Gratis nieuwsbrief Meld je aan voor de gratis e-mail nieuwsbrief van Nursing, TvV en TvZ. Klik hier

Borstvoeding beschermt tegen overgewicht

Kinderen die minstens 4 maanden borstvoeding kregen, hebben op latere leeftijd minder vaak overgewicht. Dat zegt onderzoeker Ir. Salome Scholtens in het meinummer van KraamSupport.
Borstvoeding beschermt tegen overgewicht



Scholtens (Universiteit Utrecht) onderzocht of borstvoeding beschermt tegen overgewicht in de kindertijd. Om dit te onderzoeken werden de lengte- en gewichtgegevens bekeken van kinderen die meedoen aan de PIAMA (Preventie en Incidentie van Astma en Mijt Allergie)-studie.


Vragenlijst
Deze kinderen die in 1996/1997 geboren zijn in Nederland, zijn van voor de geboorte gevolgd tot de leeftijd van 8 jaar. De ouders van de kinderen kregen jaarlijks een vragenlijst waarin onder andere werd gevraagd naar de voeding in het eerste levensjaar, de lengte en het gewicht van het kind na elk jaar en kenmerken van de ouders zoals opleiding.


Borstvoeding
Bijna 84 procent van de moeders gaf borstvoeding en 36 procent gaf ten minste 4 maanden borstvoeding. De kinderen die ten minste 4 maanden borstvoeding hadden gehad, hadden een lager gewicht, waren kleiner, en hadden een lagere BMI op 1-jarige leeftijd dan de kinderen die geen borstvoeding hadden gehad.


Verschillen
Scholtens: ‘Deze verschillen bleven bestaan als we rekening hielden met het geslacht van het kind, het geboortegewicht, de opleiding van de moeder en het overgewicht van de moeder. De heersende opvatting is dat de BMI van een kind op 1-jarige leeftijd samenhangt met het BMI-verloop in de jaren erna. Een kind met een hoge BMI op 1-jarige leeftijd blijft, over het algemeen, een hoge BMI houden gedurende de kindertijd. Op 7-jarige leeftijd hadden de borstgevoede kinderen nog steeds een lager gewicht, ze waren kleiner, hadden een lagere BMI en minder overgewicht. Borstvoeding lijkt dus te beschermen tegen overgewicht door een minder snelle toename in gewicht en BMI in het eerste levensjaar.’


Verklaring
Een verklaring zou kunnen zijn, aldus Scholtens, dat deze kinderen een lagere melkinname hebben dan flesgevoede kinderen. Ouders van borstgevoede kinderen hebben minder controle over hoeveel een kind drinkt dan ouders die flesvoeding geven. Een kind dat borstvoeding krijgt, kan de hoeveelheid moedermelk die hij of zij drinkt zelf reguleren. Daardoor is de kans dat een kind te veel drinkt klein. Bovendien bevat flesvoeding meer eiwit dan moedermelk. Dit zou ook aan een versnelde gewichts- en lengtetoename kunnen bijdragen.’


Kraamverzorgenden
Volgens Scholtens kunnen Kraamverzorgenden een rol spelen in het bevorderen van borstvoeding door het verstrekken van informatie over borstvoeding en door ondersteuning te bieden tijdens de borstvoeding. ‘Bovendien zijn zij belangrijk bij het aanmoedigen van de ouders om door te gaan met het geven van borstvoeding, en in het verhogen van het zelfvertrouwen van de moeder om haar kindje borstvoeding te geven.’


Tekst: Redactie KraamSupport

Redactie Nursing.nl

Of registreer je om te kunnen reageren.

Nursing is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden