Gastblog Annemiek: ‘Maaltijdondersteuning bij cliënten met dementie: geen probleem’

Wijkverpleegkundige Annemiek leest in de media nogal eens dat de maaltijdondersteuning voor cliënten met dementie in de wijk niet wordt vergoed door zorgverzekeraars. Dit is hoe zij het aanpakt.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
maaltijdondersteuning
'We drinken regelmatig een kopje koffie met mevrouw als 'het werk' gedaan is.' (Foto: Pixabay)

Mevrouw Bloem woont alleen in een seniorenappartement. Zij heeft Alzheimer maar lijkt zich aardig te redden. Ze heeft een vaste routine in haar dagelijkse gang. Opstaan, koffie en een sigaretje en dan wassen en aankleden. Wij, de wijkverpleging, komen dagelijks in de eerste helft van de ochtend. We kijken of ze de dag goed is opgestart en herinneren haar aan medicatie-inname. Weekboodschappen worden op vrijdag gedaan door een van haar kinderen. Soms loopt ze zelf met haar rollator naar de buurtwinkel voor een half brood of koffiepads. Zelf koken lukt niet meer. Wekelijks worden vier kant-en-klaar-maaltijden gekocht en in de koelkast gezet. Die kan ze zo opwarmen in de magnetron, familie belt haar rond vijf uur om te helpen herinneren. Twee dagen komt een (klein)dochter bij haar koken en mee-eten. Zaterdag brood met soep. Goed geregeld zou je zeggen.

We drinken regelmatig een kopje koffie met mevrouw als ‘het werk’ gedaan is. Een goede gelegenheid voor een praatje en observatie. Mevrouw scharrelt rond in haar keuken en maakt koffie. Ik geef de pillen van de ochtend en spoor haar aan er een glas water bij te drinken. (Dat is alvast 200 cc.) Op het aanrecht staat een vuil bordje met kruimels en een kloddertje jam. (Ze heeft al ontbeten vanochtend.)

De koelkast gaat open en ik kijk mee. Het is nu vrijdag en er staan twee maaltijden. Dat klopt niet, ze zouden op moeten zijn. Ik vraag hoe het warme eten gaat. ‘O, goed hoor! Ik heb altijd wel een restje in de koelkast staan.’ Ze doet de koelkast weer open en laat me de maaltijden zien. Ze vertelt omstandig een warrig verhaal met als motto ‘Goed eten hoor!’

Als ik de lege medicatiezakjes in de prullenbak gooi, zie ik onder de ruim afgesneden broodkorstjes een aardappel, wat groente en een stukje vlees liggen. En een leeg vruchtensapflesje. (Gisterenavond niet veel gegeten, vanochtend ¾ boterham. Het sap van gisteren is op.) Na de koffie vraag ik of ik nog iets kan doen. ‘Nee hoor, ga maar gauw, er wordt vast op je gewacht’, is het antwoord. Ik zet nog een vol flesje vruchtensap op het tafeltje naast de bank waar mevrouw graag zit, rietje erbij, de dop een beetje open gedraaid.

Ik schrijf rapportage. Vink de zorgdoelen waaraan ik tijd heb besteed af:

  • Controle medicatiegebruik
  • Voeding, drinken
  • Begeleiding persoonlijke zorg
  • Monitoren: Gezonde voeding. Voeding over de datum
  • Observeren: oriëntatie en geheugen

Ik registreer 35 minuten. Besluit aan het eind van mijn route nog even langs te gaan in het kader van preventie. Bel vanmiddag ook nog met de dochter over de maaltijdkeuze. Zo houden we een oogje in het zeil en mevrouw op de been.

Wat als je cliënt in de wijk zijn destructieve gedrag niet verandert, terwijl nieuwe cliënten zorg nodig hebben die je niet kunt bieden wegens te volle routes? Wijkverpleegkundige Annemiek nam met haar team een heftige beslissing.

Het is ingewikkeld en kost tijd om op de juiste manier, structureel, de maaltijdondersteuning te regelen volgens de regels van WLZ, WMO, ZVW. Vrijwilligers, kastje-muur, het gaat niet vanzelf. Maar als wijkverpleging kunnen we veel doen; observeren, handelingen, preventie, adviseren. Een goed zorgplan is cruciaal! Wij werken ermee om de zorgvraag en -doelen in kaart te brengen, voortgang vast te leggen, goede zorg te leveren en deze te verantwoorden. Gelukkig hoeven wij niet elke handeling te verantwoorden; als de doelen in het zorgplan en de daaraan verbonden declaraties in lijn zijn, is de zorgverzekeraar tevreden. Dus bij ons geen gedoe over de vraag of de wijkverpleging zich mag bezighouden met maaltijdondersteuning. In het zorgplan staat dat mevrouw zo lang mogelijk zelfstandig wil blijven wonen. Goede voeding/voldoende drinken hoort daarbij, dus dat monitoren we. Idem voor het advies over de maaltijden. Ik wil maar zeggen: door methodisch te werken met  een goed zorgplan kan er meer dan je wel eens hoort in de media.

Kwetsbare ouderen raken ondervoed omdat ze onvoldoende zorg krijgen rondom de maaltijd. Hoe kan dat? Dat zie je vanavond in De Monitor op NPO2, om 21.25 uur.

Annemiek van Nesselrooij is wijkverpleegkundige bij Buurtzorg en lid van de redactieraad van Nursing.

2 REACTIES

  1. Hallo, ik denk dat veel wijkverpleegkundige het op deze wijze doen. De discussie gaat er echter om of je in de avond bijvoorbeeld 10 minuten mag je terugkomen om de maaltijd op te warmen. Monitoren (preventie). is makkelijker te indiceren dan het daadwerkelijk opwarmen ?

  2. Lees alle reacties
  3. Ik begrijp de succesfactor in dit verhaal niet. Mevrouw heeft dus van de 4 dagen 2 dagen niet gegeten. Alleen met het opschrijven/monitoren en de dochter bellen krijgt mevrouw nog niets binnen. En nu? Papier is geduldig. Wie gaat daadwerkelijk zorgen dat mevrouw haar dagelijkse maaltijden krijgt?

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.