Gratis nieuwsbrief Meld je aan voor de gratis e-mail nieuwsbrief van Nursing, TvV en TvZ. Klik hier

De wijkverpleegkundige verzuipt, niveau 4 bloedt dood? Dat kan anders!

 

Wijkverpleging is drastisch veranderd. Eigen regie, ‘ontzorgen’ en zo lang mogelijk thuis is het devies. Met als doel: goede en betaalbare zorg. De wijkverpleegkundige is daarbij de spil. Maar zij verzuipt bijna door alle opdrachten en rollen. Terwijl niveau 3 en 4 het gevoel hebben dat ze niets meer mogen. En de rest van het team regelmatig de hakken in het zand zet bij ‘ontzorgen’. Kortom: tijd voor een paar tips voor een betere samenwerking.

Door Annemarie Koopman, directeur Zorg GrowWork

 

De sleutel tot succes? Neem het héle team mee in ‘omdenken’, benut de expertises van niveau 3 en 4 en zet niveau 5 aan tot bewuster handelen. Dat doe je als volgt:

1. Omdenken als team
Niveau 5 is veelal goed opgeleid in ‘omdenken’. Maar de rest van het team vaak niet. Daar ligt een schone taak voor het management. Het hele team moet ‘omdenken’ om de wijkverpleging goed vorm te geven. Anders blijft het team op de ‘oude manier’ denken en doen. De broodnodige gedragsverandering komt niet uit de lucht vallen. Dat vraagt om voorlichting, training en coaching.

2. Uitgangspunten voor ogen
Is het hele team meegenomen in ‘omdenken’? Stel dan met je team uitgangspunten vast: waar moet jullie samenwerking toe leiden? Denk bijvoorbeeld aan meer eigen regie, de nieuwste inzichten toepassen en beter benutten van ieders expertises. Hang ze op een prikbord en evalueer periodiek of jullie op de goede weg zijn.

3. Ruimte voor alle rollen
De wijkverpleegkundige heeft zeven Canmedsrollen: zorgverlener, samenwerker, communicator, organisator, praktijkonderzoeker, gezondheidsbevorderaar en kwaliteitsbewaker. De eerste vier rollen komen goed uit de verf, maar de laatste drie… Terwijl deze juist nodig zijn voor innovatie. Maak als team ruimte in de samenwerking zodat zij hier aan kan werken.

4. Teamrollen verdelen

De voornaamste reden dat niveau 5 verzuipt? Vaak krijgt ze in een zelforganiserend team een informele teamleidersrol. Omdat het management haar aanspreekt op het functioneren van het hele team. Onterecht. Iedereen is zorgverlener, maar de andere teamrollen zoals planner, rapporteur, kwaliteitsmedewerker, mentor etcetera moet je verdelen. Ons advies: zorg dat niveau 4 en 5 samen de kwaliteitsrol oppakken. En leg de andere organisatorische rollen expliciet bij anderen.

5. Complexiteit bepaalt planning

Hoe complex is de zorgsituatie? Dat moet de leidraad zijn voor de planning. Niveau 5 pakt dan de hoogcomplexe, instabiele zorg. Niveau 4 neemt de cliënt over als de situatie stabieler wordt. En niveau 3 richt zich op de laagcomplexe zorg. Als je dit aanhoudt, benut je écht elkaars kwaliteiten. Maar vaak staat niveau 5 structureel ingeroosterd op laagcomplexe zorg vanuit ‘praktisch’ oogpunt. Die werkwijze moet echt veranderen.

6. Houding beïnvloeden

Ieder teamlid is als mens gelijkwaardig, maar er is wel verschil in rollen. Als iedereen dit accepteert en er beter gebruik van maakt, functioneert het hele team beter. Daarbij moet niveau 5 veel bewuster handelen. Is dit écht mijn taak? Dat scheelt enorm. 

 

 “Maak geen teamleider van de wijkverpleegkundige”