verpleegkundigen zouden vaker over het levenseinde moeten praten met de patiënt, vindt hoogleraar Bianca Buurman. Maar hoe doe je dat? Buurman geeft 6 tips.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Verpleegkundigen zouden vaker gesprekken over het levenseinde moeten voeren met patiënten. Dat vindt Bianca Buurman, hoogleraar Acute Ouderenzorg bij het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam. Maar hoe doe je dat? Ze geeft een paar tips.

1 Wees alert op algemene signalen. ‘Zoals meerdere acute ziekenhuisopnames, toegenomen symptoomlast en achteruitgang in het dagelijks functioneren. Deze signalen kunnen erop wijzen dat iemand in laatste jaar van het leven zit. Er zijn ook verschillende ziektespecifieke kenmerken die deze algemene signalen kunnen ondersteunen. Voor bijvoorbeeld hartfalen, nierfalen en copd. Deze site van het Gold Standards Framework bevat veel evidence en trainingsmateriaal.’

2 Vraag ernaar. ‘Een goede vraag kan zijn: “Heeft u er wel eens over nagedacht, als het einde nadert, hoe ziet u dat voor zich? En wat zou u niet willen?” Als je dat te spannend vind, kun je eerst ook andere vragen stellen, die een sfeer van vertrouwelijkheid oproepen. Vraag bijvoorbeeld: “Goh, wie bent u nu? Wat zijn dingen die echt belangrijk voor u zijn? Lukt dat momenteel? Zijn er dingen waar u zich zorgen over maakt?” Op die manier kun je vanzelf tot de kern komen.’

3 Bekijk de documentaire Being Mortal. ‘Dit is een documentaire die gaat over sterfelijkheid, en kan een hoop inzichten geven. Wat ik mooi vond: artsen waren terughoudend in het bespreken van het levenseinde, terwijl de patiënten hier juist heel veel behoefte aan hadden, en al heel duidelijk wisten wat ze wilden.’

4 Betrek ook de mantelzorger bij het gesprek. ‘Het is belangrijk dat mantelzorgers ook op de hoogte zijn van de wensen rondom het levenseinde, dit voorkomt veel onduidelijkheid in een acute fase. Laat ze dus ook bij de gesprekken over het levenseinde zijn. Spreek ook eens apart met de mantelzorger, waar de patiënt niet bij is. Ook om te vragen of hij de mantelzorg nog volhoudt.’

5 Wees je bewust  van je eigen zienswijze (en dat dat niet per se die van je patiënt is). ‘Hoe jij zelf naar de dood kijkt, heeft ook invloed op of en hoe je dit aankaart bij je patiënt. Stichting Stem heeft een mooi kaartspel ontwikkeld dat je met collega’s kunt spelen. Je moet bijvoorbeeld drie kaartjes eruit halen, met zaken die belangrijk voor je zijn als je aan je sterfbed denkt. Bijvoorbeeld: familie, geloof, veel doen. Het blijkt dat de prioriteiten van de een compleet kunnen verschillen met die van de ander. Je hier bewust van zijn, is grote winst.’

6 Wees alert in de nachtdienst. ‘Als verpleegkundige merkte ik dat ik vaak ’s nachts diepe gesprekken voerde met patiënten. Als ze liggen te piekeren of te woelen, kun je vragen waar ze aan denken. Je hoeft dus niet heel officieel te beginnen met “denkt u aan het levenseinde?” Vaak is een simpele vraag al voldoende om een patiënt de ruimte te geven.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.